Loret, François-Bernard (1808-1877)

De orgelbouwers Loret

François-Bernard Loret (1808-1877) was de bekendste zoon van Jan-Jozef-Antoon Loret (1757-1847), organist van de Sint-Gilliskerk en stadsbeiaardier van Dendermonde, die ook als componist en orgelmaker van zich liet horen. Hij was niet de enige zoon die het orgelmakersambacht beoefende. Ook zijn oudere broer Emmanuel-Frans zou zich op 35-jarige leeftijd in De Klinge als orgelmaker hebben gevestigd. Zijn jongere broer Hippolyte, bekend van het imposante orgel van de abdij van Averbode, werkte als orgelmaker in Dendermonde en later in Brussel, maar verhuisde in 1876 naar Parijs, waar hij een geducht concurrent van Cavaillé-Coll was.

François-Bernard, bij wie Henri Vermeersch in 1834 kwam werken, ontwikkelde zich in Mechelen niet in de symfonische richting, maar voornamelijk in de classicistisch romantische stijl. Daarin zocht hij naar vernieuwingen, verbeteringen of vereenvoudigingen in de orgelbouw. Bekend is de toepassing van een magazijnbalg, welke gevoed wordt met schepbalgen welke door middel van een krukas met zwengel bediend worden. Dat zien wij terug bij o.a. de orgels in Reusel (destijds gebouwd voor Dordrecht), Berkel en Lith.

Bij het orgel in de Kathedraal in Breda paste hij een groot horizontaal vliegwiel toe. Hij trachtte door een zekere vorm van seriebouw en standaardisering de prijs laag te houden. Herkenbaar voor zijn instrumenten zijn de toepassing van balansklavieren, het roldeksel over de klavieren en veelal de toepassing van porseleinen registerknoppen. Hierop werden de registers van het manuaal veelal in zwart beschreven, die van het positief in blauw. Het pijpwerk is soms nogal dunwandig met een enge mensuur, waarbij hij nauwe voetopeningen toepaste. Het groot octaaf van de Bourdon 16 vt en Prestant 8 vt hebben een stevige grondtoon, maar in hogere ligging worden deze registers minder krachtig. Ondanks het aangehangen pedaal ervaart men een stevige bas. Fluiten en strijkers kleuren de klank, tongwerken en cornetten voegen een zekere felheid toe. In de kleinere instrumenten ontbreekt veelal een consequente opbouw van het prestantenplenum; de octaaf 2 voet en de mixtuur ontbreken steeds vaker, terwijl kleurstemmen als strijkende registers in diverse voethoogten en fluiten hun intrede doen. De vormgeving van de instrumenten is doorgaans klassiek.
Dankzij de goede connecties met o.a. bisschop J. Zwijsen, wist Loret zich een goede plaats te verwerven op de Brabantse orgelkaart. Aan bisschop Zwijssen schonk Loret ooit het orgel voor de Fraters in Tilburg (nu geplaatst in de Heuvelskerk te Tilburg).

Het boek 
‘De Orgelmakers Loret en hun orgels in Nederland’

Ter gelegenheid van de voorjaarsexcursie van 2011 is dit boek door de Brabantse Orgelfederatie uitgegeven. Er zijn twee cd’s in opgenomen, waarop acht Loret-orgels bespeeld worden door vijf Brabantse organisten. 

Het boek is met een zetspiegel van 212 x 148 mm (A5) verschenen in full color met 224 pagina’s binnenwerk. Aan de binnenzijde van zowel de voor- als achteromslag bevindt zich een cd. Het boek is op grotere orgelevenementen van de BOF te koop of kan besteld worden via deze website.
ISBN 9789081735902

Loret-orgels in Noord-Brabant, chronologisch

Klein Zundert, Sint-Willibrorduskerk (1848)
Breda, H.Maagd Maria Middelares (1848)
Bavel, O.L.Vr. Tenhemelopname (1854)
Goirle, St.Janskerk (1856)
Breda, Kathedrale basiliek Antonius van Padua (1859)
Tilburg, Heuvelskerk of Sint-Jozefkerk (1859)
Leende, Sint Petrus’ banden (1863)
Vessem, Sint-Lambertuskerk (1868)
Lith, Sint-Lambertuskerk (1870)
Sint-Michielsgestel, Sint-Michaelkerk (1876)
Udenhout, Sint-Lambertuskerk (1868)
Reusel, O.L.Vr. Tenhemelopname (1880)

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Orgelbouwers