Van Eijsdonck – Van Nistelrooy(-ij) – Kuijte (1707 – 1914)

Paulus en Leonardus Eijsdonck Paulus van Nistelrooy Naat van Nistelrooij Paulus Kuijte Adrianus Kuijte

Bron: Wout van Kuilenburg

Paulus Marcellisz. en Leonardus (van) Eijsdonck

Paulus Marcellisz. (van) Eijsdonck (1707-1773) uit Bakel trouwde in 1732 als inwoner van Helmond met Maria Willems Slooten en was daar klokkenist en orgelmaker. Vanuit Helmond onderhield hij de orgels van Eindhoven, Helmond, Bokhoven en Heusden en bouwde samen met zijn zoon Leonard(us) (van) Eijsdonck (1736-1812) nieuwe orgels in de Sint-Pieterskerk van Oirschot (1765) en Elst (1766). 
Van wie zij het orgelmaken leerden blijft giswerk, maar waarschijnlijk werkten zij in het nabije Gemert bij Matthijs Verhofstadt (1688-1731) of diens opvolger(s). Al wordt hun aanwezigheid nergens vermeld, vervolgen zij her en der het onderhoudswerk van Verhofstadt na diens dood. 
Volgens het doopboek van Helmond kregen Paulus en Maria maar één kind, zoon Leonardus, maar als het gezin in 1763 verhuist naar Oirschot, dan noemt de ontlastbrief Poulus van Eijsdonck, zijn vrouw Maria Slooten en hun twee (!) kinderen. 
Naast Leonard groeide in het gezin ook nog Maria Anna op, de dochter van Paulus’ broer Andreas. Zoon Leonardus bleef ongehuwd, maar Maria Anna trouwde met Nicolaus van Nisselroij uit Gemert. Zij kregen op 8 september 1788 zoon Paulus. Toen Gemert in 1795 getroffen werd door een stadsbrand, verloren Maria Anna en Nicolaus mogelijk het leven, en het gezin Van Eijsdonck ontfermde zich over de kleine Paulus. Op zoek naar werk belandde het gezin Van Eijsdonck na Helmond in ’s-Hertogenbosch; Paulus Marcellisz. Van Eijsdonck zou volgens Gregoir in 1773 te Gemert gestorven zijn. 

Paulus van Nistelrooy (1788-1859)

Leonardus van Eijsdonck en de twaalfjarige Paulus van Nistelrooy (1788, Gemert -1859, Oss) vestigden zich na teruggave van de kerken aan de katholieken in 1800 in Oss, de hoofdstad van het kwartier Maasland. De kerk van Oss beschikte over een orgel en de dorpen in het Maasland vond je een parelketting van kerken met goede kleine orgels, doorgaans van de hand van Verhofstadt of Van Deventer (Haren, Teeffelen, Lith, Lithoyen, Megen, Macharen, Schaijk, Ravenstein, Reek, Velp en niet te vergeten Grave). Hier waren ze van werk verzekerd. 
Paulus van Nistelrooy was behalve orgelmaker ook een goede organist: de pastoor van Lith benoemde hem in 1805 voor 6 jaar, maar na 7 keer spelen hield hij het voor gezien en keerde terug op de Osse orgelbank. In 1813 huwde hij de Osse Ida Goossens. Drie van hun kinderen waren Naat (1816-1880), Maria Anna (1818) en Henri(cus) Franciscus (1824-1854). Met stemmen en herstellen kreeg de familie brood op de plank. 


Sinds 1823 was het bedrijf gevestigd in de Hooghuisstraat 7 te Oss. De foto dateert uit 1959 toen ijzerhandel Kuijte er nog in gevestigd was.

Pas in 1854 leverden Paulus en zijn zoon Henri van Nistelrooij een nieuw orgel af voor de Sint-Antoniuskerk van Volkel:


Het Van Nistelrooij-orgel van Volkel werd in 1886 door Kuijte op een nieuwe balustrade aan de torenwand geplaatst.

Met een vermaarde orgelmaker als Smits in de nabijheid moest de Osse orgelmakerij zich met kleinere opdrachten tevreden stellen.
In datzelfde jaar 1854 voltrok zich een ramp: na herstelwerk aan het orgel van de Kruisheren te Diest verongelukte Henri dodelijk door een val van de balustrade. Zijn broer Naat van Nistelrooij studeerde aan de kunstacademie te Antwerpen, en die werd naar huis teruggeroepen. Hij moest de plaats van Henri innemen. Hij werd daartoe klaargestoomd en al in 1857 en 1858 leverde men nieuwe orgels in Nistelrode (IIaP 10, 5), Beek (IIVP 10, 7, 6) en Deursen (I6).

Werklijst Paulus van Nistelrooy
– 1803 – 1805 – 1843 Lith 
– 1819 – 1840 – 1845 Macharen
– 1822 Lithoyen
– 1843 Haren, nieuwe balgen
– 1844 – 1847 – 1849 Ravenstein Sint-Luciakerk
– 1832 – 1834 – 1852 – 1857 Teeffelen
– 1823 – 1848 Oss, Herv. Kerk, 2e klavier 1854, nieuwe klavieren 1857
– 1843 Lithoyen 
– 1845 Huisseling 2e klavier, 1853/4 overpl. nieuwe kerk
– 1845 Diest, Kruisherenkerk 
– 1850 De Mortel 
– 1851 Schaijk, 2de klavier, 1852
– 1852 Middelaar 
– 1854/5 Volkel, nieuw orgel
– 1856 Groesbeek, balgen, kanalen en klavier nieuw

Leonardus Aloysius (‘Naat’) van Nistelrooij (1816–1880)

Leonardus Aloysius (Naat) van Nistelrooij was de meest productieve uit het geslacht van een oeroude Brabantse familie van orgelmakers. Na Nistelrode en Beek (en Donk) kwamen er nieuwe orgels in Oosterbeek, Groesbeek, Hengelo (Gld.), Sint Agatha en Berghem. In 1868 werden de orgels van Handel en de protestantse kerk van Grave grotendeels van nieuw pijpwerk voorzien, en veel kleinere orgels kregen een tweede klavier, zoals Teeffelen, Huisseling, Oss, Schaijk, Middelaar, Herpen en Sint Hubert. In 1859 werd de nieuwgebouwde kerk van Oss in gebruik genomen, en overleed ook Paulus. Het oude te kleine orgel kreeg een plaats in de nieuwe kerk, in afwachting van betere tijden. 

 
Kruisherenkapel in Sint Agatha, 1872. De kas en de balustrade waren ontworpen door P.J.H. Cuypers, en gemaakt door Frans Smits uit Cuijk.

De nieuwe orgels van Sint Agatha (1871, IIVP 10, 8, 6, verbrand in 1944) en Berghem (1872, IIaP 12, 8, verbrand in 1895) waren als het ware voorstudies voor Oss. Naat van Nistelrooij kwam in 1880 te overlijden. 

Werklijst Naat van Nistelrooij
– 1855 Herpen, ombouw in nieuwe kas en 2e klavier
– 1857 Sint Hubert 
– 1857/8 Nistelrode 
– 1858 Deursen 
– 1859 – 1863 Mook, nieuw 2de klavier
– 1858 – 1860 Beek 
– 1860 – 1869 – 1874 Sint-Hubert 
– 1862 Oosterbeek 
– 1864 Groesbeek 
– 1874/5 De Mortel 
– 1874/5 Hengelo (Gld.) 1865
– 1866 – 1867 en 1868 Grave, Herv.Kerk, nieuw pijpwerk
– 1868  Handel, grote verbouwing
– 1869 Ottersum 
– 1871/2  Sint Agatha, Kruisherenkapel
– 1872/3 Berghem
– 1873  Uden Kruisherenkapel, oud orgel Sint Agatha geplaatst
– 1874 Overasselt 
– 1874 Geffen 
– 1875 Maasbommel
– 1874 Mook, zrs. Franciscanessen 
– 1874 Maren, oud orgel Lith
– 1875 Bokhoven
– 1877 – 1885 Volkel, verplaatsing en uitbreiding 


Paulus en Adrianus Kuijte

De orgelmakerij van Van Nistelrooij werd voortgezet door Paulus Lucianus (1854, Oss – 1919, Oss) en Adrianus (1843, Oss – 1912, Oss) Kuijte, de zoons van Naat’s zus Maria Anna. 

Adrianus (Janus) Kuijte (1843-1912)

Adrianus Kuijte was de orgelmaker. Hij heeft slechts twee nieuwe orgels afgeleverd, en wel in 1876 voor de kerk van Vorstenbosch (IIVP 9, 6, 1, tr.), en in 1883 een klein orgel in een bestaande kas in de Hervormde Kerk van Dreumel (IaP 6). 
In 1895 breidde hij het Smits-orgel in de kerk van Demen uit. 
De stembeurten aan de vele kloosters in de omgeving combineerde hij veelvuldig met de verkoop van boter (Oss was een echte boterstad voordat de margarine opkwam). Toen de Grote of Maria Onbevlekt Ontvangen Kerk van Oss in 1880 voorzien was van een nieuwe orgelkast, plaatste Kuijte het orgel hierin voorlopig over, maar van nieuwbouw kwam het niet. Men betwijfelde of Janus het wel aan zou kunnen.

Werklijst Adrianus Kuijte
– 1863 Veghel, overplaatsing in nieuwe kerk 
– 1876/80  Vorstenbosch, Sint-Lambertuskerk (nieuw orgel, zie begroting hieronder)
– 1880 Oss, oud orgel in nieuwe kas en nieuwe klavieren
– 1883 Dreumel, nieuw orgel in bestaande kas 
– 1894 Oss, orgel verzet naar torenwand
– 1895  Demen, verbouwing van Smits-orgel
– 1897 Nuland
– 1904 Weert, Birgitinessenklooster 

De begroting door Kuijte voor de bouw van het orgel van Vorstenbosch.

Paulus (Pauw) Kuijte (1854-1919)

Paulus Kuijte regelde de zakelijke kant van het bedrijf; hij trouwde in 1889 met de Udense Anna Maria Warong, dochter van goudsmid Albertus Theodorus Warong.

 
Paulus Kuijte met zijn vrouw en vier kinderen.

Pauw had weinig ervaring en was de drijvende kracht van moeders winkel in kruideniers- en ijzerwaren. Bovendien had hij een uiterst zwakke gezondheid en werd zijn gezin getroffen door veel sterfgevallen. Tussen 1880 en zijn overlijden in 1919 verloor hij zijn moeder, twee zussen, een zoon, twee dochters, zijn schoonvader, een zwager en twee broers, waaronder Janus. 
De Duitse firma Walcker leverde in 1897 een nieuw pneumatisch orgel in de neogotische kas uit 1880 van de Grote Kerk in Oss. Het oude orgel (in 1787 door Beerens geplaatst en in 1848 (Broekhuyzen) door Van Nistelrooij met een tweede klavier uitgebreid) werd door Pauw Kuijte voor fl. 440 verkocht aan en overgeplaatst naar de paters van het Nicolaasgesticht in Oss.
Pauw stemt en repareert nog hier en daar, maar verkoopt de firma inclusief klandizie, voorraden en gereedschappen in 1913 tenslotte voor fl. 1000 aan Leon Verschueren te Heythuysen.

Werklijst Paulus Kuijte
– 1880 Deurne ombouw
– 1880 Oss, Herv. kerk
– 1884 Overasselt
– 1884/5 Alphen a/d Maas
– 1884 Sint Hubert
– 1888 Mook
– 1891 Overasselt
– 1887 Malden
– 1890 Ammerzoden, Clarissenklooster
– 1892 Breugel, stembeurt en balg
– 1892 Schijndel, zrs. van liefde herstel en uitbreiding
– 1894 Oss, orgel verzet naar torenwand
– 1894 Deursen, klooster Soeterbeeck
– 1895  Demen
– 1897 Nuland
– 1897 Oss, oude orgel uit Grote Kerk naar Leonardusstichting.
– 1898 Volkel, 1904, 1906
– 1899 Overloon
– 1899 Mook
– 1899 Nederasselt
– 1900 Overlangel
– 1904 Volkel
– 1906 Volkel
– 1906 Neerloon
– 1912 Oss, Herv. Kerk
– 1914 Oss, Herv. Kerk 


Ter afsluiting

Vanwege mijn affiniteit met deze orgelbouwersfamilie uit Oss ben ik erop gebrand dat hun vakmanschap niet onderbelicht blijft. In de orgels van Grave en Handel zie je aan de hand van L.A. van Nistelrooij dat hij het bestaande instrument met respect bejegende en steekt zijn behoudende manier van werken schril af bij dat van zijn concurrent en tijdgenoot Smits. Dat wordt in met name Grave duidelijk als je het protestantse orgel vergelijkt met dat in de Elisabethkerk. Van Nistelrooijs werk klinkt een eeuw ouder, hoewel het 10 jaar jonger is dan dat van Smits!
Wout van Kuilenburg  

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Orgelbouwers