Demen – Sint-Willibrorduskerk

Orgel Concerten Kerk Info

Maasdijk 69
5371KB Demen 


Locatie op google/maps

Het Smits-orgel (1845)

In de oude middeleeuwse kerk van Demen bouwde Smits in 1845-1848 een klein orgel. 
Dit orgel werd in 1857 overgeplaatst naar de nieuwe kerk die toen naast de toren gebouwd was. De balgstoel werd daarbij achter het orgel tegen de achtermuur geplaatst bij gebrek aan de torenruimte waar de balgstoel eerst stond opgesteld. 

Kuijte-front (1895)

 
Foto Piet Bron 1999

Door Adrianus Kuijte uit Oss plaatste het orgel in 1895 meer naar achteren tegen de westwand om ruimte voor de koorzangers te bewerkstelligen. Hij haalde het daarvoor uit de balustrade en plaatste het orgel bovenop de balgstoel. De achterkast moest daarvoor noodgedwongen worden verzaagd. Omdat de balgstoel groter was dan de orgelkas staken de balgen er buiten uit. Daarom werd toen door Kuijte een nieuw neogotisch front voor het oude laat-barokke Smits-front geplaatst. Hij deed dat mede om het aan te passen aan de smaak van de tijd en het neogotische interieur van de kerk. 


Hier is te zien hoe een spaanbalg van Smits (grijsblauwe kleur) links buiten de oude orgelkas uitsteekt, sinds Kuijte het orgel erboven geplaatst heeft.

Een andere keus had kunnen zijn om de balgstoel met de spaanbalgen van Smits op te offeren ten faveure van een magazijnbalg binnen de gegeven maten. Dan had het oude front van Smits kunnen blijven. Echter, een balustrade-orgel naar achteren plaatsen op een koor heeft ook geen aanzien, dus gegeven de omstandigheden is het nog niet zo’n gekke gedachte geweest om het gotische front ervoor te plaatsen. Het hele binnenwerk en de spaanbalgen zijn daardoor wel bewaard gebleven al is door de toevoeging van het strijkende front, het toepassen van kernsteken en het opschroeven van de toonhoogte het orgel niet meer origineel.
Kuijte breidde de Prestant 8′ uit met een baszijde.

Het orgel staat staat in de westtravee op een neogotische eiken orgeltribune waarvan het middendeel op twee gesneden stijlen met korbelen rust. De vijftien, deels ajour gesneden, vierpas-panelen van de balustrade zijn versierd met geschilderde heiligenkoppen in medaillon. Onder de frontpijpen heeft het orgelfront een fragment van een neogotisch tochtportaal.


Foto Piet Bron 1999
De zijkant van het orgel met de klavieren, orgelbank en pedaal, de deuren van het Positief geopend. 
Bij de registerknoppen valt op dat het eigenlijk (kleine) harmoniumknoppen zijn, uitgezonderd een witte grotere registerknop, de manuaalkoppel, een porseleinen knop die waarschijnlijk van Kuijte afkomstig is.


Het pijpwerk van zink plaatste Kuijte in het nieuwe front voor het oude laat-barokke Smits-front, dat er nog steeds met de 4-voets Prestantpijpen achter staat.
Dat is op onderstaande foto goed zichtbaar. Links de achterzijde van het Kuijte-front, rechts het oorspronkelijke Smits-front met de Prestant-pijpen nog op hun plaats op de torenconsole. Ertussen de conducten voor de luchtaanvoer naar de frontpijpen (niet zichtbaar) van Kuijte. 


Foto Piet Bron 1999

Situatie 2014.
Achter het Kuijte-front is een deel van het oorspronkelijke Smits-front bewaard gebleven. Bekroningen en snijwerk zijn verdwenen.
De kwaliteit van het werk van Kuijte werd door zowel de pastoor als orgelbouwer Smits als prutswerk gekwalificeerd…. Echter, ook kan gesteld worden dat Kuijte een optisch zeer acceptabel geheel heeft afgeleverd en het oorspronkelijke werk met respect behandelde.
In een paneel is een inscriptie aangetroffen dat het orgel in 1939 door de firma Gebroeders Vermeulen is gerestaureerd. Waarschijnlijk is toen de toonhoogte verhoogd van 428 Hz naar 440 Hz.
Na de oorlog zijn de registertrekkers vervangen door nieuwe, eigenlijk harmoniumknoppen, waarbij de naam o.a. de naam Holpijp werd gewijzigd in Bourdon. 
Het orgel was in de loop der tijd onbespeelbaar geworden en moest hoognodig worden gerestaureerd.

De klavieren en de Trompet vóór de restauratie van 2014.


Orgelrestauratie 2014 door Nico van Duren.  

Men moest zich tevreden stellen met algeheel technisch herstel van de toestand zoals het orgel in 2013 erbij stond. Een totale reconstructie zou te kostbaar worden. Daarbij komt dat kastwerk en bouwkundige werkzaamheden niet subsidiabel zijn.
Het orgel van Demen werd vanaf begin 2014 grondig door Nico van Duren gerestaureerd. Daarbij werden de klavieren, windladen, mechaniek en pijpwerk grondig onderhanden genomen. Klavieren en registerknoppen werden weer des Smits gereconstrueerd.

Een beknopt verslag van zijn werkzaamheden: 

Het raamwerk van de Smits-klavieren is weer hersteld. Stukjes pallisander zijn ingepast bij beschadigde plekken. Vernis werd verwijderd en het pallissander gepolijst en in de meubelolie gezet.
De toetsen zijn schoongemaakt in afwachting van nieuwe frontons en nieuw beleg. De grijze vlek links onderaan op de toetsen duidt op een ernstige waterlekkage. Wellicht is daarom het oorspronkelijke toetsbeleg ooit vervangen door celluloid. 

De toetsen kregen echt ivoorbeleg en de frontons (de voorkanten van de witte toetsen) werden van beuken. Links het onderklavier (het Positief).
Bovenop ziet men de koppelarmpjes van het drukkoppel. Het bovenklavier dient nog te worden gemonteerd. Wanneer de koppelarmpjes naar voren worden getrokken drukken de toetsen van het bovenklavier die van het onderklavier mee naar beneden. Het bovenklavier (het Hoofdwerk) is dan gekoppeld met het Positief. 

De Hoofdwerk-lade is op deze foto’s ondersteboven te zien. Er is drie maal warmtebestendige, natuurlijke lijm over uitgegoten om alle naden en scheuren te dichten en daarna gevlakt op de plek waar de ventielen komen.
Na het vlakken en nieuw papier worden de achter- en voorstiften weer aangebracht. Daarna kunnen de ventielen weer worden geplaatst nadat ook die zijn gevlakt en opnieuw beleerd.
 

Het uiteinde van een eikenhouten registerknop waar de oude knop van is afgezaagd. Goed is te zien dat er oorspronkelijk een ebbenhouten, zwarte pen van de originale Smits-registerknop in heeft gezeten, die werd afgezaagd en waarin een kleinere diameter beuken pen van de kleine (harmonium-)registerknop is geboord. Deze restanten van de knoppennen zijn in 2014 geheel uitgeboord en weer van nieuwe registerknoppen voorzien, in de stijl van Smits. Ze zijn weer van ebbenhout gemaakt, zoals deze van de Viola da gamba. 
Op de foto is de nieuw gemaakte ebbenhouten registerknop te zien en daarnaast de verwijderde oude kleine (harmonium-)knop. Alle registerknoppen zijn op deze wijze met authentieke opschriften in Smits-stijl opnieuw vervaardigd. 

De Positieflade is na restauratie weer gelegd (boven de nieuwe registerknoppen). Uiterst rechts naast de Trompet-Disc-knop zit het gat van het ‘ventiel’-knop dat weer open is gemaakt en nog moet worden bijgewerkt. Er komt weer een nieuw ventiel in. 
Op de andere foto zijn de liggend geplaatste houten Holpyp-pijpen van het Positief zichtbaar, met links daarvan het Positief-pijpwerk en rechts beneden Hoofdwerk-pijpwerk.

Kijkje op de hoofdlade. Links de onderkant van de glas-in-lood-ramen die vanuit de kerk niet zichtbaar zijn omdat het orgel er voor staat. 
Van Duren heeft de orginele conducten kunnen handhaven. Zij verbinden de windlade met zowel het oude Smits-front (op de eerste foto rechts, en op de tweede foto links te zien) als met het Kuijte-front (waarvan de achterzijde op de tweede foto rechts te zien is). 
Ook zijn houten Holpyp-pijpen van het Positief zichtbaar, zelfs de vijf grootste beneden, naast de hoofdwerklade, die ook middels conducten met de Positief-lade zijn verbonden.


Het oude front met Prestant-pijpen van Smits achter het hier nog lege front van Kuijte. Uiterst links staat al een (strijkende) Prestant-pijp van Kuijte opgesteld.
De strijker van de Prestant 8′ in het Kuijte-front mengt erg mooi in het geheel maar in het register zelf is de overgang te horen na de 24e toon. Het springt van eng (Kuijte) over naar wijd (Smits) ofwel de strijker wordt (fluit)prestant.

Een deel van de hoofdwerklade. De toonhoogte van Smits is waarschijnlijk 428 Hz geweest, maar werd waarschijnlijk door de Gebroeders vermeulen in 1939 opgehoogd naar 440 Hz. Zie de stemkrullen. Gezien ook de grondige wijzigingen van Kuijte is er geen reden voor een reconstructie hiervan. Het brengt teveel kosten met zich mee om te gaan verlengen om wederom stemkrullen te moeten aanbrengen. Het originele concept had uiteraard geen stemkrullen. De pijpen waren op lengte afgesneden behalve de frontpijpen die waren voorzien van stemflappen. Die stemflappen zijn opgerold en doorgerold nu. 
De intonatie is klaar en alles spreekt weer keurig aan. De houten pijpen doen het allemaal weer goed en zijn gelijmd en uitgelijmd. De intonatie van het metalen pijpwerk bleef beperkt tot een twintigtal pijpen die waren verzakt en verbogen. Veel werk is besteed aan de Trompet die zeer slecht aansprak en zeer onregelmatig was.

Het Smits orgel in Demen is weer in goede staat!


Er blijven wel enkele eigenschappen van dit orgel die niet te verbeteren zijn door de wordingsgeschiedenis en door constructiefouten van Smits.

De toetsdruk van het Hoofdwerk is prettig en licht, maar die van het Positief is zwaar. Dat is niet lichter te krijgen omdat aan de ventielen zware abstrakten hangen die veel veerspanning nodig hebben om ze dicht te houden (foto onder).

Het Hoofdwerk daarentegen heeft een liggende mechaniek waarbij de zwaartekracht geen invloed heeft op de ventielen. Bovendien is het windlaadje van het Posititief gemaakt uit één massieve eiken plank waar de cancellen uit zijn gezaagd, waardoor die plank blijft kromtrekken (foto hieronder). 


Door de positionering van het orgel voor het grote westraam en de warmte van de zon in de zomer krimpen en zetten de materialen continue uit. De ventielen zijn beleerd met zeer soepel en zacht leer maar toch dienen de veren de ‘kromming’ van de plank te overbruggen door harder aan te drukken dan wenselijk is. Daarom had het orgel zeer zware ventielveren bij het Positief. Noodgedwongen zijn de oude veren weer teruggeplaatst. Verhelpen van dit probleem had betekend: een nieuw cancellenraam maken met langse cancellen, maar dat is geen Smits-constructie.
Het laadje is nu wel weer in nieuwstaat in de originele constructie.

Nico van Duren: 
“Deze constructiefout van deze onvolprezen orgelmaker uit mijn geboorteplaats Reek mag voor het nageslacht bewaard blijven. Het is allemaal goed gekomen gelukkig. Het is een erg leuk orgel.”

Foto’s Nico van Duren.

Dispositie 2014

Hoofdwerk C-f”’ 
Prestant 8′ – bas uit 1895
Bourdon 8′
Prestant 4′
Fluit 4′
Octaaf 2′
Flageolet 1′
Trompet 8′ B/D
Ventiel – hersteld 2014 

Positief
Holpyp 8′ 
Viola di Gamba 8′ D
Prestant 4′ B/D 

Pedaal C-f
Aangehangen

Manuaalkoppel: Positief aan Hoofdwerk.
Gelijkzwevende stemming, a’ = 440 Hz.

Concerten

In deze kerk worden doorgaans geen orgelconcerten georganiseerd.

De kerk

De kerk van Demen heeft lange tijd toebehoord aan de machtige, door Willibrordus in 698 gestichte abdij van Echternach. Dit verklaart de keuze voor Willibrordus als patroonheilige. Tot in de zestiende eeuw werd de pastoor van Demen benoemd door de abt van Echternach.


De huidige kerk is in 1857-1858 gebouwd door architect Pierre Cuypers. De nieuwe kerk werd naast de plek van het oude middeleeuwse schip en dus ook naast de toren, gebouwd. 

Het betreft een neogotische zaalkerk met een schip van vijf gewelfvakken en een priesterkoor van één travee. Alleen het koorgewelf is gemetseld. In het schip bevindt zich een spitsbogig houten tongewelf. De kerk van Demen heeft een prachtige akoestiek.

De basis van de toren is nog 15de eeuws, te zien aan de afwijkende bakstenen. Cuypers paste in 1890 de oude kerktoren in neogotische zin aan, voorzag in een extra geleding en een hoge spits en voegde steunberen op de hoeken toe. Kerk en toren zijn met elkaar verbonden, hoewel het kerkbestuur liever een losstaande toren had gezien. Het gemeentebestuur, gesteund door het ministerie van Waterstaat – dat zich destijds met kerkenbouw bezighield – vond dat de toren niet stevig genoeg was om op zichzelf te staan.

Links van de kerk aan de noordzijde, op de plaats van het oude middenschip, ligt de kleine privébegraafplaats van de familie Van den Bergh, met enkele waardevolle grafkruizen uit het midden van de negentiende eeuw. Deze welgestelde familie heeft de bouw van de Sint-Willibrorduskerk voor een groot deel gefinancierd.
Aan de zuidzijde strekt zich tussen de kerk en de parallel aan de dijk lopende St. Wilbertstraat een ruim, omheind kerkhof uit.  

Het interieur
Cuypers leverde ook een groot deel van de inventaris.


Helaas is in de periode van de kerkvernieuwing in de zeventiger jaren een groot deel van de polychromatiek van de kerk grijs overgeschilderd. Het altaar en de apostelbeelden op de zuilen vielen hieraan ook ten prooi. Het beeld van het kerkinterieur is daardoor niet meer zo uitbundig neogotisch, maar nog steeds de moeite waard. Gelukkig bleven de kruiswegstaties gespaard van overschilderen.

Bij sommige beelden is te zien dat onder de grijze verflaag de polychromie nog aanwezig is.

Glas-in-lood-ramen
Opvallend zijn de vele fraaie gebrandschilderde glas-in-lood-ramen. 


In een gids die verscheen bij het 150-jarig bestaan van de Sint-Willibrorduskerk, worden de gebrandschilderde ramen gedateerd in de bouwtijd van de kerk, dat wil zeggen omstreeks 1858. Met een slag om de arm worden ze toegeschreven aan F. Nicolas. Frans Nicolas Sr. had een paar jaar eerder een atelier voor gebrandschilderd glas geopend in Roermond en het is bekend dat hij samenwerkte met stadsgenoot architect Pierre Cuypers. Ook de stijl en het coloriet van de ramen wijzen in de richting van Nicolas.
Deze datering lijkt niet te kloppen, want 1858 zou wel vroeg zijn voor gebrandschilderde ramen uit het atelier Nicolas. Pas na 1880 kreeg F. Nicolas & Zonen bekendheid en maakten zij veel beglazingen. De ramen in de St.-Willibrorduskerk kunnen daarom evengoed rond 1890 door Frans Nicolas Jr. vervaardigd zijn, toen Cuypers de oude kerktoren verhoogde. Wellicht heeft men toen de kerk willen verfraaien.

De tien ramen van het schip vermelden telkens een van de tien geboden. 


God de Vader in het glas-in-lood-raam boven het orgel.

Meer over de glas-in-lood-ramen van deze kerk op www.kerkramen.nl

Info 

Orgelfoto’s Nico van Duren 2014, tenzij anders vermeld.
Informatie Nico van Duren.