Tilburg – Heikese Kerk

Hoofdorgel Loek van Nes-orgel Concerten Muziek Kerk Orgelkring Info

Stadhuisstraat 6
5038 XZ Tilburg
Locatie op Google Maps

Geschiedenis van het hoofdorgel

Pas in 1803 kocht het Heikese kerkbestuur een orgel, een gebruikt instrument, dat in 1776 door de befaamde Vlaamse orgelmaker Pieter van Peteghem was gebouwd voor de Zusterabdij Roosendael bij Mechelen (B). Het was een instrument met twee klavieren en een aangehangen pedaal, dat door de Antwerpse orgelmaker Jean Joseph Delhaye naar Tilburg werd overgeplaatst, waarbij het met een derde klavier, een echowerk, werd uitgebreid. Intussen had de parochie de oude Heikese kerk weer toegewezen gekregen, maar het duurde tot 1823 eer de protestanten de kerk ontruimd hadden. Het kerkbestuur vond de oude kerk echter te klein en gaf opdracht tegen de oude toren een nieuwe kerk te bouwen, die in 1829 in gebruik genomen werd. De aannemer van de kerk moest ook voor de overplaatsing van het orgel zorgen. Afgaande op wat G.H.Broekhuyzen in zijn ‘orgelbeschrijvingen‘ (1845) noteert zou hij daarvoor weer Delhaye kunnen hebben ingehuurd. Kennelijk had de bouw van de kerk zoveel geld gekost dat het orgel ongewijzigd werd overgeplaatst en ook daarna slechts spaarzaam werd onderhouden. Na een kleiner herstel in 1859 werd pas in 1869 een grote reparatiebeurt uitgevoerd. Mathias van Dinter, compagnon van Lambertus Vermeulen te Weert, maakte toen voor f 1200,- drie nieuwe klavieren, twee nieuwe balgen en plaatste drie nieuwe registers. M.H. van ’t Kruijs, organist van de Rotterdamse Laurenskerk, noemt in 1885 de dispositie van het Heikese orgel ook in zijn ‘verzameling van disposities‘.
Beide beschrijvingen zijn gebruikt voor de volgende opgave: 

Het van Peteghem- / Delhaye- / van Dinter-orgel, dispositie (1869)

HoofdmanuaalBovenmanuaal
Bourdon 16′ 
Prestant 8′
Viola da Gamba 8′
Holpijp 8′
Salicionaal 8′ 
Octaaf 4′
Fluit 4′
Veldfluit 2′
Doublette 2′
Mixtuur 5 st
Cornet 5 st
Basson-Hobo 8′ B/D
Trompet 8′ B/D
Bourdon 8′ 
Fluit 4′ 
Octaaf 2′
Cornet 2 st
Hobo 8′ 








Rugwerk (onder) Pedaal
Prestant 4′ 
Bourdon 8′ 
Dwarsfluit 8′
Fluit 4′
Dolce 4′ 
Doublette 2′ 
Cornet 3 st
Kromhoorn B/D 8′





aangehangen
Tremulant
afsluiting
ventil
koppeling








Na 1895 kreeg het orgel weer meer aandacht en vond het onderhoud weer jaarlijks plaats.

Een nieuw Franssen-orgel (1918)

Aan het begin van de 20ste eeuw waren de kerken van Heuvel en Goirke naar de nieuwste mode van romantische orgels voorzien, maar zat men op het Heike nog met een ouderwets instrument uit 1869. Het was wel enigszins aangepast maar zonder vrij pedaal en de zwelkast was het voor de toen gangbare kerkmuziek niet zo geschikt. Bovendien stond het op de zangerstribune behoorlijk in de weg, vooral door het rugwerk, dat in de balustrade stond. Dus besloot het kerkbestuur de gebr. Franssen (Roermond) een geheel nieuw intrument te laten maken met drie klavieren en vrij pedaal. Daarbij werd het rugwerk uit de balustrade verwijderd -de plaats ervan is nog steeds herkenbaar- en een deel van het pijpwerk uit het oude orgel werd opnieuw gebruikt. Een noviteit was de daarbij toegepaste elektrische tractuur. Hoewel door al eerder mee was geexperimenteerd, door de Fa. Maarschalkerweerd in 1898 in Doesburg en Oosterhout, de St.Janskerk in 1899, was dat geen succes. Nieuw was hier, dat er geen pneumatiek aan te pas kwam en voor de electriciteit geen gebruik werd gemaakt van batterijen, die onbetrouwbaar waren en kostbaar doordat ze te vaak moesten worden vervangen, maar dat een omvormer werd benut ‘…welke direct op de as van den electro-ventilateur was gebouwd en zoodoende in staat is den noodigen constanten stroom te leveren”. Ook waren de toetscontacten van platina-punten voorzien tegen verbranding en waren in de leidingen er naar toe weerstanden opgenomen tegen vonkvorming. Het orgel kreeg een verrijdbare speeltafel en had bij oplevering in 1918 deze dispositie:

Dispositie (1918-1956)

Man.IMan.II 
Principal 16′
Bourdon 16′
Prestant 8′
Trompet-Harmonique 8′
Violon 8′
Holpijp 8′
Octaaf 4′ 
Roerfluit 4′ 
Mixtuur V-VII st
Cornet V st
Trompet 8′

Bourdon 16′ 
Diapason 8′ 
Roerfluit 8′ 
Quintadeen 8′ 
Salicionaal 8′ 
Flute traverse 4′ 
Fugara 4′ 
Progressio-
Harmonica 3-4 st
Clarinet 8′ 
Trompet-
Harmonique 8′ 
Man.III (expressief)Pedaal
Violonprestant 8′ 
Gemshoorn 8′ 
Salicionaal 8′ 
Aeoline 8′
Vox celeste 8′
Bourdon 8′ 
Solofluit 4′ 
Kwint 3′
Picollo 2′
Basson-Hobo 8′
Vox humana 8′

Contrabas 32′ 
Violonbas 16′ 
Subbas 16′ 
Octaafbas 8′
Violoncello 8′
Gedekt 8′ 
Octaaf 4′ 
Bazuin 16′
Tuba 8′


Verder bezat het orgel een hele serie normale, sub- en superoctaafkoppel: combinatieknoppen, generaalcrescendotrede, zweltrede, tremolo en pianopedaal. “Een monumentaal werk, waarop onze nationale industrie inderdaad trotsch kan zijn. …Een kijkje in het inwendige van het orgel geeft den indruk van bekwaam en solide werk”, volgens een artikel in ‘het orgel’, nov. 1918. Toch was de kwaliteit naar huidige maatstaven discutabel. Er was veel zinken pijpwerk gebruikt, wat de klank zeker niet ten goede kwam, en ook de intonatie liet te wensen over. En hoewel de elektrische tractuur aanvankelijk redelijk betrouwbaar leek, was nog geen 30 jaar later het orgel zo goed als versleten.


Het Franssen-Vermeulen-hoofdorgel (1956)




Detail van het front.

De Gebrs. Vermeulen uit Weert, die het orgel al jaren in onderhoud hadden, kregen opdracht in de oude behuizing een nieuw instrument te bouwen. Onder advies van Dr. P.de Bruijn kreeg dit orgel in 1956 electro-pneumatische tractuur en bleven 17 oude registers bewaard. De dispositie werd uitgebreid tot 47 stemmen, zij het dat op het pedaal diverse registers volgens het unit-systeem van elkaar waren afgeleid. Het orgel werd op zondag 11 maart 1956 in gebruik genomen. In 1978 was een grote schoonmaak- en herstelbeurt nodig, waarbij de dispositie en intonatie werd aangepast, zodat er wat meer samenhang kwam in de klank van het pijpwerk van verschillende herkomst.
In de huidige dispositie zijn deze wijzigingen aangegeven met *.
De registers die geheel of gedeeltelijk van Franssen zijn met **.
Van deze stemmen, die nagenoeg geheel van fabrieksmakelij zijn en veel zinken pijpen bevatten, bestaat bij Bourdon 8′ van manuaal II en Holpijp 8′ in manuaal III het groot octaaf nog uit pijpen van Van Peteghem.
Het pijpwerk van 1956 is van betere kwaliteit dan dat van 1918 en de wijzigingen van 1978 hebben het orgel een frissere klank gegeven. 


Speeltafel met vernieuwde klavieren.
Foto Michiel van ’t Einde.

In 2010 zijn de klavieren vernieuwd door Frans Vermeulen. Nico van Duren heeft in dezelfde periode de windvoorziening overbeleerd en alle membranen vernieuwd met assistentie van Eric Daniels. Ook is het gehele pijpwerk schoongemaakt en nagezien en de gescheurde Bourdon 16′ op het zwelwerk is opnieuw gelijmd. Daarbij is ook de techniek in de speeltafel voorzien van dioden zodat de contacten niet meer inbranden. Daarmee is het orgel technisch gezien weer helemaal in orde en de storingen in de electropneumatiek behoren tot het verleden. 

Dispositie

Manuaal I
Hoofdwerk
Manuaal II
Positief
Prestant 16′
Prestant 8′
Roerfluit 8′ **
Octaaf 4′
Dwarsfluit 4′ **
Octaaf 2′
Quint 2 2/3′ **
Fluit 2′ **
Mixtuur IV-VI st
Cornet D VI st*
Trompet 8′
Klaroen 4′

Gemshoorn 8′ **
Bourdon 8′ **
Quintadeen 8′ **
Prestant 4′ 
Fluit 4′ **
Quint 1 2/3′ *
Prestant 2′ 
Cimbel IV st
Kromhoorn 8′ **




Manuaal III
Zwelwerk 
Pedaal
Bourdon 16′ **
Prestant 8′ 
Salicionaal 8′ **
Holpijp 8′ **
Prestant 4′
Gemshoorn 4′ **
Roerquint 2 2/3′ *
Fluit 2′
Terts 1 3/5′
Scherp III st
Dulciaan 16′
Basson-Hobo 8′ ***

Contrabas 32′ 
Prestant 16′ 
Octaaf 8′ 
Koraal 4′
Violon 16′ **
Mixtuur IV-VI st
Subbas 16′ 
Gedekt 8′ 
Bourdon 4′ 
Bazuin 16′
Trompet 8′
Klaroen 4′
Trompet 2′

Klavieromvang C-g”’ 
Pedaal C-f’ 
Balanstreden voor zwelkast en generaalcrecendo.
Drukknoppen voor koppels: P+I, P+II, P+III, P+III 4′, I+II, I+III, II+III.
Automatisch pedaal II en III.
Generaal tutti.
10 tongwerkafstellers.
4 vrije combinaties.

Het Loek van Nes-conservatoriumorgel (1985)

Dit orgel is gebouwd in de jaren zeventig van de vorige eeuw als hobby en onder leiding van Loek van Nes
Op 30 oktober 2005 werd dit orgel, dat eerder sinds 1985 in Bergen op Zoom in de kerk van de Goddelijke Voorzienigheid stond, geplaatst in de Heikese kerk in Tilburg.
Het orgel is op initiatief van oud-orgeldocent Ad van Sleuwen eigendom van Fontys Hogeschool voor Kunsten t.b.v. de orgelklas van het conservatorium. 
Loek van Nes ontwierp daarvoor een nieuwe, hogere kas, de ligging van het binnenwerk werd geheel herzien en aangepast aan de nieuwe situatie. Ook de dispositie werd uitgebreid en aangepast om geschikt te zijn voor de Franse barokliteratuur. Het orgel telt 49 registers, verdeeld over drie manualen, Hoofdwerk, Positief (Bovenwerk), Borstwerk en Pedaal. Het pijpwerk bevat divers pijpwerk; nieuw van Stinkens (1985), 19de eeuwse vlaamse registers en van Smits, Maarschalkerweerd en Walcker. Om de gewenste mensuren te verkrijgen zijn daartoe pijpen toegevoegd of verschoven.
Naast de gebruikelijke koppels heeft het orgel twee tremulanten voor Bovenwerk en Borstwerk. De klankafwerking werd uitgevoerd door C. Nijsse en J. Roeleveld van de firma Stinkens uit Zeist. Loeks’ broer, Jac van Nes ontwierp en maakte de ornamenten.

Twee schilderijen gemaakt door Jac van Nes. Links het orgel zoals het stond in de Kerk van de Goddelijke Voorzienigheid in Bergen op Zoom en rechts de huidige situatie in Tilburg. Te zien is dat het front is vernieuwd, de pedaaltorens waren lager vanwege het lage plafond en dat de Trompet eerst en chamade in het front verwerkt was.

Dispositie

Hoofdwerk C-f””Positief
Quintadeen 16′
Prestant 8′
Viola da Gamba 8′
Roerfluit 8′
Octaaf 4′
Spitsfluit 4′ 
Nasard 2 2/3′ 
Octaaf 2′
Terts 1 3/5′ 
Cornet V st
Mixtuur V-VIII st
Cimbel IV st
Fagot 16′
Trompet 8′
Kromhoorn 8′
Holpijp 8′ 
Quintadeen 8′ 
Prestant 4′ 
Roerfluit 4′ 
Octaaf 2′
Quint 1 1/3′ 
Sexquialter II st
Scherp Iv-VI st
Tertscimbel III st
Dulciaan 8′
Tremulant




Borstwerk Pedaal C-f’
Gedekt 8′
Fluit 4′ 
Prestant 2′
Woudfluit 2′ 
Sifflet 1′
Cornet III st
Cimbel II st
Regaal 8′
Tremulant






Prestant 16′ 
Subbas 16′ 
Octaaf 8′ 
Bourdon 8′
Roerquint 5 1/3′ 
Octaaf 4′
Mixtuur VIII st
Bombarde 32′ 
Bazuin 16′
Trompet 8′
Clairon 4′
Cinck 2′



Koppelingen.

 
Pijpwerk van het hoofdwerk.


Pijpwerk van het positief, van boven gezien.


De speeltafel.

Concerten

Zaterdag 12 september 2020 Nationale Orgeldag
Vanaf 13.00 uur vrije inloop.
Mini-concerten om 13.15, 14.15 en 15.15 uur met deskundige uitleg. 
Afsluitend concert om 16.15 uur door
Iskander Zalialdinov, orgel.
Toegang gratis.

Muziek

Van Nes-conservatorium-orgel (1985)
Gespeeld door Iskander Zalialdinov tijdens zijn eindexamen 21 mei 2012, opnamen door Gerrit Janssen:

Johann Sebastian Bach: Triosonate nr 2 in c (BWV 526) Vivace en Largo
Johann Sebastian Bach: Triosonate nr 4 in e (BWV 528) Adagio en Vivace
Johann Sebastian Bach: Triosonate nr 5 in C (BWV 529) Allegro en Andante

Stichting Orgelkring Midden-Brabant

Het bestuur van de stichting bestaat sinds 2018 uit: 
Hans Schaaf (voorzitter), 
Ad van Sleuwen (vicevoorzitter),
Leo de Laat (secretaris, penningmeester), 
Rob Nederlof, 
Gerrit Janssen, 
Lia Timmermans.

Meer info kunt u vinden op de website www.orgelkringmiddenbrabant.nl

Deze organisatie is vertegenwoordigd bij of lid van de Brabantse Orgelfederatie.

Sint-Dionysiusparochie

Het Heike is de oudste parochie van Tilburg. In de oude parochiekerk, die in 1485 na een vergroting weer werd ingewijd, moet al een orgeltje in gebruik zijn geweest want in een rechterlijk stuk van 1527 is er sprake van een organist die in Tilburg speelde; dat kan dus slechts in het Heike zijn geweest. In 1595 werd de kerk door de Spaanse troepen in brand gestoken. Twintig jaar later was het gebouw weer zover uit de as herrezen dat het opnieuw ingezegend kon worden. De kerk was echter al eerder in gebruik want kerkrekeningen vermelden, dat er in 1607 al een orgeltje is geplaatst, aangekocht in Breda voor ’62 guldens en 11 stuyvers’


Aquareltekening van Roelof van der Vleuten uit 1657 (uit het Streekarchivariaat Oosterhout).

In 1633 nemen de protestanten de kerk in bezit en weken de katholieken enige tijd later uit naar een grenskapel van Steenvoort onder Goirle. Pas zo’n 40 jaar later werd de situatie wat minder gespannen en werd oogluikend toegestaan dat de katholieke eredienst in schuil- of schuurkerken werd uitgeoefend. De parochie van het Heike had meerdere schuurkerken in gebruik, want in 1731 werd een derde in gebruik genomen, terwijl ook de schuurkerk van het Goirke tot het Heike behoorde. In al deze kerken was toen geen orgel in gebruik; de zang werd door een kerkelijk orkest begeleid. 

Doorzicht door de kerk vanaf het altaar: links het Van Nes-orgel en achteraan het hoofdorgel van Franssen.

 Het koor met hoofdaltaar.

Glas-in-lood-raam uit 1923, met uitvergroot detail van Jesus die onderricht in de tempel van Jeruzalem.

Info

Fotografie: Wim van der Ros, Wijtse Rodenburg.

Laatste actualisatie: 5.2.2020