Nes, Loek van

Amateur-orgelbouwer…
Muziekleraar Loek van Nes bouwde orgels als hobby. Hij maakte eigenhandig zo’n veertien instrumenten, waaronder het conservatorium-orgel in de Heikese kerk te Tilburg, zijn trots. Dit drieklaviers orgel met 45 stemmen en 3331 pijpen is zijn grootste instrument. Een continuo-orgel met houten pijpjes, één 8 voets register, gebouwd voor Ad van Sleuwen, het kleinste.
Daarnaast ontwierp hij ruim twintig orgels, die door anderen werden gebouwd. Zijn laatste orgelproject: het bouwen van een nieuw orgel voor de Sint-Gertrudiskerk in Ossendrecht. Loek voelt zich amateurorgelbouwer, zonder pretenties.

Orgels gebouwd door Loek van Nes

Breda, Sacramentskerk, kistorgel
Ossendrecht, Sint-Gertrudiskerk
Tilburg, Heikesekerk, Fontys-orgel

Interview

Door Wijtse Rodenburg, 2016.
Zie dit interview ook in Brabants Orgelrijkdom 2016 vanaf bladz. 10.

Als kind ging Loek met zijn ouders naar de Antonius Abtkerk in Borg- vliet, Bergen op Zoom, waar hij geboren is. “Als kind kreeg ik altijd op mijn donder omdat ik in de kerk achterstevoren naar het orgel zat te kijken. Een unit-orgeltje van Pels, maar ik vond dat prachtig.” Van Nes kwam bij de broeders van Huijbergen terecht. Daar werd naast het reguliere onderwijs veel aandacht besteed aan cultuur. Loek maakte van de mogelijkheid gebruik om pianoles te nemen. In de kapel te Huijbergen hadden de broeders een harmonium, maar toen hij naar de kweekschool in Breda ging, stond daar een echt Pels-orgel. De organist, broeder Leopold, had in de gaten dat Loek geïnteresseerd was in orgels en nam hem als 16-jarige mee naar een orgelconcert van Louis Toebosch in de Sacramentskerk van Breda. Toebosch had daar geadviseerd bij het in 1958 net geplaatste mechanische Flentrop-orgel. Loek: “Ik wist toen al iets van de techniek van orgels maar een geheel mechanisch orgel was voor mij een openbaring. Die broeder had goede contacten met Toebosch; de orgelluiken gingen voor mij open en ik wist meteen ‘dit is het’! Een openbaring van jewelste! Sindsdien ben ik het principe van geheel mechanische orgels blijven adoreren. Dat vind ik nog steeds verschrikkelijk mooi.” 
Een ander orgel dat hij dekte en fantastisch vond, was het ‘hele felle’ Marcussen-orgel uit 1957 in de Nicolaikerk in Utrecht. “Dat sprankelende van die hoge vulstemmen dat deze orgels heb- ben…” Hij raakt weer enthousiast als hij denkt aan deze instrumenten. Zijn broeder-onderwijzer opleiding bleek toch niet bij hem te passen en hij koos voor schoolmuziek. Van direct na militaire dienst tot 2004 is hij muziekleraar geweest in het middelbaar onderwijs, de laatste 27 jaar aan het Gertrudislyceum te Roosendaal.

Eerste orgelbouw
Loek van Nes werd in 1966 organist en dirigent van de Kerk van de Goddelijke Voorzienigheid in Bergen op Zoom, een functie die hij 34 jaar zou vervullen. Daar stond een elektrostatisch Dereux-orgel dat met condensatoren pijporgelgeluid nabootst. Omdat het kerkbestuur geen geld had voor een echt orgel, stelde Loek voor om zelf een pijporgel voor de kerk te gaan bouwen. Hij had toen nog geen idee dat het later zou uitgroeien tot zijn grote conservatorium-orgel. De technische kennis om dit orgel te kunnen bouwen haalde hij uit boeken: ‘De Orgelmaaker’ van Jan van Heurn en ‘Orgelbouw’ van Bouman en Oosterhof. En telkens in orgels kijken hoe die gemaakt zijn. Voor de dispositie liet hij zich inspireren door het orgel van de Nicolaikerk met wat uitbreidingen, zoals een Cornet en naast de Prestant 16 ook een gedekte 16 voet in het pedaal.

Werken bij Hazen
Het toeval wilde dat de vader van een vriend van hem een houtbewerkingsbedrijf had, Modelmakerij Hazen, waar Loek gebruik mocht gaan maken van de werkplaats en de apparatuur. “Op een gegeven moment was ik net zo goed met hout als met mijn muzieklessen op school. Ik heb een hele berg eiken kerkbanken gekocht en daar ben ik het orgel, maar ook meubelen van gaan maken.” Lisette, zijn vrouw, vult aan: “Loek komt uit een familie waar ze allemaal twee rechterhanden hebben” en ze wijst trots op de kasten en andere meubelstukken in de huiskamer: “Loeks werk!”
Van Nes begon in 1967 aan zijn orgel, geholpen door enkele enthousiaste koorleden, maar gaandeweg realiseerde hij zich, dat het niet in de geplande jaren zou lukken. Hij bouwde daarom in 1972 een kleiner instrument om alvast een echt orgel in de kerk te hebben.
In 1985 voltooide Loek het grootste mechanische orgel dat in de 20ste eeuw voor een katholieke kerk in Nederland gemaakt is. Achttien jaar na de start plaatste hij het in de kerk. Loek is er nog verbaasd over dat hij al die jaren in die werkplaats mocht werken. “Hoe gastvrij die mensen waren… Er werd zelfs een wand opgebouwd om het orgel stofvrij te kunnen opstellen en ik had de sleutel om er ‘s avonds en in de weekenden terecht te kunnen.” Hij maakte er de windlades, alle mechanieken, de toetsen, de windvoorziening, de orgelkas en alle houten pijpen. Alleen de metalen pijpen werden door hem gekocht; nieuw en gebruikt. “Dat kostte allemaal aardig wat geld. Tegenwoordig kun je veel gemakkelijker aan pijpwerk komen…”

Hazen bouwt orgels
Omdat het economisch moeilijk ging in de modelmakerij, stelde Loek aan Hazen voor om ook orgels te gaan bouwen. Hij leverde de ontwerpen, tekende alles uit en Hazen heeft zo in de tachtiger jaren een twintigtal voornamelijk kist- en studieorgels gebouwd, waaronder een studieorgel voor Jos van der Kooy. “Die zei altijd: ‘de investering van mijn leven’. Iedere dag ging ik na school kijken wat ze gedaan hadden en besprak met hen de voortgang van het werk.”
Bij hun honderdjarig bestaan hebben ze een boekje uitgegeven waarin ook het orgelbouwen aan de orde kwam.

Keerpunt
Naast het werken aan vele orgels bleef Van Nes jarenlang koorleider en organist in de Kerk van de Goddelijke Voorzienigheid. In 1991 kreeg hij een pauselijke onderscheiding voor de vele verdiensten voor de parochie. Zijn koor was een klassiek kwaliteitskoor.
Maar dan komt in het jaar 2000 een moment dat hij zich niet meer kan vinden in de muzikale invulling van de liturgie en neemt hij ontslag. Omdat het koor ook niet verder wilde in die kerk en er toevallig twee Franciscanessen van de Catharinakapel in het koor zongen, wordt het koor uitgenodigd daar te gaan zingen. Loek ging mee en bespeelde het Vermeulen-orgel van de kapel. Deze overstap was een goed moment voor Van Nes om zijn orgel te verkopen aan het Brabants Conservatorium. Het orgel was al die tijd zijn eigendom gebleven.

Zijn laatste orgel
In de Gertrudiskerk in Ossendrecht, de kerk van Loeks grootouders waar hij als kind vaak kwam, staat sinds 1948 een elektropneumatisch orgel van Vermeulen. Dit orgel kreeg, mede door een ongunstige open opstelling, steeds meer gebreken. In 2003 adviseerde de KKOR om er geen geld meer aan te besteden, maar om een goed gebruikt orgel te kopen. Na waterschade in 2010 werd het orgel definitief onbespeelbaar. Het kerkbestuur zocht contact met Loek van Nes, die aanbiedt om een nieuw sleepladenorgel te bouwen voor beneden in de kerk. Een groot aantal pijpen en de windmotor van het oude orgel zouden daarbij ingepast kunnen worden terwijl de restanten van het oude orgel ongewijzigd achterblijven op de tribune. Loek krijgt groen licht en zodra het kistorgel voor de Sacramentskerk in Breda, waar hij nog mee bezig was, klaar is, begint hij aan deze laatste grote klus. Eerst maakte hij een inventarisatie van het te gebruiken oude pijpwerk en de mensuren om de nieuwe windladen te kunnen ontwerpen. De orgelkas, mechanieken, klavieren, windladen en balg werden door Loek nieuw gemaakt. Ruim drie jaar werkte hij aan dit orgel dat nu een plaats heeft gekregen centraal onder het gebrandschilderde raam van de heilige zuster Marie Adolphine, die hier wordt vereerd. Het pijpwerk van het pedaal en de windvoorziening plaatste hij in de voormalige biechtstoelruimte achter het orgel. Een prachtige kroon op zijn werk!

Archief
Loek heeft al zijn documenten in een apart kamertje bewaard. Dat moet nu eindelijk een keer allemaal worden opgeruimd en op orde gebracht. Daar is het nooit van gekomen door al dat orgelbouwen. Tijdens het interview wil hij af en toe wat opzoeken, maar hij kan niet alles meteen terugvinden. “Dat orgels bouwen is altijd mijn passie en hobby geweest… Nu eindelijk alles archiveren èn meer tijd voor de kleinkinderen!”