‘s-Hertogenbosch – Sint-Janskathedraal

Hoofdorgel Koororgel Organisten Concerten Muziek Kerk Orgelkring

Choorstraat 1
5211 KZ ‘s-Hertogenbosch
Locatie op google/maps

De orgelgeschiedenis van de Sint-Jan

Het Van Elen-orgel, 1426
In de archieven van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap staat vermeld dat er vanaf 1426 een kostbaar orgel gebouwd door Anthonie van Elen uit Maastricht in de Sint-Janskathedraal aanwezig is. Deze Van Elen had ook een orgel voor de Domkerk in Utrecht gebouwd. In de 15e eeuw was de orgelbouw in ‘s-Hertogenbosch al van hoog niveau, o.a. door het werk van Jan van Gemert. 


Het Hendrik Niehoff-orgel, 1533
In 1533 heeft Hendrik Niehoff een orgel gebouwd dat tot een hoogtepunt van de renaissance-orgelbouw gerekend moet worden.

De getalenteerde organist Christian de Morien was als componist-organist in dienst van Maria van Hongarije, regentes over de Lage Landen en zuster van keizer Karel V en hij was organist van de Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. Na haar dood trad hij in 1561 in dienst van de Bossche Illustere Lieve Vrouwe Broederschap en het kapittel van St. Jan. De broeders wilden hem zo graag als organist hebben dat ze zelfs de verhuiskosten van Antwerpen naar ‘s-Hertogenbosch voor hem en zijn echtgenote betaalden. Het echtpaar vertrok in 1565 uit ‘s-Hertogenbosch zonder een spoor na te laten.

Bij de grote torenbrand van 1584 werd het Hendrik Niehoff-orgelverwoest. Waarschijnlijk stond er op het toenmalige oude oksaal ofwel koorafscheiding een koororgel die ook bij deze brand vernietigd werden. 

Het oksaal-koororgel, 1617  
In de Sint-Jansbasiliek werd vanaf 1610 een oksaal in classicistische bouwstijl geplaatst naar ontwerp van Coenraad van Noorenberch (Norenborgh). Het werd gemaakt van zwart marmer en albast. Op dit oksaal werd in 1617 door een onbekende bouwer (Nicolaas Conté?) een koororgel geplaatst.
Hess vermeldt voor dit orgel in 1774 deze dispositie:

BovenwerkBorstwerk
Praestant 8′
Holpyp 8′
Octaav 4′
Fluit 4′
Quintfluit 3′
Gemshoorn 2′
Siflet 1′
Scharp
Cornet
Trompet 8′


Quintadeena 8′
Praestant 4′
Quint 3′
Octaav 2′
Fluit 2′
Super Octaav 1′
Mixtuur
Sexquialtra
Kromhoorn of Touzyn 8′

Pedaal
aangehangen


De achterkant van het koororgel bovenop het oksaal, hier getekend door Pieter Saenredam in 1632. Op de achtergrond is de boven- en onderkant van het grootorgel nog net zichtbaar. Pen, aquarel en zwart krijt, 36.1 x 25.5 cm. Lyon, Musée Lyonnais des Arts Décoratifs.


Het oksaal met koororgel, detail van een olieverfschilderij in 1857 vervaardigd door Jan Peeters. Uit de collectie van het Noordbrabants Museum, ‘s-Hertogenbosch.


Prent door G.J. Bos in een boek uit 1860.

Toen in de 19de eeuw de kathedraal gerestaureerd werd vond men het oksaal niet meer passen in het gotische interieur. Het orgel werd in 1866 gedemonteeerd en het oksaal werd in 1868 aan een kunsthandelaar verkocht. In 1871 kocht het South Kensington Museum in Londen, nu Victoria & Albertmuseum, het op. Daar is het nog steeds te bewonderen. 

Het grote Hocque-Heyneman-hoofdorgel (1620/1787)


Geschiedenis van het huidige hoofdorgel, overzicht 
1617-1620 Ontwerp en bouw orgelkas door Frans Simonsz, schrijnwerker, beeldhouwwerken door steenhouwer Joris Deur en beeldsnijder Georg Schysler.
1618-1622 Florentius Hocque uit Keulen bouwt een orgel in de kas.
1634 Afkeur orgel en verbeterd door vader en zoon Hagerbeer. 
1718 Cornelis Hoornbeeck uit Amsterdam verricht herstelwerk en brengt enige nieuwe stemmen aan. 
1722 Christian Müller verricht werkzaamheden en brengt enige nieuwe stemmen aan. 
1785-1787 Bouw van een nieuw orgel in de oude kast door Antonius Friedrich Gottlieb Heyneman (?-1804) uit Laubach (Hessen). 
1869-1870 Herstelwerkzaamheden door J.J. Vollebregt en Zoon uit Den Bosch. 
1897-1902 ‘Vernieuwing en vergroting’ van het orgel door Gebrs. Franssen uit Roermond. Aanbrengen pneumatische traktuur, toevoeging registers. 
1951-1953 Restauratie door Fa. Verschueren uit Heijthuysen. Systeem wordt electro-pneumatisch. 
1982-1984 Algehele restauratie door Fa. Flentrop uit Koog aan de Zaan onder adviseurschap van Hans van der Harst. De situatie Heyneman wordt als uitgangspunt genomen, met behoud van het pijpwerk van Hocque, Hoornbeeck, Müller en Vollebregt. Het systeem wordt weer mechanisch.

Tijdens het twaalfjarig bestand (1609-1621) besloot men in ‘s-Hertogenbosch een nieuw groot orgel in de kathedraal te laten bouwen. Vóór de brand van 1584 bezat de Sint-Jan drie orgels van bijzondere kwaliteit, die vervaardigd waren door leden van het beroemde Bossche orgelbouwersgeslacht Niehoff. Alleen het kleine orgel van de Lieve Vrouwe Broederschap overleefde de ramp. Pas in 1617 konden de kerkmeesters gaan denken aan de bouw van een nieuw groot orgel tegen de westtoren. De opdracht voor het nieuwe hoofdorgel zou gaan naar de Brusselse orgelbouwer Matthijs Langhedul, maar dit kon wegens politieke omstandigheden niet doorgaan. De monumentale orgelkas en koorgalerij, naar ontwerp van de Bossche schrijnwerker Francois Symons (Frans Simonsz) werden daarna door steenhouwer Joris Deur en de uit Tyrol afkomstige beeldsnijder Georg Schysler voorzien van prachtig beeldhouwwerk in renaissancestijl. In nauwelijks twee jaar tijd ontstond een orgelfront dat gerekend mag worden tot de mooiste ter wereld.
In 1617 werd ook op het nieuwe oksaal een orgel geplaatst, dat door Nicolaas Conté werd vervaardigd.
In 1618 werd een contract gesloten met Floris Hocque (jr.) voor de bouw van het grote orgel in de kas die in al aanbouw was. Het orgel werd in 1622 opgeleverd, maar pas in 1628 werd om een keuring verzocht. De keuring vond pas plaats in 1634. Inmiddels was Hocque overleden. Zijn meesterknecht Hans Goltfuss ontving het geld, maar het orgel werd volledig afgekraakt. Het werk werd niet goed bevonden en verbeterd door vader en zoon Hagerbeer die er aan werkten van 27 april tot 1 november 1634. Op 12 december 1634 werd het voltooide werk gekeurd. De organisten van Haarlem, Amsterdam en Utrecht, die daarmee belast werden, verklaarden dat het instrument aan de hoogste eisen voldeed: “dat ons orgel alle orgels hier in Nederland te boven gynck”.
In de zeventiende eeuw werd het orgel licht gewijzigd. Het verviel echter steeds meer. Het onderhoud was in handen van de organisten van de kerk. In 1713 werd Cornelis Hoornbeeck gevraagd een rapport te maken. Hij adviseerde herstel en wijziging van enkele zaken. In 1715 gaat hij aan het werk. Uiteindelijk leverde hij in 1718 het gerestaureerde orgel op. Zijn meesterknechts Christian en Andries Müller hadden ook aan de revisie meegewerkt. Hoewel het orgel werd goedgekeurd, bleven er enkele wensen voor moderniseringen over. Na de dood van Hoornbeeck in 1720 nam Christian Müller het werk over. In 1722 werden wijzigingen uitgevoerd. Hij onderhield het orgel tot 1744. Daarna nam J.H.H. Bätz dit over tot 1770. In de jaren hierna ging het orgel snel achteruit. Aanastasius Meinhards uit Frankenberg (Hessen) voerde een herstelling uit van 1775 tot 1777, die echter zeer slecht uitpakte: het orgel verkeerde in een slechtere staat dan voor de reparaties! 

De Nijmeegse bouwer Antonius Friedrich Gottlieb Heyneman (ook wel Heijneman), een knecht van Christian Müller, nam de restauratie op zich, bouwde een nieuw orgel in de oude kast en voltooide deze in 1787. 

Aankondiging concert 15 augustus 1789, toegang 1 gulden(!).

De dispositie van Heyneman is uitgangspunt geweest bij de restauratie in 1983/1984. In de 19de eeuw is het onderhoud van het orgel in handen geweest van Heyneman, Delhaye, Verbeeke, Kuerten en Stöcker, Graindorge en Van Paeschen. Dit waren niet allemaal orgelbouwers: Verbeeke en Van Paeschen waren organisten van de St. Jan.

In 1869/1870 voerde Vollebregt een grote schoonmaak en restauratie uit. Jos Callaerts keurde het instrument op 26 april 1870. Hierna volgde een zeer ingrijpende verbouwing: in de jaren 1897-1902 werd het orgel door de Gebroeders Franssen uit Roermond omgebouwd. Het Rugwerk haalden zij helemaal leeg. Zij bouwden in de hoofdkas 66 stemmen, een pneumatische tractuur en ook veel moderne hogedrukstemmen. De speeltafel werd deels in het Rugwerk geplaatst. De kas werd ook deels verzaagd om alles te kunnen plaatsen. Op 24 februari 1902 werd het orgel weer officieel in gebruik genomen. Het instrument vertoonde echter al snel veel problemen. Pas in 1951 begon een nieuwe renovatie: Verschueren stelde een plan op waarbij al het oude pijpwerk weer tot haar recht zou kunnen komen. Adviseurs bij het werk waren dr. P.J. de Bruyn, Hub. Houët en Piet Hörmann. Het Rugwerk werd weer in ere hersteld. In 1953 werd het nieuwe orgel opgeleverd: een groot vierklaviers instrument met 72 stemmen. Nog altijd was het orgel te groot voor de kas. De tractuur was nu electro-pneumatisch, maar wel met sleepladen. 

De Verschueren speeltafel uit 1953 (nu in opslag bij de orgelbouwer).

Mgr. Mutsaerts wijdde het orgel plechtig in op 6 juni 1953. Na de grote kerkrestauratie tussen 1975 en 1983 werd het orgel ook gerestaureerd.


De lege kas in de zomer van 1984 tijdens de restauratie door Flentrop.

De firma Flentrop voerde een reconstructie uit van het mechanische drieklaviersorgel in de toestand van 1787. Een deel van het latere pijpwerk (Vollebregt) is wel bewaard, twee stemmen kregen een plaats in het nieuwe koororgel, de rest werd vernietigd. Op 15 en 16 december 1984 kon het vernieuwde orgel officieel in gebruik worden genomen en aan het publiek worden gepresenteerd. Het werd hierbij bespeeld door Huub ten Hacken en Maurice Pirenne. 

Dispositie

Manuaal I C-f”’
(Rugpositief)
Manuaal II
(Hoofdwerk) 
Praestant 8′ 
Bourdon 8′ 
Quintadena 8′ 
Fluyttravers 8′ D
Octaaf 4′ 
Fluyt dous 4′ 
Super Octaaf 2′ 
Flageolet 1′ 
Mixtuur V st 1′ 
Sexquialter 2 st 
Trompet 8′ 
Dulciaan 8′ 

Praestant 16′ 
Bourdon 16′ 
Praestant 8′ 
Holpyp 8′ 
Octaaf 4′ 
Tertiaan 3 1/5′ 
Quint 3′ 
Super Octaaf 2′ 
Mixtuur 2′ VII st
Trompet 16′ 
Trompet 8′



Manuaal III
(Bovenwerk)
Pedaal
C-f’
Quintadena 16′ 
Praestant 8′ 
Roerfluyt 8′ 
Viola di Gamba 8′ 
Octaaf 4′ 
Open Fluyt 4′ 
Quintfluyt 3′ 
Open Fluyt 2′ 
Sexquialter 2 st
Carillon 3 st D
Cornet 8 st D
Trompet 8′ 
Vox Humana 8′ 
Hautbois 8′ 
Praestant 32′
Praestant 16′
Bourdon 16′
Octaaf 8′
Octaaf 4′
Bazuyn 16′
Trompet 8′
Clairon 4′
Cornet 2′





Koppels
Pedaal + Hoofdwerk
Pedaal + Rugwerk
Hoofdwerk + Rugwerk
Hoofdwerk + Bovenwerk
Rugwerk + Hoofdwerk

Toonhoogte a’= 415 Hz
Temperatuur evenredig zwevend 


Vulstemmen samenstelling:

Mixtuur VII sterk (Hoofdwerk) 
C: 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 4/5′ – 2/3′ – 1/2′ – 1/2′. 
c: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 3/5′ – 1 1/3′ – 1′ – 4/5′. 
c’: 5 1/3′ – 4′ – 3 1/5′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 3/5′ – 1 1/3′. 
c”: 8′ – 5 1/3′ – 4′ – 3 1/5′ – 2 2/3′ – 2′ – 2′.

Mixtuur V sterk (Rugwerk) 
C: 1′ – 4/5′ – 2/3′ – 1/2′ – 2/5′. 
c: 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 4/5′ – 2/3′. 
c’: 2 2/3′ – 2′ – 1 3/5′ – 1 1/3′ – 1′. 
c”: 4′ – 3 1/5′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 3/5′.

Sexquialter II sterk (Rugwerk) 
C: 1 1/3′ – 4/5′. 
c: 2 2/3′ – 1 3/5′.

Sexquialter II sterk (Bovenwerk) 
C: 2 2/3′ – 1 3/5′.

Cornet V sterk discant (Bovenwerk) 
c’: 8′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 3/5′.

Carillon III sterk discant (Bovenwerk)
c’: 4′ – 1 3/5′ – 1′. 

Bekroning van het orgel met klok en -daaronder- de cilyndrische windwijzer met ‘de dood’ hier naar voren gericht.

Details van het houtsnijwerk onder de pedaaltorens links en rechts. 

Onderaanzicht van de tribune en het Rugwerk.  


Een van de prachtige foto’s van het orgel op de website van organist Hans Schippers.
Omschrijvingen van beeldhouwwerk door musicoloog en kunsthistoricus Rob van Haarlem.

Boekuitgave ‘De Nachtwacht van ‘s-Hertogenbosch’




Het Bossche orgel bestond in 2016-2017 400 jaar en staat algemeen bekend als een van de mooiste renaissance-orgels ter wereld. De machtige eikenhouten orgelkast van meer dan 20 meter hoogte domineert de westzijde van de laatgotische kathedraal en is uitgevoerd door de schrijnwerker François Symons en de beeldsnijder Georg Schysler. Het klinkende gedeelte van het instrument is van de orgelbouwers Florens II Hocque en Gottlieb Heynemann en gedocumenteerd in opnamen en een enkele publicatie van orgelkenner Hans van der Harst. Sinds zijn onderzoek zijn in de archieven nieuwe gegevens ontdekt.
De ongeëvenaarde rijkdom van het beeldhouwwerk is echter merkwaardigerwijs alleen bekend bij de liefhebbers en is vanuit de kerk meestal slechts voor een klein gedeelte zichtbaar. Het gaat om eikenhouten beelden, reliëfs, lijsten, figuren van heiligen, maar ook wereldse figuren als putti, muzikanten en figuren uit de beeldenwereld van de Oudheid en de renaissance. In totaal honderden stukken beeldhouwwerk, wisselend in formaat van minuscule kopjes en dieren tot bijna manshoge figuren. Dit beeldhouwwerk is eerder beschreven, maar werd niet eerder tot in de details gefotografeerd. Van het instrument bestaan slechts weinig foto’s, en dan nog meestal in zwart-wit. Daarom is het beeldhouwwerk voor het eerst geheel gefotografeerd vanuit een hoogwerker door fotograaf Marc Bolsius. Het orgel bevat een wereld aan afbeeldingen, geconcentreerd rond muziek en geloof. Een waar museum aan beeldhouwkunst.

Het boek is een mooie uitgave in vierkleurendruk van 128 pagina’s, uitgegeven door W-Books. Daarvan ca. 30 pagina’s tekst en ruim 80 pagina’s met kleurenopnamen van de orgelkast en haar details. Een dergelijke uitgave is niet rendabel te publiceren, zeker niet als deze bestemd is voor een breed, geïnteresseerd publiek van belangstellenden in de orgelkunst, de Brabantse geschiedenis en de beeldhouwkunst van de zeventiende eeuw.
Bij gelegenheid van het 400-jarig jubileum hebben Frans Sluijter en Wies van Leeuwen de totstandkoming en betekenis van orgelkast en instrument beschreven. Organist-titulaire Véronique van den Engh nam het initiatief voor het tot stand komen van dit boek, dat wordt uitgegeven door W-Books.
Het boek kost € 19,95 en is verkrijgbaar in het Sint-Jansmuseum de Bouwloods, naast de kathedraal.


Links de auteurs Wies van Leeuwen en Frans Sluijter, in het midden initiatiefneemster voor het boek, organiste Véronique van den Engh, daarnaast fotograaf Marc Bolsius,rechts de bisschop van ‘s-Hertogenbosch, mgr. de Korte en op de rug gezien burgemeester Rombouts bij de presentatie van het boek op 20 november 2016.

De Verschueren-koororgels sinds 1948.

In 1948 bouwde Verschueren een koororgel in de eerste straalkapel van de kooromgang. Sinds 1866 had de Sint Jan geen koororgel meer gehad.

Verschueren-koororgel 1948
Tijdens de grote restauratie van de kathedraal in de zeventiger jaren werd besloten de kapel weer te ontruimen en een nieuw orgel te maken in het werkelijke koor. 

Het Verschueren-koororgel 1984

Rechts: het huidige koororgel aan de achterzijde.

Adviseurs bij de bouw waren Hans van der Harst en kathedraal-organist Maurice Pirenne. In december 1983 begonnen de bouwers Verschueren met het werk, dat op 6 oktober 1985 werd voltooid met de ingebruikname. Het orgel is geïnspireerd op het werk van Cavaillé-Coll. Een groot deel van het pijpwerk uit 1948 is opnieuw gebruikt. Tevens vonden twee stemmen van Vollebregt uit 1869 een plaats, beiden afkomstig uit het hoofdorgel van de kathedraal.

Dispositie

Grand OrgueRécitPédale
Bourdon 16′
Montre 8′ – 1948/1985
Bourdon 8′ – 1948/1985
Flûte Harmonique 8′ – 1948;
(Groot octaaf uit Bourdon) 
Salicional 8′ – 1948/1985
Prestant 4′
Flûte 4′
Doublette 2′
Fourniture IV-V-VI rangs – 1948/1985 
Cornet V rangs (8′) (D) – 1948/1985
Trompette 8′
Clairon 4′ – 1948/1985





Diapason 8′ – 1948/1985
Cor de Nuit 8′ – 1948/1985
Viole de Gambe 8′ – 1948/1985
Voix Céleste 8′ (vanaf c) – 1985
Flûte Conique 4′ – 1948/1985
Salicet 4′ – 1869
Nasard 2 2/3′ – 1948
Octavin 2′ – 1948
Tierce 1 3/5′ – 1948
Piccolo 1′ – 1985
Basson-Hautbois 8′ – 1985
Tremblant






Soubasse 16′
Flûte 8′ – 1948/1985
Flûte 4′ – 1948
Bombarde 16′ – 1948
Trompette 8′ – 1948













Koppelingen: 
Grand Orgue – Récit, 
Tirasse Grand Orgue, Tirasse Récit.
Speelhulpen: 2 combinatietreden

Toetstractuur mechanisch
Registertractuur mechanisch
Windlade(n) sleeplade
Toonhoogte a’ = 440 Hz
Temperatuur evenredig zwevend
Winddruk 90 mm 

Info Piet Bron 2012

Organisten

In de Sint-Janskathedraal zijn achtereenvolgens onderstaande organisten actief geweest:
Broeder Godefridi de Arena 1343 
Arnoldus Meelman (van Scijndel) 1348-1373 
Roelant 1379 
Gerijt Eelkens 1387 
Andries 1388 
Claes 1393 
Jannes Bonen 1405 
Reyner 1406 
Jan van Rijswijc 1406-1409; 1416
Gherijt (koster) 1409-1415 
Coenraet van Kassel 1417-1419 
Dirc 1426 
Philippo 1429-1431
Lodewich 1431-1432 
Symon van Monnickendam 1432-1436 
Jan van Waelwijck 1433 
Henric van Heusden 1436-1437; 1439
Philippus van Boeningen 1437-1446
Broeder Otto 1439; 1446-1472
Broeder Bartholomeus 1472-1484
Simon Mathijs Philipsszoon 1484-1498
Melchior 1498-1501
Symon van Couderborch 1501-1506
Jan die Gruyter 1506-1524
Johannes van Duynkerken 1525-1535
Jan Bosschart van Brugge 1535-1561
Cristiaen de Marez 1561-1565
Lodewijk van Heymissen 1565-1612
Philips van Heymissen 1612-1639
Joannes Baptista Verrijt 1640-1644
François Coenraedts Stroombergen 1644-1655
Nicolaas Simons 1655-1658
Ulricus Eitzen 1658-1697
Jacobus Eitzen 1697-1719
Albertus de Milleville 1719-1759
Otto Wicherts 1759-1785
Johann Nikolaus Kliebisch 1788-1810
Paulus Verbeke 1811-1838
Willem Bartholomeus Marijnen 1838-1839
Pierre Jean van Paesschen 1839-1887
Arthur Biënbar 1887-1896
Peter Kallenbach 1896-1940
Piet Hörmann 1940-1964
Huub ten Hacken 1965-1991
Maurice Pirenne 1991-2008
Véronique van den Engh 2008-heden

Véronique van den Engh is de organist van de Kathedrale Basiliek van Sint-Jan te ‘s-Hertogenbosch. Zij is tevens bestuurslid bij Schola Cantorum, de Stichting Orgelkring ‘Hendrik Niehoff’ en de Stichting Maurice Pirenne.

Concerten

Van de meeste concerten kunt u de programma’s vinden op www.orgelconcerten-hendrik-niehoff.nl

Zaterdagmiddagen 
in de zomer van 16.00 tot 16.30 uur gratis orgelconcerten: klik hier.

Dinsdagavonden: de serie “Hendrik Niehoff” 
Aanvang 20.00 uur.
Toegang € 10,- 
Jongeren t/m 15 jaar gratis.

Zaterdagmiddagconcerten 2020

Op zaterdagmiddagen in de zomer zijn er van 16.00 tot 16.30 uur gratis orgelbespelingen, met collecte.
 

Muziek

Onder auspiciën van de ‘Stichting Orgelkring Hendrik Niehoff’ zijn drie cd’s uitgebracht door JQZ Muziekproducties: Imposant, Allure en Illustre.
De cd’s kosten per stuk € 15,00 excl. verzendkosten en zijn te bestellen via: 
www.veroniquevandenengh.nl/bestelformulier-cd

CD ‘Imposant’

Deze cd kwam uit in 2014 onder auspiciën van de ‘Stichting Orgelkring Hendrik Niehoff’ en is uitgebracht door JQZ Muziekproducties.
Opname door Tuliprecords.

Het groot orgel bespeeld door Véronique van den Engh.
Duitsland:
Introduktion und Passacaglia in d-moll, Max Reger (1873-1916)
Vater unser, Georg Böhm (1662-1733) (muziekfragment)
Praeludium und Fuge in G-Dur, BWV 541, Johann Sebastian Bach  (1685-1750)
Passacaglia in d-moll, (1637-1707) 
Frankrijk:
Toccata in b-mineur, Eugene Gigout (1844-1925) (muziekfragment)
Choral Dorien, Jéhan Alain)
Suite Gothique, opus 25, Léon Boëllmann (1862-1897)
Introduction-Choral
Menuet gothique
Prière à Notre-Dame
Toccata
Nederland:
Premier Choral, Hendrik Andriessen (1892-1981)
Pastorale, Albert de Klerk (1917-1998)
Cantilene, opus 150A, Louis Toebosch (1916-2009)
Passacaglia, Maurice Pirenne (1928-2008)

Cd Imposant’ 
Imponerend. Groots. Indrukwekkend. Machtig. 
De titel van deze cd is om meerdere redenen zo gekozen: Op de eerste plaats is het groot orgel van de Sint-Janskathedraal met zijn vele prachtige houtsnijwerk enorm imposant om te zien, maar ook de klank van het instrument is imponerend. De diverse werken op deze cd kunnen dit laten horen, omdat deze composities zelf zo groots zijn.
Ook de zachte(re) klanken van het orgel klinken met een indrukwekkende schoonheid, waar menigeen door geraakt wordt. In alle opzichten een machtig instrument. Een instrument om te koesteren. 

Cd ‘Allure’

Na cd ‘Imposant’ is ook de titel van deze cd met reden gekozen: Het groot orgel van de Sint-Janskathedraal is een instrument met grote allure, een dame ván allure. In klank, in voorkomen en in schoonheid met haar vele prachtige beeldsnijwerk. Majesteitelijk van klank in de grote werken, toont het ook haar elegantie in de lichtere werken en kan het zelfs uitnodigen tot meditatie.  
Het groot orgel laat haar veelzijdige klankschoonheid horen in de gekozen composities van allure, waardoor eenieder geraakt kan worden.

Orgelwerken:
Allegro, Charles Marie Widor (1844-1937)
Symphonie nr. 6 en g-mineur, opus 42/2, 1e deel    
Ballo del Granduca,  Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621)
Fantasia in c-moll, BWV 562,  Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Toccata con corale e fuga,  Jos van Amelsvoort (1910-2003)
Suite du deuxième ton , Louis-Nicolas Clérambault (1676-1749)
Koraal-Toccata, Floris van der Putt (1915-1990)
Sortie en F-majeur, César Franck (1822-1890)
Praeludium over Veni Sancte Spiritus, Maurice Pirenne (1928-2008)
Praeludium in e-moll,  Nicolaus Bruhns (1665-1697)
Meditation, Mons Leidvin Takle (Geb. 1942)
Toccata on Veni Emmanuel,  Andrew Carter (Geb. 1939)

Opname:  Tuliprecords
Opnamedata:  19 en 20 april 2015
Release: 12 juli 2015

Cd Illustre

Na de cd’s ’Imposant’ en ’Allure’ volgde de derde cd: Illuster. De titel geeft aan dat het groot orgel van de Sint-Janskathedraal een instrument is dat zeer bekend is van reputatie, een illuster instrument.  De kast is vermaard om zijn fraai en voortreffelijk beeldsnijwerk. Het instrument is dat om de klank: Glorieus in de grote werken, luisterrijk in de mildere werken. De veelzijdige klankschoonheid van het groot orgel is te horen in composities van illustere componisten. In alle opzichten een waardig en voornaam instrument om trots op te zijn.
Op YouTube is de cd integraal af te luisteren:

Dit orgel nog meer op YouTube

https://www.youtube.com/embed/_aZqLb2vHsA 
Véronique van den Engh speelt op 14 december 2012 Deuxième Choral en si mineur van César Franck.

https://www.youtube.com/embed/m-0uHMZXRAc 
Georg Böhm: Christ, der du bist der helle Tag, gespeeld door Willem Hörmann.

https://www.youtube.com/embed/RJHSrTHp44A 
John Stanley: Voluntary VIII, gespeeld door Willem Hörmann. (8:47)

https://www.youtube.com/embed/LJLF9AweR9k 
Maurice Duruflé: Fugue sur le thème du Carillon, gespeeld door Willem Hörmann.

https://www.youtube.com/embed/dfO-W2oe08o 
Hendrik Andriessen: Toccata, gespeeld door Willem Hörmann.

Willem Hörmann:
Georg Böhm: Christ, der du bist der helle Tag (8:33)
Marcel Dupré: Komm, heiliger Geist, Herre Gott (2:03)
Sergei Prokofiev: Toccata op. 11
 (5:09)
John Stanley: Voluntary VIII
 (8:47)
Richard Wagner: “Die Meistersinger von Nürnberg”
 (10:58)

Bas Koster, 2018:
Max Reger: Tokkata D Moll Opus 59 (8:33)

André Nieuwkoop, 2015:
Improvisatie: Dankt nu allen God (5:40)
Improvisatie: Heer ik hoor van rijke zegen (8:08)
Improvisatie: Psalm 132 vers 9 (5:46)
Improvisatie: Psalm 68 vers 4 (9:34)
Improvisatie: Psalm 42 (KJM/P Wildeman/AM Nieuwkoop) (12:23)
Improvisatie: Psalm 87 vers 1 (7:41)
Improvisatie: Psalm 75 vers 1 (10:23)
Improvisatie: Psalm 43 vers 2 en 5 (5:33)
Improvisatie: Psalm 66 (7:15)
Improvisatie: Nader mijn God/Scheepke onder Jezus hoede/o Eeuwge Vader (8:18)
Improvisatie: Heer wees mijn Gids (4:03)

Geschiedenis van de kathedraal

Hertog Hendrik van Brabant sticht in 1185 op het hertogelijke domein Orthen een nieuwe stad: ‘s-Hertogenbosch. 
Omstreeks 1220 beginnen de Bosschenaren met de bouw van een eigen kerk, de eerste Sint-Jan. Het bakstenen kerkje in romaanse stijl wordt buiten de stadsmuren gebouwd op een stuk grond ‘de Pepers’ genaamd. Het was een eenvoudige bakstenen kerk in romaanse stijl en toegewijd aan Sint-Jan de Evangelist. Van deze eerste Sint-Jan is nauwelijks iets bekend en overgebleven. Alleen de bakstenen toren van de romaanse kerk maakt nu deel uit van de westtoren van de Sint-Jan. 

In 1318 gaf hertog Jan III van Brabant de stad toestemming om haar vestingwerken uit te breiden. Daardoor komt de Sint-Jan veilig binnen de vestingmuren te liggen. Een broederschap, die zich de verering van Maria tot doel heeft gesteld, later de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap geheten, zal belangrijke impulsen gaan geven aan de culturele bloei van de stad. De stad telde op dat moment al meer dan 25 broederschappen.

Op 20 januari 1366 verheft Jan van Arkel, bisschop van Luik, de Sint-Jan tot collegiale kerk waaraan een kapittel van dertig kanunniken wordt verbonden. Zij werden verder belast met de zorg voor het onderwijs in de stad en het beheer van de kerk. Het is niet onwaarschijnlijk dat de vestiging van dit kapittel heeft bijgedragen aan het besluit van de Bosschenaren om de bestaande romaanse kerk door een nieuwe gotische te vervangen. ’s-Hertogenbosch was in de loop van de veertiende eeuw uitgegroeid tot een van de grootste steden van de Noordelijke Nederlanden. 

Gotische kathedraal
Met de bouw van de gotische kathedraal zou begonnen worden omstreeks 1380 naar een ontwerp van Willem van Kessel. Hij was als bouwmeester aan de Sint-Jan verbonden van ongeveer 1380 tot 1407, mogelijk zelfs nog tot aan zijn dood omstreeks 1425. Op dat moment zijn het hoogkoor, de kooromgang en de straalkapellen voltooid. De romaanse kerk blijft ondertussen gewoon in gebruik.

Gotiek is een bouwstijl die in de loop van de twaalfde eeuw in Noord-Frankrijk ontstond. Door toepassingen van spitsbogen en kruisgewelven werd in de nieuwe kerken de stabiliteit van het bouwwerk flink vergroot. Tegelijkertijd werd bereikt dat het gewicht niet meer op de gehele breedte van de muur drukte, maar zich op enkele punten concentreerde. Om de druk op die punten op te vangen, bracht men aan de buitenzijde van koor en schip luchtbogen aan. Nu de muren niet langer nodig waren om het gewicht van daken en gewelven te dragen, konden er grote ramen in worden gemaakt. De kerken werden zo hoger, ruimer en lichter. 

Zoete Lieve Vrouw
Omstreeks 1400 wordt in de bouwloods van de kerk een oud Mariabeeld gevonden. Als zich rondom dit beeld enkele mirakelen voordoen, groeit ‘s-Hertogenbosch uit tot bedevaartsplaats naar de Zoete Lieve Vrouw. Het beeld werd daarop geheel hersteld en geplaatst in de kapel, die nu, ruim zes eeuwen later, nog steeds dienst doet als Mariakapel.

Parochie
In 1413 wordt de Sint-Jan door de paus officieel een parochie met een eigen pastoor. De parochie van Sint-Jan omvat op dat moment het gehele gebied binnen de vestingmuren.

Klokkengieten
Al in de 14de eeuw werd er door de families Van Hyntham en Van Veghel en de gebroeders Hoernken klokken gegoten in ‘s-Hertogenbosch. Zij waren de voorlopers van het zeer hoge niveau dat aan het eind van de 15de eeuw door de klokkengieters Geert van Wou en zijn opvolgers, de familie Moer, in heel Brabant bereikt werd. Deze familie maakte tientallen klokken voor de Sint-Jan, waaronder in 1505 een handbespeeld klokkenspel van veertien klokken in de westelijke toren.


Het alziend oog in het centrum van het gewelf van de middentoren. 

Spaanse tijd en beeldenstorm
De Spaanse koning Philips II, heer der Nederlanden, wilde het ware katholieke geloof handhaven en zijn greep op De Nederlanden versterken. Daarom besloot hij, in samenspraak met de Paus in Rome, tot de instelling van veertien nieuwe bisdommen in zijn Nederlandse gebieden. Daaronder behoorde ook het bisdom van ‘s-Hertogenbosch, onderdeel van het nieuwe aartsbisdom Mechelen. De nieuwe bisschop van Den Bosch, Franciscus Sonnius, kreeg op 12 mei 1559 de Sint-Janskerk toegewezen als zijn kathedraal, waardoor het collegiaal kapittel werd verheven tot de rang van kathedraal kapittel.
In de zomer van 1566 werd de eerste calvinistische predikant, Cornelis Walraven uit Diest, door medestanders en gewapende handlangers de stad binnengebracht. De hervormden begonnen kerkgebouwen op te eisen om er hun godsdienstoefeningen te kunnen houden. Het stadsbestuur wilde de rust in de stad handhaven en greep niet in. Op 22 augustus drong tegen het einde van de middag een grote menigte de Sint-Jan binnen, psalmen zingend ‘in duytscher tale’. Daarna begon de beeldenstorm, een langdurige en grootscheepse vernieling van altaren, beelden, meubels, boeken en misgewaden. De vernielingen hielden drie dagen lang aan. Bij een tweede beeldenstorm in oktober van dat jaar wordt de Sint-Jan opnieuw zwaar getroffen. Ook de kapel van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap, die in augustus nog grotendeels gespaard was gebleven, wordt dan grondig vernield.
Met steun van de regering in Brussel konden de katholieken hun positie in de stad geleidelijk aan weer versterken. Eind 1566 kon weer gepreekt worden door de katholieke geestelijkheid. In april 1567 verlieten de hervormden massaal de stad, acht maanden na hun gewelddadig optreden in de Sint-Jan. 

Vier stadsparochies
In 1569 maken het stadsbestuur en het kapittel van de Sint-Jan een verdeling van de stad in vier parochies: de kapel van Sint-Jacob en de kapel van Sint-Pieter worden tot parochiekerk verheven. De kloosterkerk van de Kruisheren wordt parochiekerk van Sint-Catherina. Bisschop Sonnius keurt de parochieverdeling goed. 

De grote brand
Op 25 juli 1584 om 11 uur ’s avonds slaat tijdens een hevig onweer de bliksem in de houten middentoren van de Sint-Jan. De gevolgen zijn rampzalig. Vanaf de brandende toren daalt een verwoestende vonkenregen neer op de kerk en uiteindelijk stort het restant van de toren brandend neer op het zuidertransept. De brand trekt een spoor van verwoesting door de kathedraal. De houten middentoren was een enorm gevaarte dat van de grond af gemeten 85 meter hoog was. 

Op de spits stond een koperen beeld van Sint-Jan. Een dergelijk geheel was natuurlijk zeer brandgevaarlijk en gevoelig voor blikseminslag. Dat gebeurde dus op de dag dat er in de kerk overdag het ‘Te Deum Laudamus’ was gezongen wegens het vermoorden van Willem van Oranje. Ook het grote orgel, gebouwd door Hendrik Niehoff, dat tegen de oostelijke muur van de toren stond opgesteld, werd volledig vernield. Het zou tientallen jaren en enorme sommen geld vergen om de schade te herstellen. De middentoren is nooit herbouwd; men moest zich beperken tot een laag koepelvormig dak i.p.v. de middentoren en de westelijke toren van een houten spits in Renaissance stijl te voorzien.
Pas in 1594, 10 jaar na de brand, werd aan het herstel van de daken de laatste hand gelegd. Vanaf 1610 werden voor de kerk een aantal nieuwe kunstwerken vervaardigd als uitdrukking van het triomfantelijke zelfvertrouwen van de contra-reformatie. In 1610 werd aan Coenraed van Norenborch opdracht gegeven tot de vervaardiging van een nieuw oksaal. Tussen 1617 en 1620 vervaardigde de Antwerpse kunstenaar Hans van Mildert een nieuwe hoofdaltaar voor de kerk. Deze schitterende renaissance-kunstwerken overleefden de protestantse periode, maar gingen in de negentiende eeuw alsnog voor de Sint-Jan verloren.

Prins Frederik Hendrik verovert ‘s-Hertogenbosch
Na een beleg dat ongeveer vier en een halve maand duurt, trekt prins Frederik Hendrik, de Prins van Oranje, op 17 september 1629 met zijn troepen van de Republiek der Verenigde Nederlanden de stad in. Twee dagen later vindt de eerste hervormde dienst plaats in de Sint-Jan in aanwezigheid van Frederik Hendrik en diens vrouw Amalia van Solms. Het is het begin van een groot keerpunt in de geschiedenis van de stad en de kathedraal. Anderhalve eeuw werd de Bosschenaren het recht op zelfbestuur en op vertegenwoordiging in de Staten Generaal ontzegd. Van vrije uitoefening van het katholieke geloof kon n 1629 geen sprake meer zijn. Alle mannelijke geestelijken moesten binnen twee maanden de stad verlaten. De kerkelijke goederen vervielen aan de Staten Generaal, met uitzondering van de kerkelijke ornamenten die de geestelijkheid mocht meenemen. Van 1629 tot 1813 dient de Sint-Jan als gebedshuis voor de Nederduits Gereformeerde gemeente. Ongeveer een vijfde deel van de Bossche bevolking was protestants in deze periode, de rest bleef katholiek. De katholieken waren in deze tijd voor de uitoefening van hun godsdienst aangewezen op schuilkerken.
Na de capitulatie van ‘s-Hertogenbosch op 14 december 1629 bleef de Bossche Lieve Vrouwe Broederschap bestaan. In 1641 verzochten de gouverneur van Den Bosch, Wolfert van Brederode, en enkele anderen die behoorden tot de nieuwe protestantse bovenlaag om lid te worden. In nieuwe statuten werd als reden voor de openstelling van de Broederschap voor protestanten opgegeven, dat het ongewenst was dat katholieke en protestantse notabelen vijandig tegenover elkaar stonden. In 1818 nodigde men de prins van Oranje, de latere koning Willem II, uit om ‘Zwanenbroeder’ te worden. Sindsdien zijn vele leden van het Koninklijk Huis lid van de Broederschap.

Franse periode
De stichting van de Bataafse Republiek na de komst van de Fransen in 1798 was voor de politieke en kerkelijke verhoudingen in ons land een keerpunt. De Nederlands Hervormde Kerk werd niet langer als staatskerk bevoordeeld. Napoleon wilde echter niet alleen de kerk teruggeven, maar ook een bisschop benoemen. Toen Napoleon bisschop M.F. van Camp benoemde, zorgde dat jarenlang voor spanningen. Pas na de nederlaag van de Fransen en de vlucht van bisschop Van Camp kwam er aan de richtingenstrijd een einde. Op 11 december 1816 wordt het Koninklijk Besluit door koning Willem I ondertekend waarbij de Sint-Jan na twee eeuwen aan de katholieken wordt teruggegeven. 
De protestanten hadden naar vermogen geprobeerd de ‘Grote Kerk’ zo goed mogelijk te onderhouden. Het verval was echter onstuitbaar en toen de katholieken de kerk terugkregen, bood hij een deerniswekkende aanblik. Sommige delen van de kerk waren begroeid met gras, planten en zelfs met struiken. Een groot deel van de natuurstenen bekleding was ernstig verweerd. Pinakels, kruisbloemen en andere versieringen waren ernstig aangetast of verdwenen.

In 1840 wordt de Sint-Jan weer parochiekerk. Mgr. Zwijsen wordt in 1853 de eerste bisschop van Den Bosch na 1629. Hij beijvert zich om het beeld van de Zoete Lieve Vrouw van Den Bosch en het Mirakelboek terug te halen uit België. Op 27 december, de feestdag van Sint-Jan de Evangelist, keert het Mirakelbeeld in een processie terug in de Sint-Jan.

Herstel van de kathedraal
In 1859 wordt de beeldhouwer en bouwkundige Stephen L. Veneman als architect aangewezen en start het herstel van het noordertransept. Na drie jaren neemt Lambert Hezenmans de leiding over. De eerste restauratie van de Sint-Jan werd uitgevoerd tussen 1859 en 1946.

Op 22 juni 1929 krijgt de Sint Jan de eretitel ‘basiliek minores’ bij gelegenheid van het 75-jarig jubileum van de terugkeer van het wonderbeeld van de Zoete Moeder.


Het conopeum en de tintinnabulum aan weerszijden van het hoofdaltaar, de tekenen van de basiliek. 

Begin 1950 waren de restaurateurs weer op het punt aangekomen waar ze bijna een eeuw tevoren waren begonnen, namelijk bij het noordertransept. Het is niet precies vast te stellen wanneer de eerste restauratie eindigt en de tweede begint. In de tussenliggend periode gingen het groot onderhoud en het kleinere restauratiewerk onverminderd door. De tweede restauratie die officieel in 1961 startte, was deels ‘de restauratie van de restauratie’. Veel eerder toegepaste steensoorten bleken achteraf gezien niet altijd even geschikt te zijn. Vooral de omvang van de tweede restauratie was spectaculair. Ook de grote westtoren en het sterk vervuilde en ook beschadigde interieur van de kerk werden onderhanden genomen. De binnenkant werd ontdaan van dikke lagen vuil, roet en stof die zich op muren, beelden en pijlers hadden vastgezet. Van onder vele oude en loszittende kalklagen kon de oorspronkelijke beschildering van het interieur weer in het licht worden gebracht. De tweede restauratieperiode duurde tot 1985.


Zicht door de Sint-Janskathedraal.


Het gewelf in het middenschip.


De gewelven boven het koor.

Een van de gebrandschilderde ramen en de zuidelijke zijbeuk.


De doopvont.

In het begin van de jaren negentig, ruim vijf jaar na de afsluiting van de tweede restauratiecampagne, worden weer ernstige vormen van verwering geconstateerd aan de noord- en oostzijde van de Sint-Jan, met name aan de gerfkamer. Kraagstenen en pinakels raken los en er is dreigend gevaar voor vallend gesteente en vandalisme. Het gewone onderhoudswerk is niet meer toereikend. Het masterplan dat in maart 1998 wordt opgesteld, omvat als eerste de vervanging van grote hoeveelheden tufstenen beeldhouwwerk en steenhouwerswerk van de koorpartij. Het werk werd in negen fasen, later in 11 fasen, verdeeld en de eerste fase betrof de restauratie van de gerfkamer. Op 14 april 2000 vond de eerste oplevering plaats van de gerestaureerde gerfkamer. 

Op haar beurt vormde de gerfkamer de opmaat tot een restauratieplan dat het herstel van de koorpartij en de gevels van het noordertransept omvatte. Niet alleen de vervanging van de tufsteen in de koorpartij bleek namelijk urgent. In het voorjaar van 2000 is bij onderzoek vastgesteld dat door corrosie van ijzeren verankeringen ernstige schade is ontstaan aan de noord- en westgevel van het noordertransept. Roestende krammen drukken de constructie van gedeelten van de gevel omhoog. Afdoende herstel was slechts mogelijk door alle aanwezige ankerwerken te vervangen en uit te voeren in brons of roestvast staal. Doordat de gevels als het ware ‘bezaaid’ zijn met krammen en ankers was plaatselijk herstel niet mogelijk; de gevels werden geheel gedemonteerd om de metalen ankerwerken en de reeds afgescheurde blokken te vervangen. 

Deze aanpassingen van het oorspronkelijke restauratieplan, dat immers de transeptgevels geheel buiten beschouwing had gelaten, hadden vergaande consequenties. Voorbereiding en uitvoering van de restauratie van het noordertransept zou omstreeks vier jaar werk vergen en ruim 9,3 miljoen euro kosten. Een bedrag dat dus nog moest worden toegevoegd aan de 22,7 miljoen euro voor de restauratie van de koorpartij. De totale kosten van de restauratie bedroegen uiteindelijk zo’n 44 miljoen euro. Dit is inclusief het – onder meer – vervangen van de ernstig verweerde engelen- en luchtboogstoelbeelden en het opknappen van het zuidertransept en de zuiderzijbeuk. 

2012 Bron o.a.:
Sint-Janskathedraal: www.sint-jan.nl

Stichting Hendrik Niehoff

Meer informatie kunt u vinden op www.orgelconcerten-hendrik-niehoff.nl