Mill – Sint-Willibrorduskerk

Orgel Koororgel Concerten Kerk Orgelkring Info

Kerkstraat 2
5451BM Mill
Locatie op Google Maps

Het Smits-orgel (1825/1884)

De orgelhistorie

tekst: Wout van Kuilenburg, Boxmeer 1999

1825 Klaas en diens jongere broer Frans (F.C.) Smits (I) vervaardigden hier een eenklaviers orgel met voorlopig niet meer dan 3 registers: Prestant 8′, Octaaf 4′ en een Trompet 8′. Deze stemmen zijn tot op heden nog in het orgel terug te vinden.
1840 F.C. Smits breidde het uit tot een orgel met 8 stemmen in een nieuwe kas van J.F. Beuijssen uit Boxmeer en legde een aangehangen pedaal aan alsmede een voorbereid Positief. Als dispositie geeft Broekhuyzen:

ManuaalPositief
Prestant 8′
Holpijp 8′
Prestant 4′
Fluit 4′
Octaaf 2′
Larigo 1½’ [geen opgave]
Mixtuur 2 st
Trompet B 8′ 
Trompet D 8′

1884 Smits II vormde het bestaande instrument om tot een geheel nieuw concept, een romantisch getint orgel met 25 stemmen op twee klavieren en pedaal. Tevens kreeg het orgel een nieuwe kas. 


foto Geert Verhallen

Dispositie 1884

ManuaalPositief
Bourdon B/D 16′
Prestant D 16′
Principaal 8′
Diapason 4′
Holpijp 8′
Salicet 4′
Quint 3′
Octaaf 2′
Mixtuur 2 st 
Trompet B/D 8′
Clairon 4′



Flûte conique 8′
Bourdon 8′
Vox Celeste 8′
Viool 8′
Flûte douce 4′
Violine 2′
Flageolette 1′
Portunaal 4′
Basson H. B/D 8′
Clairon 4′
Manuaalkoppel
_________________
Pedaal
Aangehangen

Het oorspronkelijke, nog door N.L. Smits gemaakte pijpwerk was terug te vinden in de Principaal 8′ (binnenpijpen), de Diapason 4′ en de Clairon 4′.

1900 
Voor in totaal fl. 1790,- breidden de Gebr. Smits het orgel met een vrij pedaal uit en voerden enige dispositiewijzigingen door. Het bestaande pijpmateriaal werd opnieuw gebruikt, nieuw kwam van speciaalfabrieken uit België. Bovendien leverde men een nieuwe windla, een compresseur, windkanalen, registratuur, pedaalklavier en bijbehorende mechaniek; het pedaal werd omsloten door een nieuwe kast van circa 2.50 meter hoogte; de positie van de balgentreder werd aangepast. Een bijzonderheid is tevens de mechanische combinatietrede waarmee Bazuin 16′ of tongwerken, mixturen en Quint naar believen konden worden in- en uitgeschakeld. Op het Manuaal kwam de Violoncello op de plaats van de Salicet 4′ welke opschoof naar de plaats van de Quint. Deze ging naar het Positief; het Positief kreeg een nieuwe Violine 4′ en de Violine 2′ schoof op naar de vrij komende plaats van de Flageolet 1′ die kwam te vervallen. De Portunaal van het Pedaal kwam van het Positief. Volgens Smits’ opgave luidde de dispositie:

ManuaalPositief
Prestant 16′ D
Principaal 8′
Bourdon 16′ B/D
Violoncello 8′ *
Holpijp 8′
Diapason 4′
Salicet 4′
Octaaf 2′
Mixtuur II st.
Trompet 8′ B/D
Clairon 4′





Flûte conique 8′
Bourdon 8′
Voix céleste 8′
Viool 8′ 
Violine 4′ *
Flûte douce 4′
Violine 2′
Quint 3′
Basson H. 8′ B/D
___________________
Pedaal
Subbas 16′ *
Octaafbas 8′ *
Violonbas 16′ *
Porunaal 4′
Bazuin 16′ *

3 Koppelingen, 2 voettreden oplossingen
* Nieuw register

1962 
Een restauratie vond plaats door de Gebr. Vermeulen onder advies van Hüb. Houët. Daarbij werden enkele stemmen vervangen.
Zo ontstond de huidige dispositie:

Dispositie 1962

Manuaal C-f”’Onderpositief
Bourdon B/D 16′
Principaal 8′
Violon 8′
Holpijp 8′ 
Diapason 4′
Fluit 4′
Octaaf 2′
Mixtuur II st
Sesquialter II st 
Trompet 8′ B/D
Clairon 4′
___________________________
Koppelingen:
Hoofdwerk – Onderpositief
Pedaal – Hoofdwerk
Pedaal – Onderpositief. 
Flûte conique 8′
Bourdon 8′
Prestant 4′ – 1962
Flûte douce 4′
Quint 2 2/3′ 
Violine 2′
Terts 1 3/5′ – 1962
Cymbel II st – 1962
Basson 8′ B/D
____________________
Pedaal C-d’
Violonbas 16′ 
Subbas 16′ 
Octaafbas 8′ 
Fluit 4′
Bazuin 16′

Koppelingen:
Hoofdwerk – Onderpositief, Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Onderpositief. 

Het orgel is daarna op 8 juli 1962 opnieuw in gebruik genomen met een bespeling door de adviseur.


1996
Vermeulen voert een grote onderhoudsbeurt uit waarbij het orgel geheel is schoongemaakt en waar nodig gereviseerd. 
De dispositie bleef ongewijzigd.





Pijpwerk van het Hoofdwerk, Positief en Pedaal.

Foto’s Wim van der Ros (2014), tenzij anders vermeld.

Bronnen:
Broekhuyzen, Orgelbeschrijvingen door George Hendricus Broekhuyzen senior
(handschrift ca. 1850-1862), verzorgd en ingeleid door Dr. A.J. Gierveld I (Amsterdam
1986) en II (Commentaar, Amsterdam 1993), M 70.
HO april 1990, Smits-themanummer Het Orgel, uitgave van de N.O.V. (april 1990).
Jespers, F.P.M., Brabants Orgelbezit (’s-Hertogenbosch 1975), 10.
Jespers, F.P.M., Repertorium van Orgels en Orgelmakers in Noord-Brabant tot
omstreeks 1900 (’s-Hertogenbosch 1983), 204.
Parochiearchief Mill, gegevens van Nico van Duren in dank ontvangen.
Vermeulen, Wijding en Bespeling bij de ingebruikname van het gerestaureerde orgel in de St.Willibrorduskerk te Mill (8 juli 1962).

Copyright © Orgelkring Gregorius van Dijk

Koororgel (Verschueren 1951, Van Duren 2015)

Etten 1951.
In 1951 plaatste orgelbouwer Verschueren een unit-orgel in de kapel van het Sint Elisabeths Gasthuis in Etten (NB), als opus 248. Adviseur bij de bouw was Hub Houët.
De stamregisters waren een Bourdon 16′ – 8′ – 4′ – 2′, een Prestant 8′ – 4′ – 2′ en een Kwint 2 2/3 ‘- 1 1/3’. 


Foto: Verschueren

Etten-Leur 1971
Na afbraak van dit ziekenhuis is het orgel in 1971 door Verschueren overgeplaatst naar de Heilig Hartkerk aan de Kerkwerve in Etten-Leur. In deze kerk heeft het orgel dienst gedaan tot de sluiting na een laatste viering op 17 juni 2012. Het orgel werd door Nico van Duren gedemonteerd. De kerk is in augustus 2012 gesloopt.

Sprundel 2012
In Sprundel werd in 2012 de parochiekerk gesloten met de bedoeling het gebouw om te bouwen tot een multifunctioneel centrum met een kleinere kerkzaal. Om tijdelijk ruimte voor vieringen te hebben is een gymzaal omgebouwd tot kerkruimte, die de naam Sint Janskapel heeft gekregen. 


Foto: Anton Bogaarts

Nico van Duren plaatste het orgel in 2012 samen met vrijwilligers in deze zaal. Het werd door Anton Bogaarts gestemd. Op 17 november 2012 is deze kerkruimte met het orgel in gebruik genomen. 
In de nieuwe kerkzaal was geen ruimte meer voor het pijporgel aanwezig. Er is een electronisch Johannus-orgel geplaatst. 
Het pijporgel is vervolgens door Nico van Duren gedemonteerd.

Mill 2015
In 2015 is het unit-orgel weer door Nico van Duren opgebouwd, nu als koororgel in de Willibrorduskerk van Mill.


Foto: Nico van Duren

Dispositie

OndermanuaalBovenmanuaal
Bourdon 16′
Prestant 8′
Roerfluit 8′
Octaaf 4′
Fluit 4′
Nasard 2 2/3′
Superoctaaf 2′






Bourdon 8′
Zweving 8′
Prestant 4′
Roerfluit 4′
Fluit 2′
Larigot 1 1/3′
________________
Pedaal
Subbas 16′ 
Gedekt 8′ 
Prestant 4′
Octaaf 2′
Kwintje 1 1/3′

Concerten 

Zondag 19 juni 2016
Aanvang 16.00 uur.
Orgel: Willem Hörmann (‘s-Hertogenbosch)

Orgelkring Land van Cuijk en Noord Limburg ‘Gregorius van Dijk’

Concerten op dit orgel worden o.a. worden verzorgd door deze orgelkring.

Geschiedenis Willibrorduskerk

Vóór 1326 bezat Mill een kapel gewijd aan de Heilige Willibrordus die onder de Boxmeerse Petrusparochie resorteerde. Op 15 mei 1326 werd de Willibrorduskapel door Adolf van der Mark, bisschop van Luik, tot parochiekerk verheven en onafhankelijk gemaakt van de Boxmeerse moederkerk. Het recht om de Millse pastoor te benoemen ging toen over van de heer van Boxmeer naar de norbertijnenabdij Mariënweerd, waardoor steeds abdijleden pastoor van Mill werden. Pas vanaf 1818 werden weer seculiere geestelijken benoemd, een uitzondering daargelaten. Toen rond 1600 de abdij Mariënweerd verdwenen was ging het recht tot benoeming van pastoors over naar de abdij van Postel. De kerk werd in 1648 door de autoriteiten voor de viering van de Rooms-katholieke eredienst gesloten. Bijna een eeuw lang kerkten de parochianen in kasteel Aldendriel, totdat ze in 1744 een schuurkerk mochten bouwen. Het oude kerkgebouw werd in 1648 aan de Nederduits Gereformeerde kerk gegeven. De protestantse gemeente nam de kerk in gebruik, maar slechts voor een deel. Er waren maar een paar gereformeerden in Mill: de predikant, zijn gezin en de koster/schoolmeester. Doordat de oude parochiekerk nog maar nauwelijks werd gebruikt en onderhouden, raakte het gebouw in verval. Toen de kerk in 1800 aan de Rooms-katholieken werd teruggegeven, was het slechts een bouwval. Men was genoodzaakt om voorlopig de schuurkerk uit 1744 te blijven gebruiken. In 1820 begon men op het oude kerkhof aan de bouw van een nieuwe kerk die in 1823 klaar was. Maar al in 1874 was ook dit kerkgebouw een bouwval. Alleen nieuwbouw kon aan de nijpende huisvestingssituatie nog een einde maken. Rond 1876 kwam de huidige Willibrorduskerk tot stand, op een geheel andere plek dan waar de oude had gestaan: in het centrum (Hoogveld) van Mill.


foto Geert Verhallen

Info

Informatie over Verschueren-orgel: Piet Bron Jr.

Deze organisatie is vertegenwoordigd bij of lid van de Brabantse Orgelfederatie.

Laatste actualisatie 04-11-2020.