Roosendaal – Sint Jan

Orgel Organisten Concerten Kerk Info

Markt 2
4701 PE Roosendaal
Locatie op Google Maps

Foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Merklin-Schyven-orgel (1852 / 1899)

De middeleeuwse kerk heeft al een orgel gekend. Toen in 1648 de protestanten de restanten van de kerk in gebruik namen is het orgel in veiligheid gebracht in de kerk te Steenpaal. Er kwam in de Sint Jan een door Jacobus Zeemans geleverd orgel, die eind juni 1699 dit orgel overbracht naar de kerk in Etten(-Leur). Daar staat het nog steeds.
Het oorspronkelijke orgel is waarschijnlijk overgebracht naar de schuurkerk (op de plaats waar nu schouwburg De Kring staat). In 1712 wordt een orgel in de schuurkerk vermeld.
Pieter van Peteghem uit Gent heeft in 1777 een orgel gebouwd of gerepareerd voor de Sint-Jan. In 1810 werd door dezelfde bouwer een nieuw orgel geplaatst. Dat orgel werd in 1839 in de nieuwe Sint-Janskerk geplaatst door A. Derken uit Breda. Hij voorzag het front van nieuwe tinnen pijpen en voerde reparaties uit. Toch bleek dat het orgel de grote nieuwe ruimte niet kon vullen.

1852
Weer werd een nieuw orgel gekocht, gebouwd in 1852 door de M.M. Merklin & Schütze uit Brussel voor ongeveer tienduizend gulden.
Merklin & Schütze was een beroemde orgelfabrikant. Vijf jaar eerder plaatsten zij een orgel op de nationale expositie in Brussel waarmee ze een vergulde zilveren medaille wonnen. 
De Roosendaler M. van Eekelen schonk de orgelkas, schrijnwerker Van Deventer uit Brussel maakte de houten versieringen.
Het had twee manualen en vrij pedaal, met 32 registers. Enkele registers uit het eerder door Van Peteghem voor deze kerk in 1810 gebouwde orgel werden in dit orgel opnieuw gebruikt.

1899
Pierre Schyven bouwde in 1899 een nieuw instrument in de oude kas met een pneumatische tractuur met behoud van enig pijpwerk. Schijven bracht daarbij de nieuwste speelhulpentechniek aan. Het orgel had, evenals het Merklin-instrument, twee manualen en een vrij pedaal.
Op 13 juli 1899 werd door vier organisten het nieuwe orgel ingehuldigd met een ruim twee uur durend concert.
Het pneumatische systeem werd al snel technisch onbetrouwbaar. Om dat op te lossen werd de pneumatiek gecombineerd met zwakstroomtechnologie. In 1928 werd door de firma Adan een elektromotor voor de windvoorziening. In de toren van de Sint Jan zijn nog steeds de twee enorme blaasbalgen aanwezig.

Dispositie 1899

Grand Orque (I)Positief expressif (II)
Prinzipal 16′
Bourdon 16′
Montre 8′
Bourdon 8′
Flûte harmonique 8′
Gamba 8′
Prestant 4′
Flûte 4′
Fourniture III-IV st
Cornet IV-V st
Trompette 8′
Clairon 8′ of 4′





Bourdon 16′
Flûte 8′
Voix céleste 8′
Salicional 8′
Flûte 4′
Flageolet 2′
Fourniture III st
Vox Humaina 8′
Basson-Hautbois 8′
Trompette harm. 8′
Trémolo
_____________________
Pédal C-f1
Contre Bas 16′
Flûte 8′
Bombarde 16′
Trompette 8′

Koppelingen:
Manuaalkoppel,
Hoofdmanuaal-Pedaal,
Klein-manuaal-Pedaal,
5 komb. knoppen:
8, 4-8-16, 4-8-16-mixt, tutti

Treden:
3 normale koppels,
Tonnere (imitatie-onweer: 5 laatste tonen van pedaal),
Gen. Crescendo,
Basculetrede voor het zwelwerk, Generaal Crescendo en Descendo

Foto: Brabants Orgelbezit

1949
Jos H. Vermeulen breidde het orgel in 1949 uit met een derde manuaal, en maakte de tractuur electro-pneumatisch. Het had nu 46 registers en daarbij een acoustische Contrabas 32′. Op 22 mei 1949 is het ingewijd, waarbij adviseur Flor Peeters het orgel bespeelde.

1981 / 1982
Het orgel is in 1981/1982 opnieuw door Vermeulen grondig gerestaureerd. Op 30 mei 1982 was deze restauratie voltooid. Het was voornamelijk een technische revisie, waarna het orgel ook beter bestand zou moeten zijn tegen de verwarming in de kerk. De frontpijpen waren in 1899 afgesloten, maar deze zijn in 1982 weer in gebruik genomen. Ook is de windlade van het hoofdwerk verplaatst, zodat de klank beter kon uitstralen.

De hoofdwerklade met pijpenreeksen.
De Cornet van het Hoofdwerk op een aparte lade
Regaal en Kromhoorn van het Positief
De Cymbel van het Positief

Dispositie

Manuaal I
(Hoofdwerk) C-c””
Manuaal I
(Positief)
Prestant 16′
Prestant 8′
Spitsgamba 8′
Open Fluit 8′
Bourdon 8′
Prestant 4′
Roerfluit 4′
Quint 2 2/3′
Octaaf 2′
Cornet V st
Mixtuur III-VII st
Trompet 8′
Clairon 4′

Holfluit 8′
Gemshoorn 8′
Zwegel 4′
Blokfluit 4′
Quint 2 2/3′
Octaaf 2′
Terts 1 3/5′
Superquint 1 1/3′
Cymbel III-IV st
Kromhoorn 8′
Regaal 4′
Tremulant


Manuaal III
in zwelkast
Pedaal
C-g”’
Prestant 8′
Bourdon 8′
Quintadeen 8′
Salicionaal 8′
Voix Céleste 8′
Prestant 4′
Nachthoorn 4′
Flageolet 2′
Tertiaan II st
Scherp III-IV st
Dulciaan 16′
Trompet 8′
Hobo 4′
Tremulant
Contrabas 32′
– akoestisch
Principaal 16′
Subbas 16′
Gedektbas 16′
Octaafbas 8′
Gedektbas 8′
Koraalbas 4′
Ruispijp IV st
Bombarde 16′
Trombone 8′


Koppelingen
Hoofdwerk-Positief
Hoofdwerk-Zwelwerk
Positief-Zwelwerk
Positief-Positief 16
Positief-Positief normaal af
Positief-Positief 4
Zwelwerk-Zwelwerk 16
Zwelwerk-Zwelwerk normaal af
Zwelwerk-Zwelwerk 4
Pedaal-Hoofdwerk
Pedaal-Positief
Pedaal-Zwelwerk

Speelhulpen
Vrij instelbare automatische pedaal omschakeling voor Positief en Zwelwerk
Zes vaste combinaties PP P MF F FF T, oplosser
Twee vrije registercombinaties, één voor gehele orgel en één deelbaar per werk
Generaal crescendo trede
Trede voor de zwelkast,
Zes voetpistons I-II, I-III, II-III, Ped-I, Ped-II, Ped-III
Vrije combinatie I, II, III en Ped
Tongwerken af
Mixturen af
16 af

Electropneumatische tractuur.
Gelijkzwevende stemming.

Fraaie foto’s van het orgel door Vincent Hildebrandt: Franseorgels.vhhil.nl

Meer info over de orgelgeschiedenis: Sint-Jan-Verborgen-plekken door Ben Maas

Organisten

De eerste katholieke organist was Petrus Aertgeerts, geboren in 1875 in Duffel (België) en op 10 oktober 1824 gestorven in Roosendaal nog in de schuurkerk. Zijn opvolger, Cornelis Maas, bespeelde het orgel slechts drie jaar. Hij stierf namelijk al in 1827. Enkele jaren later is hij opgevolgd door Antonius Somers, die op 2 maart 1799 geboren is in Oirschot. Hij was niet alleen organist, maar ook dirigent van het koor. Op 2 november 1887 is hij in de leeftijd van 89 jaar overleden. De laatste jaren was hij al vervangen door zijn zoon, Alois(ius Cornelis Adan) Somers, (* 19 april 1837, † 6 juni 1921) die op het koninklijk conservatorium in Brussel zijn opleiding kreeg. Hij kreeg assistentie van vader en zoon Tierolff en leidde zijn neef Adrianus (Petrus Henricus) Somers, (* 14 november 1879 † 31 mei 1944) mede op tot organist. Janus volgde lessen aan het conservatorium van Antwerpen.
In 1945 werd Kees Stolwijk benoemd. Kees was op 30 april 1918 als helft van een tweeling in Woerden geboren. Al op dertienjarige leeftijd werd hij benoemd tot organist in de R.K. kerk aldaar. Hij kreeg o.a. les van Jan Nieland, Jaap Callenbach en Hendrik Andriessen, de directeur van het Utrechtse Conservatorium. Na zijn huwelijk in 1942 met Corrie van den Bosch vestigde hij zich in Roosendaal. In 1950 werd hij benoemd tot directeur van de muziekschool, een functie die hij tot 1957 vervulde. Daarnaast had hij koren in Roosendaal, Breda en den Bosch. Hij ruilde in 1954 zijn werk als organist/dirigent in voor een baan bij het Rotterdamse conservatorium. Hij dirigeerde daarnaast steeds meer koren en ook de koorklas van het conservatorium. In 1969 werd hij algemeen directeur tot 1983. Hij heeft maar kort van zijn pensioen mogen genieten, op 24 september 1985 overleed hij in Toscane, waar hij ook is begraven.
Zijn opvolger, zowel als directeur van de muziekschool als als organist en dirigent voor de Sint Jan werd Jan Koenraad, die op 6 januari 1927 in Rijen was geboren. Als zestienjarige bespeelde hij het orgel in zijn geboorteplaats. Hij volgde lessen in Tilburg en Den Haag en in Antwerpen bij Flor Peeters. Tot 1967 was hij tevens dirigent van het Oratoriumkoor in Roosendaal. Het muzikale leven in de jaren zestig tot negentig van de vorige eeuw was ondenkbaar zonder Jan Koenraad. Hij nam op 5 januari 1996, na 42 dienstjaren, afscheid.
Katrien Koeyvoets werd in 1996 de eerste organiste van de Sint Jan. Zij genoot haar opleiding aan het Brabants Conservatorium in Tilburg. In 2003, bij sluiting van de Sint-Janskerk, verhuisde zij met de parochie mee naar de Paterskerk.

Concerten

Er worden in het huidige gebouw (nog) geen concerten gegeven.

Het kerkgebouw

De geschiedenis van de Sint Jan gaat terug tot de 13de eeuw. Deze kerk vormt samen met het oude raadhuis het hart van de stad. Het iconische kerkgebouw is van grote cultuurhistorische waarde voor Roosendaal. 

Roosendaal was aanvankelijk afhankelijk van de parochie Nispen. In 1268 werd er een kapel gebouwd die in het derde kwart van de 15de eeuw werd vervangen door een nieuwe kerk. In 1510 werd deze tot parochiekerk verheven, gewijd aan Sint-Jan de Doper. Evenals de parochie Nispen, berustte het patronaatsrecht van de Roosendaalse parochie bij de Abdij van Tongerlo. Gedurende het laatste kwart van de 16de eeuw, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, werd de kerk diverse malen zwaar beschadigd door brand en plundering (in 1572,1590 en 1600). In 1648 werd de kerk genaast door de protestanten en moesten de katholieken hun toevlucht zoeken tot een schuilkerk. In 1792 krijgt men toestemming de Sint Jan te herbouwen. De kerk was echter danig vervallen, zo werd het westelijke deel van de kerk in de 17de eeuw reeds goeddeels gesloopt.
De kerk werd in de 19de eeuw door de katholieken te klein bevonden. Daarom werd ze gesloopt en vervangen door een waterstaatskerk. Enkel de toren bleef bestaan, en de nieuwe kerk werd er tegenaan gebouwd. In 1839 werd de kerk geconsacreerd. De schuilkerk werd omgebouwd tot gasthuis.

Architectuur
De kerk is gebouwd in neoclassicistische stijl en werd ontworpen door de Antwerpse architect J. Franssen. Het gebouw werd in 1839 ingewijd. Ze heeft aan de voorkant een toren met een hoogte van 57,1 meter. De kern van de toren dateert waarschijnlijk uit het laatste kwart van de 15de eeuw, maar is sindsdien enkele malen gewijzigd. Zo werd ze in de 16de eeuw ommanteld en voorzien van een spits, die op zijn beurt in 1839 werd vervangen door een open achtkantige koepel.
Het interieur van de kerk wordt gedekt door een in stucwerk uitgevoerd tongewelf. De drie beuken worden door pilaren ondersteund.
De kerk heeft een hardstenen doopvont met gouden deksel en hardhouten banken en biechtstoelen. De twee koperen kandelaars dateren uit de tweede helft van de 15de eeuw en werden vervaardigd in het Rijnland. Een aantal barokke heiligenbeelden uit de eerste helft van de 18de eeuw zijn afkomstig uit de Abdij van Tongerlo, evenals de houten zij-altaren.

Deze bevatten neobarokke beelden uit 1840 door Jan Baptist van Hool. Samen met C.J. Rogier was Van Hool ook verantwoordelijk voor de neobarokke preekstoel, biechtstoelen, orgelkas en hoofdaltaar.

Norbertijnen
De norbertijnen van de Abdij van Tongerlo hebben tot 1971 priesters geleverd aan de parochie. Pas in 1979 werd de parochie formeel overgedragen aan het Bisdom Breda.

2003 Sint-Janskerk wordt sociaal-cultureel centrum
Door een samenvoeging van drie parochies is de Sint-Janskerk in 2003 buiten gebruik gesteld. Op 8 maart 2003 vond de laatste mis plaats. Het kerkgebouw werd daarna verbouwd tot een sociaal-cultureel centrum, dat op 22 januari 2007 officieel in gebruik is genomen.

In 2021 zijn er nieuwe plannen. Van de website Tongerlohuys:

Het plan is om op een kwalitatieve en rendabele manier de Sint Jan om te vormen tot een multifunctionele plek voor culturele en sociaal-maatschappelijke activiteiten. Alles onder één dak in het centrum van Roosendaal, vóór en dóór Roosendalers. De etalage van wat de gemeente Roosendaal allemaal te bieden heeft. Met het behoud van het historische karakter van de Sint Jan!

Multifunctioneel
Het plan kan gerealiseerd worden door een semipermanente verbouwing, zonder dat het rijksmonument beschadigingen oploopt. Tijdelijke aanpassingen dus, zodat de kerk altijd weer is terug te brengen in haar originele staat. Met de verbouwing worden er in de zijbeuken drie verdiepingen in de Sint Jan gecreëerd, bestaande uit meerdere glazen units. Hierdoor ontstaat meer vloeroppervlak. Deze units worden multifunctioneel en zijn van verschillende grootte, waardoor er voor uiteenlopende huurders ruimtes beschikbaar zijn. Het kan daarbij gaan om vaste verhuur als kantoorruimte, atelier, winkeltje, dansstudio dagbestedingsruimte of stadsbrouwerij. En daarnaast ook voor incidentele activiteiten zoals lezingen, exposities, muziekrepetities, concerten, debatten, creatieve happenings, een pop-up markt, boekenmarkt of de presentatie van de profielwerkstukken van Roosendaalse scholieren. Ook een condoleance bijeenkomst behoort tot de mogelijkheden of juist een feestelijkheid zoals de Lintjesregen of een diploma-uitreiking. 

Organisatie
Het idee is om de Sint Jan als aparte stichting onder te brengen binnen het CultuurCluster, zoals De Kring, CultuurCompaan en Erfgoedcentrum Tongerlohuys nu samen vormen. Op die manier ontstaat een zowel inhoudelijke als bedrijfsmatige samenwerking op het gebied van beleid, facilitair management, verhuur en controlling. Het CultuurCluster is al sterk verankerd in Roosendaal. Uiteraard gaan de plannenmakers graag in gesprek om ook de ideeën van inwoners te horen over de invulling van de Sint Jan.

Info

Orgelinfo: Piet Bron
Fotografie: Piet Bron, YouTube Cultuurcluster, Vincent Hildebrandt.
Verdere bronnen: o.a. Wikipedia, Ben Maas: ‘Verborgen plekken van de Sint-Jan (5): het orgel’