Oploo – Sint-Matthiaskerk

Orgel Concerten Orgelkring Kerk Info

Grote Straat 14
5841 AB Oploo
Locatie op Google Maps

Deze kerk zou per 1 juli 2013 gesloten worden, maar dankzij de inspanningen van Stichting KomOpPlo zijn de kerken in de Parochie Moeder van de Kerk nog open.

Geschiedenis van het Nolting-orgel (1790?)

±1790 nieuwbouw Nolting (?, Emmerich) voor ??
Het in Oploos orgel aangetroffen materiaal is van diverse makelij, en weerspiegelt het roerige verleden van dit orgel. Archiefonderzoek leerde dat hier in ieder geval gewerkt is door de orgelmakers Titz, Franssen en Winkels. De kas wijst evenwel op de destijds in Emmerik gevestigde orgelmaker Johann Daniël Nolting (1757-1848), maar documentair is hier helaas geen bevestiging van te krijgen. 

1845 herbouw Gebr. Franssen (Horst) in Sonsbeck 
Het orgel dat nu in Oploo staat komt uit Sonsbeck. Lang is verondersteld dat het oorspronkelijk uit een klooster stamde en dat het in 1803 naar Sonsbeck kwam. De potloodaantekening 18 H Drei 16 Mayboven in de kap van de rechter toren kan erop duiden dat het orgel in 1803 in de parochiekerk van Sonsbeck geplaatst kan zijn. Was het toen nieuw of kwam het van elders? Aannemelijker is echter de gedachte dat het in 1845 door de Gebr. Franssen uit Horst werd samengesteld uit hun voorraad en zo aan Sonsbeck geleverd als een gelegenheidsaanbieding of, zoals zij het noemden, een ‘economie-orgel’, ook al wekt Oploo’s Memoriale van 1862 de indruk dat het orgel al eerder in Sonsbeck stond. We lezen:‘in het jaar 1845 grootendeels vernieuwd, maar het voldeed aldaar niet goed om de grootte der kerk, maar voornamelijk om slechte constructie; en er was slechts een Clavier, maar was zoo ingerigt, dat het orgel verdeeld werd in manuaal, positief, Echo en vrij of afzonderlijk Pedaal.’

De dispositie luidde:

Groot OrgelPositief 
Claron 8′ B
Trompette 8′ B
Trompette 8′ D
Mixtuur 3 st 
Octaaf 2′ 
Prestant 4′ 
Bourdon 16′ D
Bourdon 16′ B
Principal 8′
________________
Echo
Bourdon 8′ D
Echofluit 4′
Octaaf 2′
Bas Fluit Dolce 8′
Viola di Gamba 8′ D
Viola di Gamba 8′ B
Flut travers 8′ D
Bourdon 8′ D
Bourdon 8′ B
___________________
Pedaal
Posaune 16′
Octaaf 4′
Pedalfluit 8′
___________________
Ventile
Pedalkoppel

1862 restauratie Winkels (Venray, na 1867 Boxmeer)
In 1860 besloot het Kerkbestuur van Oploo tot verfraaijing en verbetering der kerkmeubelen voor de in 1835 gebouwde kerk van Oploo van het ‘Jaarlijksche batig slot’ een orgel aan te schaffen. Men riep de hulp in van de landelijk vermaarde en veel geraadpleegde orgeldeskundige karmeliet Broeder Gregorius van Dijk (Kleef 1816-Boxmeer 1894). Deze stelde een uitvoerig ontwerp op voor een nieuw te laten bouwen orgel. Dit plan bleef liggen en Van Dijk zal het kerkbestuur hebben geattendeerd op het orgel van Sonsbeck. Op 6 juni 1862 verplichtte Johann Winkels (Wissen/Weeze 1830-Boxmeer 1907) zich het orgel over te plaatsen en uit te breiden (bron: Streekarchief te Grave). Op 21 mei 1863 werd hij met fl.783 betaald. In de memoriaal op de pastorie wordt slechts vermeld dat er meerdere malen werklieden van en naar Venray moesten komen, zonder Winkels met name te noemen. Hieruit valt af te leiden dat het orgel toen in Venray gestaan moet hebben. In dezelfde map in Grave is te vinden dat het orgel op 27 mei 1862 met 700 hollaendischen Gulden aan de pastoor van Sonsbeck betaald is.

Johann Winkels
Tussen de nu Duitse plaatsen Weeze en Kevelaer ligt de buurtschap Wissen. Rond het kasteel daar hadden zich verscheidene families gevestigd die elk hun eigen specialiteit hadden. De timmerman van Wissen kwam zo al sedert zeker de 17de eeuw uit de familie Winkels [1]. Als lid van minstens de vierde generatie werd op 1 juli 1830 Johann Baptist Winkels geboren als zoon van Christian Winkels en Johanna Terhoeven. Net als zijn broers leerde ook Johann het timmermansvak bij zijn vader in de werkplaats. Het ligt voor de hand dat Johann tijdens timmerwerkzaamheden in kerkinterieurs kennis gemaakt zal hebben met een andere ambachtsman, de orgelmaker. In het nabijgelegen Kevelaer was toentertijd de orgelmaker Wilhelm Rütter (1812-1887) werkzaam [2]. Van deze Rütter staat vast dat hij zijn orgelbehuizingen zelf vervaardigde; Rütters volgende werkzaamheden zijn bekend, waarbij Winkels aanwezig geweest kan zijn: Kevelaer (O.L.V. 1840 en de ‘Kerzenkapelle’ 1842/3), Zyfflich (H.Martinus 1841), Hartefeld (H.Antonius 1844), Zevenaar (1846), Sevelen (H.Antonius 1849) en Till (H.Vincentius 1860). Vast staat dat hij in 1856 als leerling betrokken was bij de bouw van Rütters orgel in Kleve-Düffelward [3]. In 1871 is er in ieder geval contact tussen Winkels en Rütter geweest toen de laatste een nieuw orgel leverde voor de kerk van de H. Martinus te Gennep; het oude instrument bracht Winkels over naar de kerk van de H. Dyonisius te Heijen. Evenmin is het ondenkbaar dat Johann als 26-jarige mee op karwei geweest is naar Hernen in Nederland toen Rütter daar in 1856 een nieuw orgel in de kerk van de H.Judocus plaatste. Behalve bij Rütter zal Johann Winkels ook in de invloedssfeer van Johann Daniël Nolting (1757-1848) uit Emmerik gekomen zijn; in verschillende plaatsen waar deze in Nederland werkzaam geweest is zien we Winkels als zijn opvolger: Arnhem (St. Walburg en St. Eusebius), Haps, Ledeacker (?), Ottersum, en in de Achterhoek [4]. Algemeen wordt aangenomen dat Nolting de leermeester van Rütter geweest is [5]. De eerste vermelding van zijn bezigheden als orgelmaker is te vinden in het Streekarchief ‘Land van Cuijk’ te Grave en wel in het Parochiearchief van Oploo: in 1862 wordt hem dan opgedragen het oude orgel van Sonsbeck naar Oploo over te plaatsen. Johann woont dan in Venray, waar hij in datzelfde jaar de balgen van het orgel in de Petrus Bandenkerk repareerde. Het is nog niet duidelijk waarom Johann naar Venray getrokken is; mogelijk was er een relatie met de franciskanen of franciskanessen, maar de plaats had ook een orgelbouwtraditie: vanaf ca. 1785 was Johann Reiner Titz (1749-1825) hier als orgelmaker werkzaam geweest. Na Titz’ overlijden werd diens orgelmakerij voortgezet door de Gebr. Franssen die in het nabije Horst woonden [6]. De orgelmakerijen van Franssen te Horst en die van Winkels te Venray hebben tot 1867 naast elkaar bestaan [7]. Van Winkels is bekend dat hij in Venray bij een hospita woonde, dus vermoedelijk was hij toen werkzaam bij de Gebr. Franssen. Toen de Franssens in 1867 verhuisden van Horst naar Roermond, besloot Winkels zich in Boxmeer te vestigen. Hij had hier in 1862 tenslotte organist broeder Gregorius van Dijk leren kennen, een orgeldeskundige met invloed in binnen- en buitenland. Bovendien had hij zo minder concurrentie te duchten van gevestigde vakbroeders als de al genoemde Franssen in Roermond, Van Dinter in Tegelen of Vermeulen in Weert. Broeder Van Dijk [8] was geboren in Kleef en stond op goede voet met Rütter, die broeder Gregorius’ in aanleg door Blasius Bremser in 1677 gebouwde Boxmeerse orgel in 1845 met een vrij pedaal had mogen uitbreiden. Toen Winkels het orgel in Oploo plaatste, verloste hij het van Franssens inferieure economieladen en voorzag hij het op aanwijzing van de Broeder Gregorius van Dijk van de beproefde mechanische windladen, precies zoals in 2008 gedaan is. Ook voorzag hij het orgel van een vrij pedaal.

[1] Standesamt Weeze (D.).
[2] A.W. Arbogast, Der Orgelbauer Wilhelm Rütter 1812-1887 in Geldrischer Heimat-kalender 1986. 
[3] A.W. Arbogast, Die Rütter-Orgel zu St.Mauritius in Düffelward erklingt in neuem Glanze in Kalender für das Klever Land 1998, 108-115.
[4] Broekhuyzen, G.H., Orgelbeschrijvingen (handschrift ca. 1850-1862), verzorgd en ingeleid door A.J. Gierveld, deel I (Amsterdam 1986)
[5] A.W. Arbogast, Wissel – ein gothisches Gehäuse und ein Orgelwerk von 1876 in Kalender für das Klever Land 1986, 138.
[6] W. van Kuilenburg, Het werk van de orgelmakersfamilie Van Eysdonck / Van Nistelrooy / Kuijte (‘s-Hertogenbosch 1983), 157.
[7] F.P.M. Jespers en W. van Kuilenburg, Gregorius van Dijk, een negentiende-eeuwse orgeldeskundige in ABRAHAM ZIEN en andere verhalen over het orgel (Voorburg 1985), 37
[8] ibidem, 35-51.

1868 kast gesierd met de drie beeldjes Geloof, Hoop en Liefde, geleverd door atelier Beuijssen (Boxmeer)
De vrije heerlijkheid Boxmeer was eeuwenlang een vrijplaats voor het katholieke volksdeel in het protestantse generaliteitsland dat Brabant na de 80-jarige oorlog geworden was. Dankzij de inspanningen van de geestelijkheid vestigden zich hier ondernemers met hun vaardigheden van hoog artistiek gehalte de religieuze cultuur een onbetwiste standing gaven. Al rond 1670 maakte Rhabanus Raab hier een monstrans en Rutger Joseph Raab (1755-1839) leidde hier als koopman en zilversmid een atelier waar vanuit tot ver in Pruisen de kerken van kostbaarheden werden voorzien. Vanaf 1835 was hier ook Jacobus Franciscus Beuijssen gevestigd. Als ‘Fabrikant van Kerk- en huismeubelen’ ontwierp en maakte hij met zijn medewerkers menig kerkinterieur van hoog artistiek gehalte. Vanwege de katholieke emancipatie was er volop werk. Zijn eerste orgelkas dateert van 1831. Behalve interieurs ontwierp en bouwde hij ook kerken (Siebengewald 1867 en 1876/7, Afferden, L. 1868, en Vortum 1879/80). De kas van Oploo is in 1868 door hem verfraaid met drie beelden van putto’s, geloof (kruis), hoop (anker) en liefde (hart) voorstellend.

1931 en ‘68 modernisering Vermeulen (Weert)
Omdat ook Oploo in de vaart der volkeren meeging, verving Vermeulen uit Weert die oude windladen in 1931 door toen moderne pneumatische exemplaren.

Toen de kas in 1932 werd opgekrikt om ruimte voor de pneumatiek te scheppen, verhuisden twee van de putti van Beuijssen naar een lagere positie, maar voor het beeld van de middentoren (nota bene het geloof met het kruis) was geen plaats (Zie de foto hierboven). Sjef Brouwers, de toenmalige organist, was daarover zo verbolgen dat hij pastoor Verhofstad te kennen gaf dat als er nog een beeld van het orgel verdween, ook hij niet meer als organist zou terugkeren. 

1991 revisie door Blummel (Oss)
In 1991 was de in Boxmeer gevestigde stichting ‘Johann Winkels – Kerkorgelfabriek – Boxmeer’ gaan inventariseren hoeveel sporen van Winkels er nog in de omtrek te vinden waren. Mede hierdoor werden de onderzoekers getroffen door de kwaliteit die met name dit instrument te bieden leek. John Blummel uit Oss maakte het instrument schoon en verrichtte de noodzakelijke reparaties om het orgel speelbaar te maken. Ton van Eck sprak toen al de wens uit om het orgel om te bouwen of het van een historisch binnenwerk te voorzien, maar die wens leek nog heel ver weg.

Hopelijk kunnen we de verdwenen putto met het kruis ooit terugplaatsen.

2008 restauratie Pels & Van Leeuwen (’s-Hertogenbosch)
Nu deed zich de mogelijkheid wel voor om deze wens, de ombouw naar een mechanisch orgel, te realiseren, en zo werd gekozen voor een orgel van het Rijnlandse type, de stijl waarin Johann Daniël Nolting zich manifesteerde. Afwijkend van dit type orgel is het vrije pedaal, maar het is goed dat deze echo van de Boxmeerse inbreng als regionaal trekje toch gehandhaafd blijft! De geschiedenis herhaalt zich en wat Winkels in 1862 deed, presteert orgelbouwer Pels & Van Leeuwen bijna 150 jaar later: de wedergeboorte van een orgel dat in zijn lange leven van veel orgelmakers iets meekreeg.
©Wout van Kuilenburg, Boxmeer 2008

De laatste restauratie van het orgel van Oploo
Rond 2004 werd de Orgelkring Gregorius van Dijk namens een anonieme groep orgelliefhebbers benaderd; deze groep had de wens te kennen gegeven het orgelbestand in onze regio te verrijken. Nadat wij ons hadden overtuigd van de legale herkomst van dit fonds zou in nauw onderling overleg met deze groep bezien worden of Oploo hiervoor in aanmerking kwam. Begin jaren 90 had Stichting Johann Winkels Kerkorgelfabriek te Boxmeer dit orgel tijdens een deelrestauratie al eens binnenstebuiten gekeerd en uitvoerig gedocumenteerd. De namens de K.K.O.R. ingeschakelde orgeladviseur Ton van Eck sprak toen al de wens uit het instrument, zeker vanwege de monumentale behuizing, te voorzien van een authentiek mechanisch binnenwerk. Vanwege de onhaalbaarheid op dat moment belandde dat plan onderin een la, maar nu deed zich de mogelijkheid voor om dit alles realiseren! 
De van Nolting bekende orgels hebben van origine slechts 2 klavieren en een aangehangen pedaal en van Franssen bestaat er helemaal geen economie-orgel meer als voorbeeld. Het toevoegen van een vrij pedaal werd rond het midden van de 19de eeuw vaker gedaan. Zo voorzag Wilhelm Rütter uit Kevelaer in 1844 op advies van organist Gregorius van Dijk het Boxmeerse Bremser-orgel met zijn manuaal, positief en echo- of recitklavier van een vrij pedaal met 4 afzonderlijke stemmen. Om praktische redenen en als hommage aan het Boxmeerse koppel broeder Gregorius/orgelmaker Johann Winkels wilden we het pedaal wel handhaven, zodat de contouren van een Rijnlands, midden 19de eeuws orgel zichtbaar worden. Een verschijning in het Land van Cuijk die de eeuwenlange verbondenheid van deze streek met Gelre klinkend onderstreept.

Op zondag 22 maart 2009 heeft Monseigneur Hurkmans, bisschop van ’s-Hertogenbosch, het gerestaureerde orgel ingezegend. Sindsdien werd het weer gebruikt voor de diensten in de Oplose parochiekerk.


Het orgel vlak voor de ingebruikname na de restauratie in maart 2009.

Dispositie

Na het herstel door Pels & Van Leeuwen is de dispositie:

Manuaal II (C-g”’)Positief I (C-g”’)
Bordun 16’
Prestant 8’ 
Bordun 8’ 
Prestant 4’ 
Flöthe 4’ 
Quint 3’ 
Octav 2’ 
Mixtur 4 fach
Trompete B/D 8’ 
_______________________
Manualkoppel B/D
Pedalkoppel

Gedact 8’ 
Flöthe Dolce 8’
Prestant 4’ 
Flöthe Does 4’
Octav 2’
Quint 1 1/3’
Flageolet 1’
Krummhorn B/D 8’
__________________
Pedal (C-d’)
Bordun 16’
Flöthe 8’
Octav 4’
Trompete 8’

Manualkoppel B/D en Pedalkoppel

0

Het pijpwerk op de hoofdwerklade. links in het midden zijn enkele ‘flessenpijpjes’ zichtbaar. Rechts vooraan kijkt u recht in de trompetbekers.


Het klavier tijdens de restauratie, met verwijderde registerknoppen.

Concerten 

Gratis toegang, vrije gave (richtbedrag € 5,-).

Als donateur weet u zich verzekerd van vrije toegang tot alle concerten en krijgt u tijdig een programma toegestuurd, indien gewenst per email.


Zondag 15 maart 2020
Geannuleerd vanwege coronavirusrisico’s.
Aanvang 16.00 uur.
Jan Verschuren, herdenking Martien Willems.  
Verleden jaar overleed op deze datum Martien Willems uit Oploo, een ware Mecenas die de realisering van het orgel in Oploo en de restauratie van het kabinetorgel in Gennep mogelijk gemaakt heeft, waarbij hij onze orgelkring van begin af aan in vertrouwen genomen heeft. Mis dit niet!  

Orgelkring Land van Cuijk en Noord Limburg ‘Gregorius van Dijk’

Concerten op dit orgel worden o.a. verzorgd door deze orgelkring.

De kerk

In 1501 werd de kapel van Oploo aan de H. Matthias gewijd. Tussen 1648 en 1672 was de kapel gesloten, maar hij werd daarna weer in ere hersteld. In 1831 werd hij afgebroken om plaats te maken voor de huidige Matthiaskerk. Oploo is de enige plaats in Noord-Brabant waar Matthias nog vereerd wordt. Behalve van de parochie is hij ook de schutspatroon van het plaatselijke gilde en de naamgever van de basisschool en het Matthias speltbier.
Na de Vrede van Munster in 1648 moest de kapel worden gesloten, omdat in Staats-Brabant de openbare uitoefening van de Rooms-katholieke godsdienst verboden was. In de meeste dorpen en steden werden de katholieke kerken overgedragen aan de (vaak zeer kleine) gereformeerde gemeenten. In Oploo woonden geen protestanten, dus moest de kapel gewoon op slot.
Na de inval van de Fransen in 1672 kregen de katholieken weer wat meer bewegingsruimte. Vicaris Joannes Michels maakte meteen van de gelegenheid gebruik om aan de vicaris-generaal van het bisdom Roermond te vragen de Matthiaskapel in Oploo weer voor de eredienst aan te wijzen. Het gebouwtje was na de politieke veranderingen meteen opgeknapt. Blijkbaar is dat allemaal gelukt, want een kleine twintig jaar later vragen de Oploose schepenen en dorpsbestuurders aan de bisschop van Roermond om net als vroeger aan hun vicarie vroegmissen te verbinden op zon- en heiligendagen. In de kapel werd immers al vóór 1648 getrouwd en werden kraamvrouwen ingeleid.
De kerk is opgetrokken uit baksteen met spaarzaam gebruik van natuursteen, langzamerhand uitgebouwd tot een ruime centraalbouw met gecompliceerde in stuc uitgevoerde gewelven. Het gebouw bestaat uit toren, dubbel transept met driezijdige sluitingen en nevenruimten, een koor van een travee met driezijdige sluitingen en aansluitend een plat gedekte sacristie en kinderkapellen.
De toren telt drie geledingen en dateert in oorsprong tenminste uit 1834. Van deze toren zijn na de ommetseling van 1905 in de blinde nissen nog delen van het metselwerk en de galmgaten zichtbaar. 
De in 1952 in grijstinten geschilderde kerkruimte bestaat gezien vanuit de toren uit een smalle, eenbeukige travee met tongewelf boven orgel en orgelgalerij. 

Het interieur
In de kerk onder meer een paneel van een houten biechtstoel uit 1730, vier panelen van een preekstoel uit het eerste kwart van de vorige eeuw, een Catharinabeeld van Petrus Verhoeven van kort na 1785, beelden van Hubertus (ca. 1800) en Isidorus (1875), een staakmadonna (18de eeuw), een H. Hartbeeld (begin 20ste eeuw), een mogelijk middeleeuws eikenhouten kruisbeeld, schilderijen van de Aanbidding der Wijzen (ca. 1600), de Annunciatie (ca. 1700) en Maria Tenhemelopneming (18de eeuw) en een neogotische kruisweg van het atelier Mengelberg (1901-1923). Het huidige hoogaltaar is in 1956-1962 gemaakt door H. van den Thillart uit Den Bosch. 

Info

Deze organisatie is vertegenwoordigd bij of lid van de Brabantse Orgelfederatie.