Grave – Elisabethskerk

Orgelhistorie Smits-orgel Kistorgel Concerten Muziek Kerk Orgelkring Info

Hoofdwagt 3
5361 EW Grave 
Locatie op google/maps

De orgelhistorie

tekst: Wout van Kuilenburg, Boxmeer 2004

1442 De organist kreeg naast zijn loon van 6 gulden ook jaarlijks een tabberd à 3 rijnlandse guldens. Mogelijk was Anthonie van Elen uit Maastricht de maker van dit vroegst bekende orgel.

1506 Bernt Granboem uit Emmerik stelt voor het orgel uit te breiden met een positief.

1520 Mr. Peeter, de stadsorganist, keurde in dit jaar het St.-Jansorgel in ‘s-Hertogenbosch. Na hem kennen we Absalom van Tilburg (1563) en de latere orgelmaker Floris Hocque (1566), die als zodanig met zoon Nicolaas vanuit Trier en Keulen grote furore maakte.

1566 Dirck Pannekoek uit Nijmegen sloot een contract voor vernieuwing en uitbreiding van het orgel. De dispositie zou worden uitgebreid met:

Dispositie

ManuaalPositief
Prestant 3′ [4′] 
Octave 1½’ [2′] 
Mixture scherp
Holpyep off Quyntedeen 6′ [8′] Cymbael 
Nasath 2′ [3′]
Geemschenhoeren 1½’ [2′]
Trompett 6′ [8′]
Regael 6′ [8′]
Oepen Fluyte 1½’ [2′]





Verder nog:
Tramblant voor beide werken zoals in ‘s-Hertogenbosch in het oxaalorgel
Tromme
Nachtegael

1602 Na de alteratie ging de kerk in protestantse handen over, en kerkten de katholieken in een schuurkerk.

1670 Pas rond 1670 werd binnen de stadsmuren van Grave een kerkenhuis gebouwd dat met het beleg van 1794 zo beschadigd werd, dat men voor 94 gulden de spanten en gebinten van de verwoeste Elisabethskerk opkocht om de noodkerk op te knappen. Ook verzocht men om de zoldering waarop de kas van het nieuwe orgel geplaatst was. Die kon dienen als zoldering voor hun gerepareerde oude orgel in het kerkenhuis. Dat kerkenhuis blijkt een volledig als kerk ingericht pakhuis te zijn geweest, gebouwd door Claes Peters aan de huidige Boreel de Mauregnaultstraat (toentertijd ‘Achter de Marstal’ geheten), nader gesitueerd door dr. Lenie van Lieshout. Ds. Losgert schrijft in zijn aantekeningen: Het kerkgebouw in de stad, hetwelk thans het Klein Magazijn genoemd wordt, staande tegen over het Nederduitsche Schoolgebouw van meester P. Hendrikx, werd in die dagen door de Roomschen tot een Kerkhuis ingerigt, zonder van buiten de vertooning eenen Kerk te hebben. […] 
Zij hadden zich ook van een eigen pastoor weten te voorzien, die zijne woning had schuins over hun Kerkhuis; welke woning gelegen was in den Hoek, palende aan het Groot-Magazijn; welk huis nu geene pastoorswoning meer is, maar thans bewoond wordt door den timmerman W. Lamers. In dit kerkenhuis klonk al in 1708 een orgel. In het verslag van de bisschop n.a.v. een visitatie lezen we dat de diensten er met zang en orgelspel worden gevierd. Misschien gebruikte men het huisorgel dat ‘Michiel den toelnaer’ alias Michaël Mercator (1491-1544) uit Venlo in 1536 geleverd had aan Floris van Egmond, de bewoner van het Graafse kasteel voor diens slot- of St.Joriskapel. Over de aard van het in het kerkenhuis gebruikte orgel is verder niets meer bekend dan wat blijkt uit de dagboeknotities, de ‘Organogravi’ van orgelmaker Nicolaas van Hirtum uit Hilvarenbeek. Hij noteerde in 1796: in dit jaar stemde ik t orgeltie in de roomse kerk in de stat graave. Een kleyn buroo orgeltie welk niet in deugt en was de oude orgel, door ’t bombardeeren van de Fransen met een bom in stukke geslagen. 

1792-1794 Bouw van een nieuw orgel door Johannes Hageman. Zie deze geschiedenis bij de Protestantse Kerk van Grave.

1796 Het aldaar in gebruik zijnde buroo orgeltie werd gestemd door Nicolaas van Hirtum uit Hilvarenbeek. Kennelijk heeft hij toen de opdracht voor een nieuw te bouwen orgel gekregen, want in 1797 leverde hij een neuw orgel op form van het oude. Oud materiaal zou in het nieuwe orgel gebruikt zijn. Het ligt voor de hand dat Grave de eerste decennia van de 19de eeuw dit nog nieuwe bureau- of kabinetorgel is blijven gebruiken.

1804 Met de heringebruikname van de Grote Kerk werd het nog vrij nieuwe orgel meegenomen. De restanten van het in 1794 nieuw opgeleverde ‘ketterse’ orgel dat bij de beschietingen van de kerk in 1795 zwaar beschadigd was, mochten de protestanten in 1806 meenemen naar de hun toegewezen Begijnhofkerk. De orgelmaker J.R. Titz uit Venray bracht de restanten naar de ‘nieuwe’ kerk over. Titz maakte in 1807 het Van Hirtum-orgel in de Grote Kerk schoon.

1843 Het orgel bleek niet in staat de grote ruimte te bespelen. Er werden plannen voor een nieuw gesmeed. De orgelmaker A.A. Kuerten uit Huissen verkocht het oude instrument aan de katholieke kerk van Heumen. 

Het F.C. Smits-orgel (1843)


foto Piet Bron

1843 F.C. Smits uit Reek leverde het nieuwe orgel in een kas van J.F. Beuijssen uit Boxmeer met vermoedelijk de volgende dispositie:

Manuaal I 
Rugwerk
Manuaal II  
Hoofdwerk
Bourdon 16′ 
Prestant 8′ 
Holpijp 8′ 
Fluittravers D 8′
Prestant 4′ 
Fluit B/D 4′ 
Octaaf 2′ 
Flagelet 1′ 
Trompet B/D 8′ 
Klairon 4′ 
Bourdon 16′
Prestant 8′
Holpijp 8′
Viola di Gamba 8′
Prestant 4′
Dulcina 4′
Octaaf 2′
Mixtuur 3 st
Bombarde 16′
Trompet 8′ B/D
Manuaal III  
Echowerk
Pedaal
(niet geplaatst)
Holpijp 8′
Baarpijp 8′ B
Veldfluit 8′ D
Echoholpijp 8′ D
Prestant 4′
Salicet 4′
Cifelet D 4′
Dulciaan 8′ B
Oboë 8′ D
Vox Humana 8′
Bourdon 16′
Prestant 8′
Holpijp 8′
Quint 6′
Octaaf 4′
Trompet 16′
Fagot 16′
Serpent 8′


4 koppels
4 afsluitingen
Ventiel Tremulant

Broekhuyzen wijkt hier en daar af en geeft:

Manuaal I 
Rugwerk
Manuaal II  
Hoofdwerk
Prestant 8′
Bourdon 16′
Holpijp 8′
Fluit travers D 8′
Prestant 4′
Fluit 4′
Octaaf 2′
Flageolet 1′
Trompet B/D 8′

Prestant 8′ 
Bourdon B. 16′ 
Viol di Gamba 8′ 
Holpijp 8′
Prestant 4′ 
Fluit 4′ 
Octaaf 2′ 
Bombarde B/D 16′ 
Trompet B/D 8′ 
Harmonica
Manuaal III 
Echowerk
Pedaal
Open fluit 8′
Holpijp 8′ B
Salcionaal 4′
Prestant 4′ 
Holpijp D 8′
Kromhoorn B/D 8′
Voxhuma 8′



ingerigt voor
1 vrij pedaal









koppeling
tremulant
ventil

1866 Een der vieringpijlers stortte in, waardoor het Rugwerk geheel vernietigd werd en het Hoofdwerk zowel als het orgelbalkon grote schade opliepen. Nadat het kerkgebouw hersteld was maakte men een nieuw balkon, nu in neogotische stijl. De Gebr. Gradussen uit Winssen voerden het herstel van het orgel uit. Dit leidde niet tot het gewenste resultaat, want al in 1882 klopte men weer aan bij de firma Smits, nu Smits II, die de zaak in orde bracht en het onderhoud weer op zich nam.

1919 De Gebr. Smits voerden naast technisch herstel ook enkele wijzigingen uit: zo werden de Prestant 4′ en de Cifelet 4′ discant van het Echowerk vervangen door een Salicionaal 8′ en Voix Céleste 8′ Disc. Hierdoor verloor het Echowerk zijn betrekkelijke zelfstandigheid.

1933 G.P. Bik uit Boxmeer voerde kleinere werkzaamheden uit.

1955 Een schoonmaak en de plaatsing van een ventilator werden door Verschueren gerealiseerd.

1981 Restauratie door Verschueren waarbij weliswaar de kamertoon hersteld werd, doch het Rugpositief achterwege moest blijven. Evenals het voormalige Smits-orgel te Reek en het Oirschotse orgel bevat het orgel te Grave een ‘orgelkamer’, waarin de windladen zich loodrecht op het front bevinden. Hierdoor is de klank minder direct; een element, dat door de makers bewust gekozen zal zijn. 


De huidige dispositie:

Manuaal II (C-f”’)  
Hoofdwerk
Manuaal III (C-f”’) 
Echo
Bourdon 16′ B/D
Prestant 8′
Holpijp 8′
Viola di Gamba 8′
Prestant 4′
Dulcena 4′
Octaaf 2′
Mixtuur 1′ 3 sterk
Bombarde 16′
Trompet 8′ B/D
______________________
Pedaal (C-d’)
aangehangen aan HW (II)
Holpijp 8′
Baarpijp 8′ B
Veldfluit 8′ D
Echoholpijp 8′
Prestant 4′
Salicet 4′
Fluit 2′
Dulciaan 8′ B
Oboë 8′ D
Vox Humana 8′



Manuaal I (C-f”’): Voorbereid voor Rugwerk

Manuaalkoppel
Pedaalkoppel
Trede voor de jaloezieën van het Echowerk. Tremulant en Ventiel

Toonhoogte: 415 Hz
Temperatuur: evenredig zwevend
Windvoorziening: vier spaanbalgen
Winddruk: 85 mmDetails over het pijpwerk:
Manuaal II C-f3, Hoofdwerk:
Bourdon 16 vt C-h0 eiken, rest metaal, B/D
Prestant 8 vt C-Gs in front (middentoren), rest op lade
Holpijp 8 vt 9 eiken, rest metaal, zeer wijd
Viola di Gamba 8 vt tin
Prestant 4 vt C-G in front, rest op lade
Dulcena 4 vt C-f2 gedekt, rest cilindrisch open, enge mensuur
Octaaf 2 vt 
Mixtuur 1 vt 3 sterk
Bombarde 16 vt metalen bekers en stevels, bas beleerd, enge Trompet-mensuur
Trompet 8 vt zelfde factuur, onbeleerd, B/D
Manuaal III C-f3, Echo:
Holpijp 8 vt C-G eiken, rest metaal
Baarpijp 8 vt open pijpwerk van zachthout, Bas
Veldfluit 8 vt cilindrisch open, prestantmensuur, Discant
Echoholpijp 8 vt zeer enge Quintadeen met opsnede van 1 op 2
Prestant 4 vt nieuw, mensuur gereconstrueerd
Salicet 4 vt mensuur Gamba, tin
Fluit 2 vt mensuur van Piccolo Ravenstein en Fluit 2’ Schijndel, eng beginnend en vrij wijd uitlopend
Dulciaan 8 vt Kromhoornmensuur, metaken kelen en stevels, onbeleerd, Bas
Oboë 8 vt zuidelijk model met wijde boventrechter, Discant
Vox Humana 8 vt zuidelijk Dulciaanregaal met dekseltjes in de vorm van ‘af- nemende maantjes’


 

De balgstoel.

Geraadpleegde Bronnen en Literatuur:
Broekhuyzen Sr., G.H., Orgelbeschrijvingen in manuscript ca. 1850-1862 (Amsterdam 1986), G 53 en H114.
Dijk, Gregorius van, Huisarchief Orgelkring.
Gregoir, E.G.J., Historique de la facture et des facteurs d’orgues (Antwerpen 1865/Buren 1972), 171.
Harst, J.J. van der, Het orgel in de St.-Elisabethkerk te Grave in Het Orgel, jg. 77 nr. 11, 381 e.v..
Jespers, F.P.M., Repertorium van Orgels en Orgelmakers in Noord-Brabant tot omstreeks 1900 (‘s-Hertogenbosch 1983), 110 e.v..
Kuilenburg, W. van, Grave, bijna zes eeuwen orgelstad (Elburg 2002).
Mixtuur, de, (tijdschrift over het orgel, Schagen) nr. 38, maart 1982, 304.
Smits-themanummer Het Orgel, uitgave van de N.O.V. (april 1990).
Vente, M.A., Die Brabanter Orgel (Amsterdam 1963), 100 e.v..

Copyright © Orgelkring Gregorius van Dijk

22-10-2020: datum bouwjaar gewijzigd van 1846 in 1843 n.a.v. dissertatie Jan Boogaarts.

Restauratie F.C. Smits-orgel 2016

Verschueren Orgelbouw is direct na Pasen begonnen met de grote restauratie van het F.C. Smits-orgel.
Deze dringende werkzaamheden aan het monumentale orgel nemen zo’n vier maanden in beslag.



Orgelpijpen worden met de meeste zorg van de windlade gehaald. Verpakt in kisten vervoert men deze naar Ittervoort, waar orgelbouwer Verschueren grondig controleert en waar nodig herstelt. 

  

De frontpijpen worden ter plaatse in Grave nagezien.



Naast een algehele schoonmaak, het dichten van lekkages inspecteert men het houtwerk en hang- en sluitwerk en verbetert men de toetsaanslag. 
Tevens neemt men een voorbereiding mee voor een eventuele, latere reconstructie van het oorspronkelijke rugwerk.

‘Een onvoorstelbaar verschil…! Het is werkelijk fantastisch! Het orgel klinkt nu zoals Smits bedoeld heeft!’ Aldus juichte pastoor R. Aarden, bepaald kritisch betrokken bij en aardig bekend met het in zijn ogen na het instorten, afgelopen augustus 150 jaar geleden, qua rugwerk nog altijd onvoldoend gereconstrueerde muziekinstrument!

Kistorgel van Hans Smits (1998)

De bouwer van het kistorgel in de kerk was de Gravenaar Hans Smits die het in 1998 vervaardigde.

Concerten

Niet-donateurs wordt vriendelijk gevraagd hun waardering kenbaar te maken via de collecte aan de uitgang.
Het richtbedrag van de Orgelkring is € 5,00


Zaterdag 7 oktober 2017
Deze kerk was onderdeel van de najaarsexcursie van de Brabantse Orgelfederatie. 

Muziek



Muziek van dit orgel staat op de cd Brabants Orgelrijkdom XXV.
Zie onze webshop.

Op YouTube

Gespeeld door Reinier Korver:
Max Reger: Jesus nimmt die Sünder an (4:28)
Max Reger: Gott des Himmels und der Erden (4:42)
Johann Ludwig Krebs: Herr Jesu Christ, du höchstes Gut (8:21)

Orgelkring Land van Cuijk en Noord Limburg ‘Gregorius van Dijk’

Concerten op dit orgel worden o.a. worden verzorgd door deze orgelkring

De Elisabethskerk

Rond 1240 is op deze plaats een romaanse kerk gebouwd onder het bewind van Hendrik III van Cuijk, gewijd aan de heilige Elisabeth van Hongarije (1207-1231) die in 1235 heilig was verklaard door paus Gregorius IX. De kerk werd in 1308 kapittelkerk. Door Jutta van Nassau, de tweede vrouw van de in 1308 gestorven Jan I van Cuijk, kon de kerk in 1312 enkele relieken van de heilige verwerven. 
Tijdens de stadsbrand van 1415 brandde de kerk geheel af. Onder Arnold van Egmont, hertog van Gelre van 1423 tot 1474, werd de kerk herbouwd. Van 1506-1516 werd zij vergroot en in 1535 uitgebreid met hoge kruisarmen. Achter de kruisarmen werden vijf lage dwarspanden gebouwd. In die tijd stonden er 17 altaren in de kerk. Ze was toen de grootste kruiskerk van wat nu Nederland is.
Omdat Grave een vestingstad was, werd ze regelmatig belegerd, waarbij ook de kerk vaak schade opliep. In de Tachtigjarige Oorlo, werd Grave in 1577 veroverd op de Spanjaarden. De kerk werd protestants. Na herovering van Grave door Spanje is de kerk van 1586 tot 1602 weer katholiek. Ten slotte werd Grave in 1602 opnieuw door de protestanten onder Prins Maurits veroverd, waarna de kerk bijna twee eeuwen door de Hervormden gebruikt werd. 
In 1674 werd tijdens het beleg dat een einde maakte aan de Franse bezetting, de torenspits en een deel van het middenschip verwoest, en ook het beleg van 1794 richtte veel schade aan. In 1798 werd de kerk weer aan de katholieken teruggegeven. Bisschop Joannes van Velde tot Melroy en Sart-Bomal, sinds 1802 in Grave gevestigd, bewerkstelligde dat de kerk enigszins werd hersteld en het interieur werd aangevuld met in Vlaanderen aangekochte kerkmeubelen. 
In 1874 stortte de toren in door blikseminslag. Er werd voor de restauratie geen geld uitgetrokken en sloop volgde. De kerk mist daardoor het westelijke deel, zodat ze voornamelijk nu het koor en dwarspand nog over is van de oorspronkelijk enorme kerk. Op de foto boven is rechtsonder nog te zien waar schip en toren eerst stonden.

In 1971 werd de kerk vanwege haar slechte staat gesloten en in 1974 begon men met de restauratie. Daarbij zijn fundamenten van de oude kerk aangetroffen. In 1981 werd de kerk weer in gebruik genomen. In 2002 werd de tweede kerk van Grave, de Hemelvaartkerk, gesloten en de Hemelvaartparochie bij die van de Elisabethparochie gevoegd. De klok van de Hemelvaartkerk werd in een klokkenstoel geplaatst op de plaats waar eens de toren van de Sint-Elisabethkerk had gestaan.

Bron: Wikipedia. 


foto 2016: pastoor Rene Aarden

Info

Fotos Wim van der Ros, tenzij anders vermeld.
Deze organisatie is vertegenwoordigd bij of lid van de Brabantse Orgelfederatie.

Laatste aanpassing 13 januari 2021.