Gemert – Kerk van Sint-Jans Onthoofding

Orgel Concerten Muziek Kerk Info

Kerkstraat 4 
5421 KX Gemert
Locatie op google/maps

Het F.C.Smits-orgel (1833)

Voor het huidige orgel dateren de plannen van rond 1830. Besloten werd het oude orgel van Jan van Dijck uit 1696 te verkopen aan Heeze waar het door de Gebrs. Franssen werd geplaatst.
Orgelbouwer F.C. Smits kreeg op 19 februari 1832 de opdracht een nieuw orgel te bouwen dat op 21 september 1833 werd opgeleverd en daarmee is het het oudst bewaarde orgel van Smits.

Het wapenbord aan het balkon onder het huidige orgel is nog overgebleven van het oude instrument van Van Dijck. (Foto Anton van Daal) 

Dispositie 1833

Hoofdwerk C-f”’ Positief
Bourdon 16′
Prestant 8′
Holpijp 8′
Viola di Gamba 8′
Octaaf 4′
Fluit 4′
Octaaf 2′
Mixtuur III st
Bombarde 16′ B/D
Trompet 8′ B/D


Holpijp 8′
Flute Travers 8′ D
Prestant 4′
Fluit 4′
Octaaf 2′
Flageolet 1′
Kromhoorn 8′ B/D
Clairon 4′ B
Tremulant
______________________
Pedaal C-d’
Aangehangen

Voordat de kerk van 1853 tot 1855 verbouwd en vergroot werd naar een neogotisch ontwerp van H.J. van Tulder demonteerde Smits het orgel. Na de verbouw, waarbij de kerk zijn huidige vorm kreeg, herplaatste Smits in 1856 het orgel. 
Bij de restauratie in 1877 door de gebroeders Gradussen werd het orgel op het balkon naar achteren geplaatst om voor de koorzangers meer ruimte te verkrijgen. De klaviatuur verhuisde naar de rechter zijkant van het orgel waardoor de mechanieken (nagenoeg) geheel moesten worden vernieuwd. Daarbij kreeg het nieuwe klavieren en registerknoppen. De dispositie van het onderpositief werd ingrijpend in romantische zin gewijzigd, maar het manuaal bleef ongewijzigd. De oorspronkelijke ornamenten die op de kas stonden opgesteld werden verwijderd, omdat er geen plaats meer was. 
De opkomst van de elektriciteit maakte in 1921 de orgeltrapper overbodig door plaatsing van een windmotor, die alleen op de derde (van onderen) van de vier oude balgen werd aangesloten. De verslechterende toestand van het orgel maakte een restauratie noodzakelijk. Dankzij een belangrijke gift in 1925 kwamen de plannen daarvoor in een stroomversnelling en kon het bisdom de plannen goedkeuren. Naast schoonmaak en herstel werd door F.C. Smits Junior een nieuw pedaalklavier (C-d¹) aangebracht en kreeg het manuaal een nieuwe Trompet 8 vt. Op het positief werd de nog originele Kromhoorn 8 vt vervangen worden door Voix céleste 8 vt (af c° en vanaf f dubbelkorig). Ook de balgen werden gerestaureerd.

Dispositie 1925

Hoofdwerk C-f”’ Positief
Bourdon 16′
Prestant 8′
Holpijp 8′
Viola di Gamba 8′
Octaaf 4′
Fluit 4′
Octaaf 2′
Mixtuur III st
Bombarde 16′ B/D  
Trompet 8′ B/D – 1925


Salicionaal 8′
Holpijp 8′
Flute Travers 8′ D
Viola 8′ – 1925
Vox Celeste 8′ – 1925
Melophoon 4′
Flûte Octaviante 4′ D
Flûte Douce 4′ B
Tremolo
______________________
Pedaal C-d’
Aangehangen

Daarna kwam het onderhoud in handen van Gebr. Vermeulen te Weert. Op een niet bekend moment is de toonhoogte gewijzigd naar a¹ = 440 Hz en werd het laatste originele Smits-tongwerk, een Bombarde 16 vt op het manuaal, verwijderd. Na een rapport uit 1953 van dr. M.A. Vente, waarin hij een – daarna niet uitgevoerd – advies gaf over een mogelijke restauratie, werd in 1963 het orgel onderzocht door Hans van der Harst en rijksadviseur H.L. Oussoren.

Orgelrestauratie 1986

Pas in 1985 kreeg Pels & Van Leeuwen de opdracht het orgel te restaureren met o.a. terugkeer naar de oorspronkelijke dispositie. De technische aanleg van 1877 met de klaviatuur rechts (vanuit de kerk gezien) bleef gehandhaafd. Windladen, windvoorziening, mechanieken en pijpwerk werden hersteld en de toonhoogte werd gereconstrueerd.

Een aantal registers moest nieuw worden gemaakt in oude factuur, waarbij de Trompet 8 vt en nog enig pijpwerk van Gradussen uit 1925 gehandhaafd bleef. De orgelkas en het oksaal werden opnieuw geschilderd en de frontpijpen belegd met tinfolie en bladgoud. Om budgettaire redenen kon de windvoorziening slechts in de bestaande aanleg worden hersteld en de Klairon 4 vt bascant van het positief niet worden geplaatst. 




Restauratie 2016
Bij de restauratie in 2016 door Verschueren Orgelbouw is het orgel geheel schoongemaakt. Al het pijpwerk is van de lades genomen, schoongemaakt en waar nodig gerestaureerd. Op diverse plaatsen werden ontbrekende zijbaarden weer aangebracht en bij een aantal pijpen is de steminrichtingen (in de opzetstukken van de vorige restauratie) gecorrigeerd in de stijl van Smits. De nog ontbrekende Klairon B 4 vt op het positief is nieuw gemaakt en geplaatst. De intonatie is geoptimaliseerd. De klaviatuur en de mechanieken zijn gereinigd, hersteld en opnieuw afgeregeld. Pijpstokken, roosters, slepen en afdichtringen werden schoongemaakt en waar nodig hersteld.

De vier originele spaanbalgen met balgstoel – de oudst bewaarde van Smits – zijn gerestaureerd en de balgstoel waar nodig verstevigd. De trapinstallatie is gereconstrueerd en de balgen opnieuw beleerd en van nieuwe scharnieren voorzien. Verder zijn de onderste drie balgen die door de windmotor worden gevoed, van nieuwe kanalen met rolgordijn voorzien. De bovenste balg speelt niet op de motor maar ‘doet slechts mee’ wanneer de wind getreden wordt. Proefondervindelijk is de winddruk thans vastgesteld op 86 mm Wk. Op deze druk hebben de lage tonen duidelijk meer draagkracht en is het gehele klankbeeld van het orgel kleurrijker.

Vermeldenswaard is dat het front een aantal niet-sprekende pijpen heeft. Zowel de zijvelden als een deel van de tussenvelden alsmede het positief hebben imitatiepijpen: houten planken met aan de voorzijde een mantel van orgelmetaal. In het front ‘niet van echt te onderscheiden’.

Dispositie 1986

Hoofdwerk C-f”’ Positief
Bourdon 16′
Prestant 8′
Holpijp 8′
Viola di Gamba 8′
Octaaf 4′
Fluit 4′
Octaaf 2′
Mixtuur III sterk
Bombarde 16′ D/B – 1986
Trompet 8′ D/B – 1925


Holpijp 8′
Fluittravers 8′ D
Prestant 4′
Fluit 4′ – 1833/1986
Octaaf 2′
Flageolet 1′
Kromhoorn 8′ D/B – 1986
Klairon 4′ B – 2016
Tremulant
______________________
Pedaal C-d’
Aangehangen

Manuaalkoppel.
Ventiel.
Toetstractuur en registertractuur zijn mechanisch.
Windlade(n) sleeplade.
Toonhoogte a’ = 415,3 Hz.
Temperatuur is evenredig zwevend.
Winddruk 86 mm.  

Mixtuur III sterk
C: 1′ – 1/2′ – 1/2′. 
c: 1′ – 1′ – 1/2′. 
c’: 2′ – 1′ – 1′. 
c”: 4′ – 2′ – 2′. 
c”’: 4′ – 4′ – 2′. 

Concerten 

Er worden hier geen concerten georganiseerd.

Muziek

Er is van dit orgel en deze kerk een portret-cd (boekje A5-formaat met cd) gemaakt. Te bestellen in onze webwinkel.

De kerk

De door heel Europa gehuisvestte ‘Duitse Orde’ die zich in 1220 in Gemert vestigde had grootse plannen met het dorp. Landcommandeur Iwan van Cortenbach, de baas van Alde Biesen in België, wilde er een regionaal religieus centrum van maken. De kerk stamt uit 1437 en is sterk verbonden met deze religieuze ridderorde, waarvan het Kasteel van Gemert ten zuiden van de kerk staat. In dat jaar werd Gemert een zelfstandige parochie. Daarvoor was zij een onderdeel van de parochie Bakel. Uit dit jaar dateert het middenschip, terwijl het koor en de sacristie uit 1467-1482 stammen. Aan de kerk is een ‘gerfkamer’ gebouwd, een kleine kamertje met hoog beschilderd plafond, dat door de tijd heen meerdere functies heeft gehad, van sacristie en bidkapel tot doopkapel en mogelijkerwijs ook als ‘hagioscoop’. Mensen met besmettelijke ziekten konden daar buiten de kerk vanachter een traliehek de communie ontvangen.



Na de Franse tijd.

De Duitse Orde had Gemert verlaten, gedwongen door de Franse legioenen van Napoleon. De kerkelijke vieringen hadden sterk te leiden gehad onder de Franse heerschappij. Na het einde van de Franse tijd in 1813 was de kerk te klein geworden voor het aantal kerkgangers.

De kerk is in 1853 verlengd richting kerkhof en ingrijpend verbouwd en uitgebreid in neogotische stijl door Hendrik Jacobus van Tulder. Hierbij is ook de toren toegevoegd. Deze is 57 meter hoog en bekroond door een naaldspits en diverse hoektorentjes. 



Het interieur wordt gedekt door witgepleisterde netgewelven. In de zijbeuken hangen schilderijen, één van de heilige Dominicus uit 1745 en één van Sint-Jan uit 1830. In de Mariakapel hangt een middeleeuws kruisbeeld en verder is er een 15de-eeuws hardstenen doopvont met koperen deksel, stenen wijwaterbakken en kruiswegstaties. De kerk bezit ook prachtige gebrandschilderde ramen en houtsnijwerk.

Het neogotisch hoofdaltaar is ontworpen door Hendrik van der Geld. 

De kerk is geklasseerd als rijksmonument.

Info

Gegevens en fotografie van het orgel: Piet Bron.

Laatste actualisatie 2 februari 2018