Boxtel – Heilig Hart van Jezuskerk (ontmanteld)

Baroniestraat 24
5281 JD Boxtel
Locatie op Google Maps


foto Piet Bron
De H. Hartkerk werd in 1901 in gebruik genomen. Bouwpastoor Frans Eras had de opdracht gekregen om in het snel groeiende Boxtel een tweede parochie te stichten. Het werd een neogotische kerk van architect Caspar Franssen. 

De kerk werd geroemd vanwege het gaaf bewaard gebleven neogotische interieur en staat dan ook op de rijksmonumentenlijst. Het rijke interieur stamt bijna geheel uit de tijd van bouwpastoor Frans Eras. De gebrandschilderde ramen zijn van Frans Nicolas. De kruisweg werd geschilderd door de Boxtelaar Frans Knirsch. Het hoogaltaar werd gemaakt door Hendrik van der Geld. Bijna al het andere beeldhouwwerk is van de hand van Jan Custers.
De kerk was onderdeel van de RK Verrijzenisparochie in Boxtel, die per 1 januari 2006 ontstond als gevolg van de fusie van de Sint Petrus-, H. Hart- en Maria Regina-parochie.

Per 4 januari 2015 is deze kerk onttrokken aan kerkelijk gebruik en dus gesloten.
Het gebouw is verkocht om er appartementen in te bouwen of evenementen te organiseren. In 2017 is het hoofdaltaar van de leegstaande Heilig Hartkerk gedemonteerd en vervoerd naar de Heilige Maria Presentatiekerk in Asten. Op de website van de Astense kerk is te zien hoe het altaar uit elkaar wordt gehaald en afgevoerd.
Het Piëtabeeld ging naar de Petrusbasiliek. Een kerk in Riga (Letland) kreeg een biechtstoel en een aantal attributen ging naar het Museum Boxtel. De kerkbanken, stoeltjes en andere zaken zijn in 2016 geveild. 
Het Verschueren-orgel is eind april 2021 gedemonteerd en afgevoerd naar een Poolse parochie in Krasnik. Meer info.

Verschueren-orgel (1937/1955) 

Het orgel is in 1938 door Verschueren gebouwd onder advies van rector Petrus de Bree. Het is ingespeeld door de Bossche organist Piet Hörmann. In 1955 breidde Verschueren het werk uit met en twee stemmen op het bestaande werk, en met een rugpositief (koppelwerk). In augustus 1955 werd het gerenoveerde orgel weer in gebruik genomen.

De dispositie 

Hoofdwerk:
(C-g”’)
Positief:
(C-g”’)
Bourdon 16′
Prestant 8′
Roerfluit 8′
Octaaf 4′
Fluit 4′
Octaaf 2′
Mixtuur IV-VI st
Trompet 8′

Bourdon 8′
Octaaf 4′
Blokfluit 4′
Nachthoorn 2′
Spitskwint 1 1/3′
Mixtuur III-IV st
Labiaal Clarinet 8′ 

Zwelwerk:
(C-g”’)
Pedaal:
(C-f’)
Kwintadeen 16′
Holpijp 8′
Gamba 8′
Prestant 4′
Fluit 4′
Piccolo 2′
Mixtuur III-IV st
Sesquialter II st
Hobo 8′
Tremulant
Prestant 16′
Subbas 16′
Octaafbas 8′
Gedektbas 8′
Prestant 4′





Koppelingen:
+II, I+III, II+III, P+I, P+II, P+III
1 vrije combinatie;
P MF F T
generaal crescendo;
tongwerk uit.

Tractuur electro-pneumatisch. 
Temperatuur evenredig zwevend.

Fotos Wim Verburg 2006
www.orgelsite.nl