Breda – Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk

Orgel Organisten Concerten Orgelkring Kerk

Kerkplein 2  
4811 XT Breda


Locatie op google/maps

De orgelgeschiedenis

De orgelgeschiedenis gaat terug tot 1410. Breda was in die tijd een belangrijke handelsstad.
In 1429 werden werkzaamheden aan het toenmalige orgel verricht door Mr. Jannes uit Brabant. 
Vanaf 1492 zijn de organisten van de kerk bekend.
In 1534 werd in het zuidertransept een voor die tijd groot orgel gebouwd. Het orgel had een hoofdwerk met 10 stemmen, een rugwerk met 4 stemmen (waaronder 3 tongwerken) en een pedaal met twee registers. 

Dispositie 1534 

HoofdwerkRugwerk
Prestant 6′
Koppelprestant 3′
Holpijp 6′
Fluit 3′
Gemshoorn 1 1/2′
Sifflet 1′
Mixtuur
Cymbel
Trompet 6′
Ruisende Cymbel.
Prestant 3′
Holpijp 3′
Kromhoorn 12′
Regaal 6′
Schalmei 3′
________________
Pedaal
Prestant 12′
Trompet 6′

Er was nog een aparte borstwerklade met 3 registers, zonder eigen klavier. Het kan zijn dat Hendrik Niehoff, de Brabantse orgelbouwer die in 1533 het orgel in de Sint-Janskathedraal in ‘s-Hertogenbosch had voltooid, de bouwer is, maar ook is mogelijk dat Hans (Jan) Graurock uit Zutfen het gebouwd heeft. In 1536 leverde hij een klein orgel voor het koor.
In de jaren 1543, 1546 en 1549 werkt de Bredase orgelbouwer Ysbrant Claeszone aan het instrument. Niet bekend is, welke stemmen hij aan het orgel heeft toegevoegd. Vóór de beeldenstorm worden de meeste orgelpijpen opgeslagen in een kelder van het stadhuis. Misschien heeft men de grootste pijpen kunnen veiligstellen en zijn die als gevolg daarvan verloren gegaan. In de periode die volgt wordt de kerk afwisselend katholiek en protestant, waarbij door diverse orgelmakers reparaties aan het orgel uitgevoerd en uitbreidingen gemaakt worden.
In 1664 werd besloten om de gemeentezang van de inmiddels protestantse kerk met orgel te gaan begeleiden.

Periode Jacobus Zeemans
Dan wordt in 1693 Jacobus Zeemans als organist benoemd, die de toen blind geworden organist opvolgde. Zeemans was ook orgelmaker. Hij heeft in Breda en omgeving vele orgels gebouwd en in onderhoud gehad: naast de Grote Kerk de Markendaalse Kerk (1711) en de R.k.-Schuilkerk (1722). De plaats van het instrument was niet erg geschikt voor zangbegeleiding, daarom bood Zeemans aan het orgel te verplaatsen naar de torenwand. De plannen hiertoe dateerden reeds uit 1694, maar deze werden uitgesteld door een torenbrand in dat jaar. Hij kreeg de opdracht in januari 1711, en was in december 1712 klaar. Hij kreeg ook de opdracht het orgel te moderniseren, maar hij veranderde niets aan de klavieromvang en de windladen. 


Een afbeelding van een ansichtkaart uit 1910.
Zo zag het Jacobus Zeemans-orgel er tot 1938 uit.

Zeemans maakte van de oude hoofdwerkkas een rugwerk, en werd een nieuwe hoofdwerkkas gemaakt. Het pedaal en het borstwerk kwamen te vervallen. In de kerk werd een gordijn gespannen om het koor van het schip te scheiden. De nieuwe hoofdwerkkas was door hem gebouwd samen met stadstimmerman Van Gils. Het werk moest goedkoop blijven. Er is dan ook veel oud materiaal gebruikt. De loze frontpijpen waren van hout gemaakt. De dispositie werd zelfs kleiner dan die van het oude orgel.
Na Zeeman’s dood op 13 oktober 1744 (hij werd in de Grote Kerk begraven bij de ingang van het zuidertransept) wordt Johan Heinrich Hartmann Bätz, leerling van de beroemde Christiaan Müller, rond 1758 gevraagd voor groot onderhoud aan het orgel. Hij maakte nieuwe balgen, en verving een deel van het pijpwerk door nieuw.

Dispositie 1774 (volgens Hess):

ManuaalPositief
Holpyp 8′
Octaav 4′
Super Oct. 2′
Gemshoorn 2′
Quint 3
Sup. Quint 1 1/2′
Scherp
Cornet
Mixtuur
Trompet 8′
Quintadeen 8′
Praestant 4′
Octaav 2′
Sexquialtra
Tertiaan
_______________
Pedaal
Aangehangen


De oude windladen uit 1534 werden pas in de jaren 1785-1792 vervangen. Het orgel werd in die jaren uitgebreid en vernieuwd door Johannes Schot uit Breda (1785-1789) en Anthonie Christiaenen (1790-1792). Het orgel had toen 13 registers op het hoofdwerk, en negen op het rugpositief, en een aangehangen pedaal. 
Gedurende de negentiende eeuw bleef het instrument ongewijzigd. Het onderhoud was in handen van Cornelis van Oeckelen, die in 1815 enkele kleine veranderingen doorvoerde en later van de fa. Stulting & Maarschalkerweerd die groot herstel uitvoerden in 1843.
In 1893 werd het instrument gerestaureerd en aangepast aan de smaak van de tijd door J. van den Bijlaardt. Hij maakte een zelfstandig pedaal, en verving enkele stemmen door andere.

Al vanaf de jaren dertig was de kerk geregeld in restauratie. Het gevolg was dat het orgel werd gedemonteerd, en op verschillende plaatsen (zonder kas) werd opgesteld. 


Foto J.A.Meyster

In 1938 restaureert H.W. Flentrop te Zaandam het orgel op initiatief van organist Willem Mathlener onder toezicht van mr. A. Bouman van de Nederlandse Klokken- en Orgelraad.

Het Hillen-orgel (1969)



Het orgel heeft de kleuren van het huis Nassau: blauw en goud

Na afronding van de meer dan vijftig jaren lange kerkrestauratie is in 1956 aan D.A. Flentrop in Zaandam de opdracht verstrekt om met gebruikmaking van zoveel mogelijk bestaand materiaal een geheel nieuw orgel te bouwen. De oude kas werd gesloopt, omdat ze geen artistieke waarde zou hebben, maar vooral omdat ze te klein was voor de nieuwbouwplannen. De toenmalige organist, Jaap Hillen, bracht een oud Belgisch orgel (± 1760) in dat als Borstwerk (het vierde klavier) werd ingebouwd. De waarschijnlijk uit de tweede helft van de 17de eeuw stammende bewaard gebleven kas van het Rugwerk is, inclusief de door een onbekende schilder met olieverf beschilderde luiken uit diezelfde tijd, gebruikt in de opbouw van het geheel.

Dit is dus, op wat 16de eeuws pijpwerk na, het oudste deel van het huidige orgel. Het nieuwe instrument werd in 1969 voltooid, het lofwerk pas in 1975. Het nieuwe orgel bevat geen werk meer van Zeemans.
De Hobo 8′ van het Bovenwerk is van de orgelmaker Anneessens en afkomstig uit de voormalige R.-k. Kathedraal te Breda. De Schalmei 8′ van het Bovenwerk is uit een orgel in Walshoutem afkomstig en rond 1750 gebouwd door J.B. le Picard. 
Het resultaat is een orgel met 3780 pijpen verdeeld over 53 sprekende stemmen, waarvan 9 tongwerken, op 4 manualen en pedaal.

Na de restauratie van het kerkgebouw in 1998 bleek het orgel op verschillende punten in slechte staat te verkeren. Er was tevens schade ontstaan doordat een inbreker zich in juni 1997 in de kas van het orgel had verstopt. Hierbij was veel pijpwerk geknakt en gebroken. Een restauratie was noodzakelijk, en deze werd door Jan van den Heuvel uitgevoerd in 1999/2000. Naast schoonmaken en reviseren werd het orgel ook opnieuw geïntoneerd. De Vox Humana van het Borstwerk was zo slecht, dat een nieuw exemplaar werd gemaakt. Op verzoek van de organist Jaap Hillen, die ook als adviseur optrad, is achter het orgel tegen de muur een buisklokkenspel aangebracht, dat vanaf het vierde manuaal te bespelen is. Op 28 mei 2000 kon het orgel weer in gebruik worden genomen.


Foto Ron van Galen

Dispositie 1969

HoofdwerkRugwerk
Prestant 16′
Prestant 8′
Roerfluit 8′
Octaaf 4′
Quintadeen 4′
Quint 3′
Octaaf 2′
Mixtuur IV-V st
Scherp III-IV st
Cornet V st
Trompet 16′
Trompet 8′

Prestant 8′
Holpijp 8′
Octaaf 4′
Fluit 4′
Octaaf 2′
Quint 1 1/3′
Mixtuur IV st
Sexquialter II st
Dulciaan 8′
Tremulant



BovenwerkBorstwerk
Gedekt 16′
Prestant 8′
Holpijp 8′
Viola 8′
Octaaf 4′
Open fluit 4′
Nasard 3′
Fluit 2′
Terts 1 3/5′
Flageolet 1′
Mixtuur IV st
Schalmei 8′
Hobo 8′
Gedekt 8′
Quintadeen 8′
Prestant 4′
Roerfluit 4′
Gemshoorn 2′
Quint 1 1/3′
Cornet V st
Vox Humana 8′ B/D
Tremulant 
Klokkenspel (24 tonen) 
Cimbelstern


Pedaal
Prestant 16′
Subbas 16′
Octaaf 8′
Gedekt 8′
Roerquint 6′
Octaaf 4′
Nachthoorn 2′
Mixtuur V st
Bazuin 16′
Trompet 8′ 
Klaroen 4′

Manuaalomvang C-g”’ (borstwerk zonder fis”’)
Pedaalomvang C-f’
Toetstractuur mechanisch.
Registertractuur mechanisch.
Sleepladen.

 
Foto Piet Bron

‘Hillen’-orgel
Bij een feestelijk concert door Aart Bergwerff en Bert Mooiman voor het 50-jarige orgel op 22 juni 2019 is de naam van het orgel omgedoopt in ‘Hillen-orgel’. Deze naam die onlosmakelijk met dit orgel is verbonden, is die van Jaap Hillen. Hillen was van 1949 tot 2008 organist van de Grote Kerk en destijds de grote meester achter de totstandkoming van het nieuwe orgel. Daarom werd het instrument tijdens het jubileumconcert omgedoopt in Hillen-orgel.

Het J.S. Strümphler kabinet-orgel

Het kabinet-orgel (fotos Wim vd Ros)

Het koororgel in de Grote Kerk is een kabinetorgel, gebouwd door Johannus Stephanus Strümphler in 1778. Waarschijnlijk is het gemaakt voor een particulier. Het orgel werd op 16 juli 1837 door Jonathan Bätz in de Hervormde Kerk van Alphen aan de Maas en Maasbommel geplaatst. Leonard van Nistelrooij vernieuwde in 1873 de Viola. In 1913 is het door een particulier uit Oisterwijk gekocht via de firma Smits in Reek. In de jaren daarna kwam het in het bezit van notaris Bijvoet te Deventer, die het uitleende aan de studentenparochie in Nijmegen. Op deze locatie leed het orgel veel schade door verwarming. Uiteindelijk was het orgel onbespeelbaar. Tenslotte is het in 1969 na restauratie door Flentrop Orgelbouw in de Grote Kerk van Breda geplaatst. De kas, windlade, mechaniek en het houten pijpwerk zijn nog origineel. Al het andere pijpwerk is bij de restauratie nieuw gemaakt, naar voorbeeld van het Strümphler-orgel in Naarden (Bachvereniging). Officieel is de Stedelijke Muziekschool van Breda eigenaar van het orgel. Op 5 juli 1981 is het instrument in gebruik genomen met een concert door Jaap Hillen, die ook verantwoordelijk was voor de aankoop, en die adviseerde bij de restauratie.

Dispositie 1969

Manuaal C-f”’ 
Holpijp 8′
Prestant 8′ D 
Viola di Gamba 8′ D
Prestant 4′ D/B
Fluit 4′ D/B – bas uit 1778 
Roerquint 3′ B
Octaaf 2′ D/B
Sesquialter II st D

Toetstractuur mechanisch
Registertractuur mechanisch
Windlade(n) sleeplade

Gegevens Piet Bron

Organisten

Jaap Hillen was van 1949 tot 2008 organist van de Grote Kerk.
De huidige organist is Aart Bergwerff

‘Orgelconcerten Jong Talent’ – 2021

Voor de concerten in juni en juli geeft ArtUnOrganized het podium aan jonge orgeltalenten die ieder een concert verzorgen op de woensdagmiddagen van 9 juni tot 7 juli 2021 van 12.45 tot 13.30 uur. 
Toegang gratis, vrije gift na afloop.

Zeer getalenteerde studenten op verschillende niveaus van bachelor- en masteropleidingen en van verschillende conservatoria.
Bij deze Jong Talent concerten vooraf reserveren via deze link.

Woensdag    9 juni: Elisabeth Hubmann (Conservatorium van Amsterdam)
Woensdag  16 juni: Marc Schippers (Fontys Conservatorium Tilburg)
Woensdag  23 juni: Vincent de Ridder (Codarts Rotterdam)
Woensdag  30 juni: Poppeia Berden (Conservatorium Maastricht)
Woensdag   7 juli: Cornelis den Ouden (Codarts Rotterdam)

Naast de Jong Talent concerten is ook de tentoonstelling Royal Fashion Design in de Grote Kerk te bezoeken, gratis op woensdagen en zondagen.

‘Bach op zondag‘ concerten 2021

Een initiatief van de Stichting Grote Kerk Breda: orgelbespelingen op het monumentale Hillen-orgel van de Grote Kerk op de zondagmiddag.
Ieder seizoen wordt het oeuvre van Johann Sebastian Bach in een ander perspectief geplaatst…..

Aanvangstijd 12.00 uur. 
Toegang vrije gift na afloop.

OrgelStorm Internationaal Orgelfestival 2021

Het centrum van Breda vormt om het jaar het podium voor het internationale OrgelStorm festival. In 2021 weer….

Stichting Art UnOrganized

Organisatie stichting Art UnOrganized, in samenwerking met Grote Kerk Breda en Protestantse Gemeente Breda. 
Alle info: www.artunorganized.nl

Geschiedenis van de Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk

De 15de-eeuwse Grote Kerk van Breda is een gebouw met een rijk cultuurhistorisch verleden. Niet alleen de imposante architectuur van de buitenzijde van het gebouw, maar ook de in de kerk aanwezige monumenten, gewelf- en muurschilderingen maken het gebouw tot het belangrijkste monument van Breda. Zeer bijzonder is de Prinsenkapel met zijn met bladgoud beklede plafond, waar de voorvaderen van ons Koninklijk Huis begraven zijn.

De Grote of O.L.V. Kerk in Breda schrijft 750 jaar geschiedenis. De eerste vermelding van een stenen kerk in Breda staat in een oorkonde uit 1269 van Elisabeth van Breda en Arnoud van Leuven, de toenmalige Heer van Breda. Daarui blijkt dat in het midden van de dertiende eeuw de toen bestaande kerk door een nieuwe werd vervangen: ‘dor de nohit en de dor dorbere der kerken van Breda tir thiet, doen men makede den stenne monster te Breda’
In 1303 werd de kerk verheven tot kapittelkerk. In 1410 werd begonnen met de huidige kerk op de plaats van haar voorganger. Allereerst werd het koor gebouwd, aanvankelijk zonder kooromgang. Vervolgens ontstond het schip met de zijbeuken en het transept. Van dit deel werd de bouw in 1468 afgesloten. Nadat in 1457 de oude toren was ingestort, werd van 1468 tot 1509 de huidige toren gebouwd. Hierna kwamen de zijkapellen van het schip tot stand (voltooid in 1526) en de Prinsenkapel ten noorden van het koor (1520-1525). Ten slotte werd van 1526 tot 1536 de kooromgang met de Niervaartkapel opgetrokken. In 1547 was de kerk voltooid.
In 1449, terwijl de bouw van de kerk in volle gang was, werd het Sacrament van Niervaert er ondergebracht. Dit was een wonderbaarlijke hostie, die talrijke pelgrims naar de kerk lokte. Iß n 1566 vond de Beeldenstorm plaats in de kerk. Na de Reformatie wisselde de kerk enkele malen van eigenaar om in 1637 definitief protestants te worden; in 1648 werd ook het kapittel opgeheven. In 1694 brandde de oorspronkelijke bekroning van de toren af. De huidige spits dateert uit 1702. Vanaf 1843 hebben er restauratiewerkzaamheden plaatsgevonden aan de kerk. De laatste grote restauratie duurde van 1993 tot 1998.

Het interieur
De kerk heeft een grote hoeveelheid kunstvoorwerpen die de Hervorming overleefd hebben. Hieronder vallen vooral de grafmonumenten uit de 14de tot 16de eeuw. Een voorbeeld staat hieronder:

Grafmonument Engelbrecht I van Nassau
Dit 8 meter hoge praalgraf liet Jan IV van Nassau aanbrengen tegen een van de wanden van de kooromgang. Het monument herdenkt Engelbrecht I van Nassau, zijn vrouw Johanna van Polanen, Jan IV van Nassau zelf en diens vrouw Maria van Loon-Heinsberg.
Het rond 1475 gebouwde monument is gemaakt van fijne, zachte Franse kalksteen. Het doet denken aan graven in de kathedraal van Burgos die voor de onbekende kunstenaars model zullen hebben gestaan. 
Het monument is een driedimensionale retabel waarin de beide stichters en ook Engelbrecht en Johanna geknield voor een Madonna met kind bidden. Achter hen staan hun patroonheiligen Hiëronymus (met kardinaalshoed) en Johannes de Doper rechts en de geharnaste Sint-Joris en Sint-Wendelinus links. Twee engelen houden een baldakijn vast en daarboven een boog met het wapenschild van de Nassaus. Een centraal geplaatst Mariabeeld ontbreekt sinds 1624. Architect Pierre Cuypers restaureert het monument in 1860. Daarbij werden de ontbrekende figuren aangevuld en zelfs extra toegevoegd, zoals de twee engelen en de baldakijn. In 1996 is het monument uit elkaar gehaald en van roestend ijzer ontdaan; met roestvrijstalen pennen en krammen is het weer opgebouwd en vastgezet en gereinigd. 

Verder bevinden zich in de kerk een aantal muurschilderingen, waaronder een 15de-eeuwse Verkondiging in de stijl van de Vlaamse Primitieven en een schildering van Sint Christoffel.
In de kerk bevinden zich ten slotte een geelkoperen doopvont uit 1540, gemaakt door Joos de Backer uit Antwerpen, een koorgestoelte uit 1440 met gesneden misericordes, een 17de-eeuwse preekstoel en prinsenbank en een drieluik uit het atelier van Jan van Scorel, ‘De vinding van het ware kruis’.

Meer info
Een zeer uitgebreide geschiedenis van de kerk is te vinden op www.grotekerkbreda.nl/historie

Laatste actualisatie 1 juli 2020

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Orgellocaties