Boxmeer – Karmelietessenklooster (1666-1974)

Ruprecht-orgel Vollebregt-orgel Winkels-orgel Verschueren-orgel Info

Dokter Peelenstraat 6-8
5831 EG Boxmeer
Locatie op GoogleMaps

Bij testament bestemde deken Antonius Peelen zijn huis Elzendaal (Elsendael/Elzendael), met het nabij gelegen huisje Emmaus, op 6 juli 1666 tot stichting van een vrouwenklooster. De voorwaarde was dat de zusters de meisjes uit Boxmeer goed onderwijs zouden geven. Een probleem daarbij was dat de Karmelietessen vanouds slotzusters waren, en ze nu in de wereld moesten komen. Overigens was het geven van regulier onderwijs aan meisjes in die tijd zeer vooruitstrevend.
Het klooster werd in 1667 overgedragen aan de toen pas gestichte karmelietessengemeenschap. Het klooster, gewijd aan Maria Magdalena de’ Pazzi, kreeg de eerste zusters in 1672.
De bouw van het nieuwe klooster begon in 1682 met de oostvleugel, de zuidvleugel en de kapel.

Ruprecht-orgel (1703)

Hier bouwde de plaatselijke orgelmaker Conrad II Ruprecht in 1703 een orgel. Pater Benedictus Buns bespeelde het bij de inwijding op 2 oktober van dat jaar.

In 1709 werden de gebouwen inwendig verbouwd. In 1720 volgde een uitbreiding met een noordvleugel en een westvleugel. Het bakstenen gebouw in barokstijl telt dus vier vleugels rond een kloostergang. Tussen 1732 en 1734 werd de oudste kern, het huis Elzendaal, vervangen door een pensionaatsgebouw, dat in 1842 weer gesloopt werd.

Vollebregt (1854)
Het eerstvolgende orgelbericht dateert dan van 1854, als men Vollebregt uit ‘s-Hertogenbosch met het orgel meende te moeten inlaten. Een brief d.d. 21 mei 1854 van Vollebregt aan Broeder Gregorius van Dijk vermeldt de volgende dispositie (na de uitbreiding?):

1 Bourdon    8 voet  
2 Viola dag  4
3 Prestant    4 
4 Roerfluit    4
5 Octaaf       2
6 Tongwerk  8
7 Gedakt       8
8 Salicional    8 C-H in Gedakt
 9 Flauto dolce 4
10 Gemshoorn  2


Deze wijze van noteren doet vermoeden dat het hier om een tweeklaviers orgel zou kunnen gaan, maar dat valt nergens te verifiëren.
In dezelfde brief raadt Vollebregt ter wille van de soliditeit van de constructie af de klavieromvang tot d3 uit te breiden. Dat wil zoveel zeggen als dat het orgel toen nog de oorspronkelijke lade van 48 cancellen (C,D-c3) gehad heeft. Een van de zusters die dit (of het volgende?) orgel nog bespeeld hebben meent overigens dat het een manuaal van C tot d3 had.
Of Vollebregts plan ooit werd uitgevoerd is niet bekend.

Nieuw (Vollebregt?) orgel 1854

De klooster-archieven spreken van een nieuw orgel waarvoor fl. 1100 aan Vollebregt & Zn. betaald is. De inwijding vond plaats op O.L.Vr. Hemelvaart 15 augustus 1854. Het is dìt instrument dat Winkels in 1890 ombouwde of verving en in 1896 van de balustrade naar de achterwand van het oxaal verplaatste.
Toen werd het tevens van een Pedaal voorzien. Het archief meldt dat Enkele Registers bij de restauratie van het orgel [er] uit gelaten werden, en Andere Registers worden erin gedaan. De kosten bedroegen niet minder dan fl. 1035.18. Al met al is niet duidelijk of Vollebregt dan wel Winkels in later tijden de bestaande laden en het regeerwerk opnieuw benutten of alleen enig pijpwerk.
Mogelijk werd de lade van het orgel uit 1854 in 1889 gebruikt voor Winkels’ nieuwe orgel in de kapel van de zusters Monialen Redemptoristinnen (Rode Nonnen) te Sambeek.

Winkels-orgel 1889

De pers berichtte het volgende:
BW 6-12-1890 (Kerkelijke Courant en Nederlandsche Katholieke Stemmen, beide 21-12-1890 nagenoeg zelfde bericht.)
Orgel voor de Carmelieten van Elzendaal, gebouwd door J. Winkels
Onder de vele kunstwerken welke de heer J. Winkels, orgelmaker alhier, gedurig aflevert behoort ook zeker gemeld te worden het onlangs door hem verplaatst en gedeeltelijk vernieuwd orgel in de kapel van het oude Carmelietenklooster.
De lieflijke harmonie der verschillende registers, die de scherpe en onaangename klanken van vroeger vervangen heeft, wordt door kenners en liefhebbers zeer geroemd.
Alle eer komt daarvan toe aan de heer J. Winkels, door wiens talent deze kapel met dit kunststuk is verbeterd.

Uitbreiding 1896
Een uitbreiding vond plaats in 1896, toen Winkels voor fl. 700 een vrij pedaal toevoegde. De pers daarover:

Boxmeers Weekblad, 17 oktober 1896:

Graafsche Courant 21-10-1896  en  De Tijd, 14-10-1896:
Heeft de firma J. Winkels & Zoon voor 6 jaar in de kloosterkerk der Eerw. zusters Carmelitessen alhier eene grote verandering aan het orgel tot stand gebracht, door het verplaatsen van genoemd orgel naar achteren op het koor, en het bijvoegen van eenige registers, hetgeen niet weinig heeft bijgedragen tot verfraaiïng van kerk en koor, dezer dagen heeft dezelfde gerenomeerde firma wederom een bewijs gegeven van haar artistieken zin en haar muzikale genialiteit, door het aanbrengen van een nieuw pedaal. Een en ander mag men gerustelijk een pronkstuk van bovengenoemde kloosterkerk heeten en een nieuw bewijs van productiviteit van genoemde firma op het gebied der edele toonkunst.
De volle accoorden die zich nu langs het gewelf zoo majestueus doen hooren, stemmen de hoorders onwillekeurig tot eene grootere aandacht in Gods Huis.

Het Winkels-orgel van 1896 tot 1960

Op de plaats van het gesloopte pensionaatsgebouw kwam in 1898 een nieuwe vleugel, waardoor van het oude Elzendaal niets resteerde.

Vernieuwing Bik 1940
In de jaren 1939-1940 wordt er weer naar het orgel omgezien en Bik voerde volgens de nieuwe eischen van de tijd een algehele vernieuwing door. Bovendien vermelden de zusters dat de houten orgelkast zoveel mogelijk in tact diende te blijven. De kosten waren fl. 3210. Van deze laatste situatie zijn nog enkele foto’s in het archief aanwezig die eventueel gereproduceerd mogen worden.

In 1952 elektrificeerde de fa. Elbertse uit Soest de tractuur en noteerde de volgende dispositie:

Manuaal C‑f3    Pedaal C‑h°
Bourdon 16′
Prestant 8′
Viola di Gamba 8′ 
Violine 8′
Gedekt 8′ 
Holfluit 8′ 
Melofoon 8′ 
Fluit Angelica 4′ 
Piccolo 2′ 
Subbas 16′ (transmissie)
_______________________________
Tremulant
Subkoppel
Pedaalkoppel
Registratuur I
Registratuur II
P – MF – F – T – Opl.
Generaalcrescendo

Op aanraden van Pater Prudentius Mirck (O. Carm.) werd dit orgel in 1960 geheel afgebroken en vervangen door een nieuw klein mechanisch orgel van Verschueren. Alle bestaande pijpwerk is door Verschueren meegenomen en de orgelkast werd vertimmerd tot tafeltjes en ander huisraad. Een dergelijk tafeltje is nog aanwezig in het Pastoraal Centrum op het Kerkpad (1988).

Verschueren-orgel (1960)

In 1960 plaatste Verschueren een orgel in de kapel. Het betrof een in serie geproduceerd instrument van het type ‘Bach’. Adviseur bij de bouw was Prudentius Mirck. De Mixtuur II-III sterk werd op diens advies vervangen door een Kwint 1 1/3′.

Dispositie
Manuaal C-g”’
Holpijp 8′ (B/D),
Prestant 4′ (B/D)
Fluit 2′ (B/D)
Kwint 1 1/3′ (B/D)
Sesquialter II st D.
Pedaal C-f’ 
Aangehangen.

Toen de Karmelietessen de kloostergebouwen in 1974 verlieten werd het orgel verkocht naar de Scheppingskerk in Oss.
Voor hun nieuwe behuizing in kloosterbejaardenoord St.Anna (de gebouwen van Julie Postel in Boxmeer) kochten de zusters een Van Vulpen-positiefje met 4 stemmen.

In de kapel (foto: BHIC / Henk Buijks, 2009)
De kapel (foto: BHIC / Henk Buijks, 2009)

Er is een kapel met een gestucadoord tongewelf. Het houten gemarmerde altaarretabel dat gerestaureerd is in 1960 dateert uit 1786. De houten bovengalerij met eenvoudige koorbanken voor de zusters stamt uit 1729.

De zusters zijn ruim drie eeuwen gehuisvest geweest in Elzendaal tot 1974. De laatste zusters hebben daarna tot 1994 nog in het voormalig noviciaatsgebouw van het Karmelietenklooster gewoond, waarna ze in 1994 verhuisden naar het Kloosterverzorgingstehuis Sint-Anna.

De gebouwen van het voormalige klooster Elzendaal zijn in 2001 geheel gerestaureerd. Ze werden daarna in gebruik genomen als conferentieoord. Er zijn nu een kliniek, een hotel en een restaurant in gehuisvest.

Foto: Hotel Elsendael

Meer foto’s op de site van Hotel Elsendael.


Info

Bronnen:
Geschiedenis klooster: Jan Smits, Vademecum van religieuzen en hun kloosters in Noord-Brabant. Alphen a/d Maas, 2010 en Wikipedia.
Orgelgeschiedenis: Wout van Kuilenburg, archief Elbertse te Soest en archiefonderzoek Wim Goossens in 1988.