Ruprecht, Conrad (1672-1721)

Een geheimzinnig bordje van een orgelmaker Conrat Ruprecht in 1623…. in het archief van Museum Jan Cunen te Oss. In een artikel in het magazine Brabants Orgelrijkdom 2020 (blz. 48) wordt hierover gefilosofeerd.

De orgelmakers Ruprecht

Conrad Ruprecht II werd op 24 april 1672 geboren in vermoedelijk Anholt (Westfalen). In de regio Oost-Brabant wordt zijn naam in de archieven gespeld als Roeprecht.
Tussen 1695 en 1697 verhuist hij naar Boxmeer waar hij daar rond 1706 met de Boxmeerse Anna Maria van den Brugge trouwt. Daar worden hun eerste kinderen, Johannes Gasparus (06-01-1707) en Maria Albertina (06-11-1708) ook geboren. Rond 1710 verhuist het gezin naar Roermond, en worden nog twee dochters geboren: Maria Catharina (12-04-1711) en Anna Geertruid (08-07-1719). Op 19-12-1721 sterft Ruprecht in Roermond, waar hij begraven wordt in de Minderbroederskerk.

Zijn eerstgebouwde orgel is waarschijnlijk geleverd op 30 juni 1697, toen Conrad Ruprecht 25 jaar oud was. Ruprecht verwierf in 1704 het burgerrecht van Roermond, waar hij onder andere voor het garnizoen een orgel bouwde. 
Ruprecht bouwde niet alleen nieuwe orgels, maar restaureerde en onderhield ze ook, zoals de orgels van de Sint-Petruskerk (nu Sint-Petrusbasiliek) in Boxmeer en de Nederlands Hervormde Kerk in Zevenaar.
Het eerste orgel in R.-k. Kerk van H. Antonius Abt in Sint Anthonis werd geplaatst in opdracht van de ‘Heer van Boxmeer’. In deze jaren woonde de orgelmaker Conrad Ruprecht II in Boxmeer en hij werkte voor deze heer. 
In 1703 bouwde Ruprecht een nieuw orgel voor het karmelietessenklooster Elzendaal en nog later vermoedelijk de Leonarduskapel, de voorganger van de Nepomukkapel.
Tussen 1704 en 1715 bouwde hij ook voor het Roermondse Minderbroedersklooster een orgel. Dat verhuisde in 1822 naar de Munsterkerk in die stad en stond vanaf 1891 in de Oosterkerk aan de Maliebaan in Utrecht. Bij de sloop van die kerk werd het instrument in 1985 verplaatst naar de Utrechtse Tuindorpkerk aan de Professor Suringarlaan 1. De ombouw is door Ernst Leeflang aangepast vanwege de beperkte ruimte in die kerk. Daardoor is het instrument teruggebracht naar de omvang die het in 1822 in Roermond had. Dit enige overgebleven en nog werkende orgel van Ruprecht is een rijksmonument. Het heeft 28 registers, verdeeld over hoofdwerk (14), borstwerk (10) en vrij pedaal (4). Dit pedaal is in 2000 aangebracht bij een algehele restauratie door Verschueren Orgelbouw. 
In 1710 plaatste Ruprecht een nieuw orgel in de kerk van Lochem. Dankzij werk van Leichel en Armbrost is een groot deel van het pijpwerk in de Zuiderkerk van Bunschoten terecht gekomen.


Bronnen: Wikipedia en Wout van Kuilenburg

Meer info: 
‘De grenzen te buiten’ -Orgels, hun makers en behuizingen bezien vanuit Boxmeers perspectief- gepubliceerd in het Orgel, jaargang 102 (2006) nummer 4 (een uitgave van de Koninklijke vereniging van Organisten en Kerkmusici).

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Orgelbouwers