Boxmeer – Protestantse Kerk

Orgel Orgelgeschiedenis Concerten Kerk Orgelkring Info

Veerstraat 24
5831 JN Boxmeer


Bekijk locatie op google/maps

Het Knipscheer-orgel (1873)

Hermanus Knipscheer (1802-1874) uit Amsterdam bouwde het orgel in 1873. Ondanks dat het voor deze kerk gemaakt lijkt te zijn, staat het hier pas sinds 1926. 


Foto’s: Wout van Kuilenburg

Dispositie

Manuaal C-f3 Bovenwerk C-f3
Prestant 8′
Bourdon 8′
Octaaf 4′
Quintfluit 3′
Octaaf 2′
Terts D 1 3/5′
Mixtuur B/D 2-4 st.
Vox Humana 8′ (1881- geplaatst 2017)
Prestant D 8′
Holpijp 8′
Viola di Gamba 8′
Fluit 4′
_________________
Pedaal C-g0 
Aangehangen

Tremulant
Manuaalkoppel

Manuaal, C-f3 piramidevormige lade, Cis naar de klaviatuur, met:
Prestant 8 Vt C-F hout, liggend onder in de kas, Fis-h1 in het front, c2-f3 op de lade
Bourdon 8 Vt C-f0 hout gedekt, fis0-f3 metaal gedekt, Octaaf 4 Vt, Quintfluit 2 2/3 Vt open, licht conisch, Octaaf 2 Vt, Terts 1 3/5 Vt, discant
Mixtuur 2-4 st. gedeeld in bas en discant op b0/c1
samenstelling: 
C: 1 1/3, 1
c0: 2, 1 1/3, 1
c1: 4, 2 2/3, 2, 1 1/3
c2: 5 1/3, 4, 2 2/3, 2
Vox Humana 8 Vt oorspronkelijk geheel voorbereide plaats zonder pijpwerk, in 2017 een passend register uit waarschijnlijk 1881 geplaatst.

Bovenlade, C-f3 chromatisch, oplopend naar de klaviatuur, met:
Prestant 8 Vt discant
Holpijp 8 Vt C-h? hout gedekt, c1-f3 metaal gedekt
Viola di Gamba 8 Vt C-H gecombineerd met Holpijp
Fluit 4 Vt C-F hout gedekt, sinds 2017 geopend waardoor de klank helderder geworden is. Fis-f2 metaal gedekt met op de hoeden dichte roeren, fis2-f3 flespijpjes

Pedaal, C-g0 aangehangen aan het Manuaal

Speelhulpen:
Manuaalkoppel
Tremolo was in 1872 een Ventil

Geschiedenis van het orgel

door Wout van Kuilenburg

Hermanus Knipscheer (II) bouwde overwegend kleine orgels: huisorgels en kleine kerkorgels. Hierdoor zijn zijn instrumenten van fijne makelij. Temidden van de Romantiek bleef hij meer de 18de eeuwse bouwtrant trouw, door vulstemmen niet te schuwen en weinig strijkers te disponeren. In zijn laatste levensjaren had hij enkele instrumenten in voorraad -van bescheiden omvang, doch met een identiek uiterlijk. Een aantal van die instrumenten vinden we o.m. nog in Wamel (±1870), Sint Anna ter Muiden (1871) en in Weerselo (geplaatst te Rijnsburg in 1873). Het is niet bekend wanneer Knipscheer dit orgel precies bouwde, maar omdat er slechts één tweeklaviers instrument in deze serie gemaakt is, zal in een aantal advertenties in de Kerkelijke Courant van dit orgel sprake zijn (Zie Bijlage 1).

1873– Op 10 oktober besloot men te Koudekerk a/d Rijn een orgel in de Hervormde kerk te laten plaatsen en kocht het door Knipscheer te Rijnsburg aangeboden instrument. A.M.T. van Ingen, de knecht van Knipscheer, leidde de installering en signeerde het instrument onder eigen naam, vermoedelijk omdat hij, nu Knipscheer niet lang meer te leven zou hebben, verwachtte de orgelmakerij te zullen gaan voortzetten. Op 16 november vond de ingebruikname plaats.
1925– De muziekminnende Boxmeerse dominee J. Palmboom bracht een bezoek aan Koudekerk a/d Rijn en raakte zeer gecharmeerd van het orgel. Toen hij vernam dat dit instrument vervangen zou gaan worden, kocht hij het na ruggespraak met zijn kerkvoogdij voor de Boxmeerse kerk voor fl. 500.
1926– G. van Leeuwen (orgelmaker te Leiderdorp) bracht het orgel over naar hier, en de toen landelijk vermaarde Nijmeegse organist Willem de Vries (Stevenskerk) verzorgde het inwijdingsconcert. Helaas bleven de drie beelden (Koning David met de harp en twee bazuinblazende engelen) en de fraaie gesneden zijpanelen achter. Zij sieren nu het huidige orgel te Koudekerk.
1934– De firma Standaart uit Schiedam voerde een kleine reparatie uit en stelde voor de intonatie aan te passen aan de kleinere Boxmeerse kerk. Van Leeuwen had dit kennelijk niet gedaan. Ook wilde Standaart een elektrische ventilator plaatsen. Men ging niet op zijn aanbevelingen in.
1939– Het onderhoud kwam in handen van de Boxmeerse orgelfabrikant G.P. Bik.
1949– Bik plaatste voor fl. 470 een elektrische windmachine met behoud van de oorspronkelijke magazijnbalg.
(Bik’s nota’s: zie bijlage 2)
1959– De ondergang van het instrument lijkt te zijn bezegeld door een vernietigend rapport van de Synodale Orgelcommissie van de Nederlandse Hervormde kerk d.d. 21 november waarin gesteld werd dat de herstelkosten het instrument niet waard waren: het enig verantwoorde advies is te komen tot de bouw van een nieuw goed-gebouwd orgel (…) Het is zaak zo weinig mogelijk geld aan het huidige instrument te spenderen, daar dit in feite verloren geld is. De Kerkvoogdij evenwel liet Biks opvolger P.J. Bongaerts op 27 november een offerte indienen waarin de geconstateerde gebreken verholpen zullen worden. Deze herstelling heeft ten dele ook plaatsgevonden. (Zie bijlage 3)
1965- Nadat deze Boxmeerse firma in 1965 van het toneel verdween raakte het onderhoud in het slop. Alleen stembeurten werden nog bijgehouden, en wel door de fa. Van den Berg & Wendt te Nijmegen. Hoe langer hoe meer raakte het orgel onbespeelbaar.
1968– Bij een drietal orgelbouwers informeerde men naar een nieuw te bouwen viervoets positief ter vervanging van het afgedankte orgel. Alleen de Utrechtse firma Fama & Raadgever wees op de mogelijke monumentaliteit van het te vervangen Knipscheer-orgel.
1972– Inmiddels had herbezinning plaats gevonden op het wezen van het negentiende eeuwse orgel, en ter gelegenheid van het 150-jarig jubileum van de kerk was voldoende geld bijeen gebracht om restauratie van het orgel serieus te overwegen.
1974– De firma Verschueren uit Heythuysen (L.) voltooide de grondige revisie waarbij de slepen van telescoophulzen voorzien werden en men defecte pijpen herstelde. Ook vond toen de zo nodige herintonatie plaats. Naar onlangs gebleken is leverde Ibach uit Barmen (D.) het pijpwerk destijds. Zodoende rekende men in de literatuur het pijpwerk jonger.
1988– In eigen beheer vervaardigde de kunstenaar E. Hermans uit Vortum-Mullem de ontbrekende zijpanelen (wangen) naar origineel ontwerp.
1992– Architect P. van Vliet uit Gouda maakte een tekening voor de balustradewand waarnaar die gereconstrueerd werd.
1993– In de plaats van twee ooit vervangen registerknoppen werden nieuwe stijlgetrouw bijgemaakt.
1994– Verschueren reinigde en herstelde het orgel. Ook regelde men de mechaniek uit, waarna de kas gecompleteerd werd door nieuw gemaakte, bijpassende beelden waarvoor die van Wamel model gestaan hebben.

Restauratie 2017

2017- Het orgel kreeg in 2017 de inmiddels broodnodige onderhoudsbeurt door Verschueren Orgelbouw met als adviseur Rogér Van Dijk. In oktober 2017 werd begonnen met de demontage. 
De lang verwachte Vox Humana is daarbij toegevoegd aan het Hoofdwerk. Het betreft een geschikt historisch register dat waarschijnlijk van Belgische oorsprong is en dateert uit 1881. Verder zijn de hoeden van de Fluit 4 vt van het bovenklavier open gemaakt, wat een verhelderend effect geeft.
Ook de klaviatuur heeft een metamorfose ondergaan doordat de oude, waarschijnlijk niet orgiginele bakstukken zijn vervangen door nieuwe exemplaren naar voorbeeld van het Hermanus Knipscheer-orgel uit 1858 in Nieuwveen.
Op de foto’s de oude en nieuwe situatie naast vergeleken:

Meer info: www.orgelnieuws.nl

Bronnen:
‘Boekzaal der geleerde Waerelt’ (1823, I, 99) en “Orgelspel bij de 25-jarige herdenking” (in idem, 1848, I, 512).
Boxmeers Weekblad van 27 november 1926.
De Mixtuur 66, september 1990, 324.
Jespers, F.P.M., ‘Brabants Orgelbezit’, Het Noordbrabants Genootschap (‘s-Hertogenbosch 1975).
Rijnsburg, Archief van de Hervormde Gemeente.
‘Stemmen van Waarheid en Vrede’ (1873, 1409).

Bijlage 1.
1872- Kerkelijk Courant van 14 september:
“Te koop een kerkorgel met 2 klavieren en pedaal voor fl. 2200.- (…) bij
H. Knipscheer, Houttuinen TT. 92 te AMSTERDAM.”
1872- idem van 26 oktober:
“Bij toeval te koop een 8-voets kerkorgel, 2 klavieren en pedaal. Wind-
toestel volgens de nieuwste methode. Men had liever een groter orgel.
Bij H. Knipscheer te Amsterdam.”
1873- In Rijnsburg bood Knipscheer dit orgel in zijn offerte aan voor fl. 2100.
Als maten gaf hij “hoog in het midden 3 el 30, op zijde 2 el 70, breedte
zonder vleugels 2 el 32, diepte 1 el 25, vleugelbreedte 0 el 60. Blaas-
balg buiten de kast”; men koos echter voor een kleiner.

Bijlage 2.
Werkzaamheden G.P. Bik:
nota d.d. 12 juli 1939
14-06-1939 verhelpen van ‘diverse fouten’ fl 2
19/20-06-39 en het stemmen volgens accoord fl. 20
totaal fl 22
– nota d.d. 7 juli 1948
als voorschot op het tegoed wegens levering
en plaatsing electrische windmachine fl. 200
nota d.d. 12 maart 1949
als afbetaling van de rekening fl. 200
nota d.d. 28 maart 1949
levering van electrische windmachine met
toebehoren uitgenomen electr. geleiding,
en voor plaatsing hiervan fl.170
– nota d.d. 1 januari 1950
voor diverse werkzaamheden in 1949 en wel
13-02 Harmonium schoongemaakt en gestemd fl 15,00
23-04 Orgel diverse registers bijgestemd fl 8,50
12-11 Reparatie aan het Kerkorgel fl 7.00
totaal fl 30,50

Bijlage 3.
Voor fl. 2000 verrichtte Bongaerts de volgende werkzaamheden:
1) De windladen worden geheel uit elkaar genomen en grondig nagezien. De slepen worden voorzien van nieuw schapenleer. De ventielen worden eveneens nieuw beleerd.
2) De regels welke onder de windladen zitten en verwormd zijn zullen door nieuwe worden vervangen.
3) Het mechanisme zal worden nagezien en waar dit nodig blijkt zullen vernieuwingen worden aangebracht.
4) Het klavier en pedaal worden opnieuw bevoerd en de moertjes aan het walsraam worden vernieuwd.
5) Het pijpwerk wordt opnieuw geïntoneerd.

Concerten

Handel, Gemert en Boxmeer:
Najaarsexcursie 2018 van de BOF
met Gerard Habraken en Tommy van Doorn
Meer info: klik hier. 

Orgelkring Land van Cuijk en Noord Limburg ‘Gregorius van Dijk’

Concerten op dit orgel worden verzorgd door deze orgelkring.
Lid van de Brabantse Orgelfederatie

De kerk

De Protestantse Kerk aan de Veerstraat, het oudste als zodanig nog in gebruik zijnde kerkgebouw uit 1822 met daarin het oudste orgel binnen de gemeente Boxmeer.

Info

Laatste actualisatie 23.08.2021

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Orgellocaties