Veghel – Sint-Lambertuskerk

Smits-orgel Franssen-orgel koororgel Kerk Info

Deken Van Miertstraat 2
5461 JN, Veghel
Locatie op GoogleMaps

Het Smits-orgel (1842)

In 1840 kreeg F.C. Smits (I) de opdracht een nieuw orgel te bouwen voor de Lambertuskerk te Veghel. In 1842 was het instrument gereed. Er is veel informatie over de bouw bewaard gebleven. Zo is bekend dat het sterk overeen kwam met het orgel van Grave en dat het front sterk overeenkwam met dat van Boxtel uit dezelfde tijd.

Nieuwe kerk
In 1858 besloot het kerkbestuur een nieuwe kerk door Pierre Cuijpers ontworpen te gaan bouwen waarbij het Smits-orgel op de tribune geplaatst zou worden. Maar Cuijpers eiste dat de orgelkas het westelijk roosvenster en de ramen vrij zou laten. Smits maakte verschillende voorstellen voor de verbouwing van het orgel om dat mogelijk te maken, maar geen daarvan haalde het: te duur en te weinig plaats voor het koor. Wegens geldgebrek kreeg Van Nistelrooij in 1863 de opdracht het Smits-orgel tijdelijk toch voor het venster te plaatsen.
Het kerkgebouw werd op 19 oktober 1863 gewijd.

Pas in 1875 kreeg J. Vermeulen de opdracht voor het Smits-orgel twee nieuwe kassen te maken aan weerszijden van het raam naar ontwerp van Cuijpers dat werd uitgevoerd door parochianen. Ook voegde Vermeulen in 1877 voor 2500 gulden een vrij pedaal toe. Kuijte noteert na 1878 deze dispositie in zijn notitieboekje:

HoofdwerkPositief
Prestant 16′
Bourdon 16′
Prestant 8′
Holpijp 8′
Viola 8′
Prestant 4′
Fluit 4′
Mixtuur IV st
Cornet D
Trompet 16′ D
Trompet 8′
Prestant 8′
Roerfluit 8′
Fluit Travers 8′
Prestant 4′
Fluit 4′
Octaaf 2′
Siflet 2′ (*)
Mixtuur II st
Trompet 8′
Basson 8′

BovenwerkPedaal
Holpijp 8′
Prestant 4′
Voix Celeste 4′ D
Blokfluit 2′
Vox Humana 8′






Sousbasse 16′
Violon 16′
Fluit Ouvert 8′ (**)
Bombarde 16′
Trompet 8′
____________________________
Koppelingen: 
Pedaal – Hoofdwerk
Pedaal – Positief
Hoofdwerk – Positief
Hoofdwerk – Bovenwerk

(*) Kuijte meldt: Siflet 4′, maar dit moet waarschijnlijk 2′ zijn.
(**) Kuijte meldt: Fluit Ouvert 4′, maar dat is niet waarschijnlijk.

Mechanisch orgel met gelijkzwevende temperatuur.

In 1893 klaagt de organist over de kwaliteit van het instrument en besluit men een nieuw orgel te laten maken in de bestaande kassen door Franssen. Deze maakt een offerte voor 7000 gulden en mag het orgel van Smits daarbij gratis innemen. Wat er met dit orgel verder gebeurde is niet bekend.

Het Gebr. Franssen-orgel (1895)

In 1895 bouwden de gebroeders Franssen een nieuw orgel in Veghel, ter vervanging van het Smits-instrument.

Uit De Tijd, 29 April 1895, over het Franssen-orgel:

In de laatste jaren is ons land met menig schoon kerkgebouw verrijkt. Niet alleen in de groote steden, maar ook in kleine plaatsen vindt men er, die ieders aandacht tot zich trekken. Onder dezen noemt de kerk te Vechel een eerste plaats in. Zeker, de talentvolle en geniale bouwmeester, de heer Cuypers, had hier ruimte om aan zijn kunstzin te voldoen; doch welk een sierlijke karakteristieke bouw, welke schoons symbolieke fresco-schilderingen! Was het wonder, dat de hoogeerw. heer deken en pastoor F.A. Clercx in zijn kerk een orgel verlangde, dat, uitwendig in overeenkomst met den bouw, zijn schoonheid vermeerderde, inwendig genoeg geluidtsvolume bevatte, om geheel dit uitgestrekt lichaam met schoone klanken te vullen.
De gewaardeerde en welbekende orgelmakers de gebroeders Franssen, te Roermond, hebben zich loffelijk van den hun opgedragen last gekweten. De dispositie van het orgel is als volgt:
le klavier: prestant 16 voet, bourdon 16 vt, violon 8 vt, flute harmonique 8 vt, holpijp 8 vt, prestant 4 vt, flûte octaviaat 2 vt, octaaf 2 vt, mixtuur 4-7 st., cornet 5 st., trompet 4 vt, trompet 8 vt, trompette 16 vt;
2e klavier (expressiekast): prestant 8 vt, bourdon 16 vt, viola de Gamba 8 vt, voix céleste 8 vt, bourdon 8 vt, flüte traversière 4 vt, fugara 4 vt, picolo 2 vt, trompet 8 vt, clarinet 8 vt.;
pedaal: contrebas 16 vt, subbas 16 vt, violoncello 8 vt, octaafbas 8 vt, prestant 4 vt, bombard 16 vt, tuba 8 vt.
– Pedaaltreden: koppel van 2 aan het 1e klavier, koppel van 1 aan het pedaal, koppel van 2 aan het pedaal, koppel octaaf naar boven aan het le klavier, tutti, alle registers en koppelingen. — Combinatie drukknoppen in de lijst van het onderklavier bevestigd- 1e klas piano-forte, fortissimo ; 2e klas piano-forte, fortissimo. — Crescendotrede.
Hoogst merkwaardig is vooral de toepassing van de rein pneumatische inrichting in dit orgel; de gewone mechaniek in een orgel kan hierdoor worden gemist. Een orgel van deze samenstelling behoeft men zeker niet onder de minst gewichtige te rangschikken. Maar zal zoo’n instrument goed zijn, dan moeten alle deelen met zorg behandeld en afgewerkt worden.
De heer Jos. A. Verheien, organist te Amsterdam, als keurder geroepen om dit werk te beoordeelen, moest, nadat hij gedurende de zeer verdienstelijke bespeling van den heer Jos. Eijdems, organist der kerk, in de verschillende deelen van het gebouw de werking en sterkte van het geluid had waargenomen, erkennen dat dit alles zeer goed was. Vervolgens plaatste hij zich voor het klavier en overtuigde zich door het spelen van verschillende stukken, onder anderen de fuga in G-mol van Bach, zooals men weet een der voornaamste werken van dezen meester, en in verschillende improvisatiën op gregoriaansche motieven. Van de juiste en doeltreffende werking der registers. Hij vond het geen geringe verdienste, dat de tongwerken – wat dikwijls minder het geval is — over het algemeen juist aanspreken. Zoowel grondstemmen als vulstemmen hebben haar waar karakter. Het regeeren combinatiewerk verdient niet onvermeld te blijven, en door toepassing van het pneumatisch systeem heeft de orgelmaker een lichten speelaard en hoogst gemakkelijke registratie verkregen. Verneemt men nu nog dat de behandeling der koppelingen zoo licht mogelijk is, dan zal men moeten erkennen, dat ons land weer met een schoon kunstwerk vermeerderd is.

1911
In 1911 werd de speeltafel verplaatst en de Trompet vernieuwd.

1963 Vermeulen
Het orgel is in 1963 door Vermeulen omgebouwd naar electro-pneumatisch. Tevens werden enkele wijzigingen in de dispositie uitgevoerd. Later werd de Bazuin 16′ van het pedaal op het Hoofdwerk geplaatst als Bombarde 16′, terwijl op het pedaal een nieuwe Bazuin 16′ werd geplaatst. Ook is aan het Zwelwerk een Mixtuur III sterk toegevoegd. De Quint en de Terts van het Zwelwerk zijn inmiddels samengevoegd tot een Sesquialter, en op het Zwelwerk is een Vox Celeste geplaatst.

Dispositie 1963

Hoofdwerk C-g”’Zwelwerk C-g”’
Bourdon 16′
Prestant 8′
Fluit Harmoniek 8′
Roerfluit 8′
Prestant 4′
Fluit 4′
Quint 2 2/3′
Octaaf 2′
Cornet
Mixtuur III-VI st
Bombarde 16′
Trompet 8′ – 1911
Klaroen 4′







Prestant 8′
Salicionaal 8′
Bourdon 8′
Vox Celeste 8′ (from f°) – 1963
Zingend Prestant 4′
Fluit Travers 4′
Piccolo 2′
Sesquialter II st (2 2/3’+1 3/5′)
Mixtuur III st– 1963
Solotrompet 8′
Clarinet 8′
________________________
Pedaal c-f’
Contrabas 16′
Subbas 16′
Octaafbas 8′
Gedekt 8′
Prestant 4′
Bazuin 16′ – 1963
Trompet 8′

Electro-pneumatisch orgel met gelijkzwevende temperatuur.

Het Vermeulen-Koororgel (1967)

Dispositie
Manuaal C-g”’: 
Gedekt 8′ (B/D)
Prestant 4′
Roerfluit 4′ (B/D)
Octaaf 2′
Mixtuur III s
Aangehangen pedaal C- f’
Pedaalkoppel

De kerk

Buitengewoon belangrijke, beeldbepalende, vroege neogotische kerk met hoge toren en kooromgang met kapellenkrans, geinspireerd op de 12de en 13de eeuwse Franse gotiek. Het is het hoofdwerk uit Cuypers’ eerste periode. Deze niet georiënteerde kerk is een maatje groter dan drie adere door Pierre Cuypers (1827-1921) ontworpen kerken, die in dezelfde tijd ook in aanbouw waren: de Sint-Martinuskerk in Maastricht; de Sint-Catharinakerk in Eindhoven; de Sint-Laurentiuskerk in Alkmaar.
De oorspronkelijke polychromie in het begin van de jaren 1960 verwijderd, maar het meubilair is grotendeels nog aanwezig.

Zicht op de kerk vanaf het kerkhof.

Kerkhof

Ongeveer 8 grafmonumenten en de Calvarieberg op dit kerkhof zijn aparte Rijksmonumenten: Rijksmonument 521254 t/m 525261
Aan de achterzijde van het kerkhof ligt de calvarieberg in 1852 gemaakt door de Gebr. Goossens uit Den Bosch. Hij werd in 1873 verplaatst naar de huidige plek.

Info

Foto’s Piet Bron