Orgelbouwfamilie Smits


Franciscus Cornelis Smits (1800....)

De meeste in Noord-Brabant voorkomende kerkorgels in katholieke kerken zijn in de periode 1818 tot 1925 vervaardigd, in onderhoud geweest of verbouwd door de drie generaties orgelbouwers van de familie Smits uit Reek.

Franciscus Cornelis (Frans) Smits I (Reek 1800 -19 april 1876) startte het bedrijf in het Brabantse Reek als autodidactisch orgelbouwer als vervolg op de eerste wat amateuristische orgelbouwactiviteiten van zijn vader Antonius en zijn broer Nicolaas. Oorspronkelijk is Frans wasbleker/kaarsenmaker van beroep. Zijn broer Klaas (Nicolaas Lambertus 1791-1831) begint omstreeks 1815 een orgelbouwbedrijf. Pas later voegt Frans zich bij het bedrijf van zijn broer, waarvan hij de leiding na diens overlijden overneemt. Frans was al vroeg kerkmeester en werd later in 1862 burgemeester van Reek tot aan zijn overlijden. Het bedrijf wordt voortgezet door de zonen en later de kleinzoon van Frans. Er worden circa 100 Smits-orgels gebouwd die uitmunten in kwaliteit. Zij worden voornamelijk geplaatst in kerken in het zuiden van Nederland. Het bedrijf houdt vast aan traditionele bouwwijzen en gaat onvoldoende mee met vernieuwingen in het vakgebied. In de jaren 20 van de 20e eeuw gaat het bedrijf ter ziele.
Karakteristiek voor de oudere Smits-orgels is de ongebruikelijke constructie, de opvallend afwisselende orgelkastarchitektuur en de eigenwijze dispositie die de orgels vaak hebben. Fantasierijke registers komen er op voor, zoals de 'Serpent' en 'Ophikleïd' op het orgel van Oirschot. Een ander voorbeeld daarvan is het tongwerk 'Harmonica' dat bijv. nog op het orgel in Rosmalen te vinden is. Zij maakten zelf hun orgelpijpen. De klankkleur van de F.C.Smits-orgels is meestal donker van aard. Bij de samenstelling van de disposities (registeropbouw van het orgel) is bij de eerste generatie Smits vooral afgeleid van de oudere 18e eeuwse orgels uit Brabant, weliswaar met eigenzinnige toevoegingen. De twee latere generaties van de familie Smits lieten zich meer beïnvloeden door de tijdgeest, zoals de Frans-romantische orgelbouw aan het eind van de 19e eeuw en de Duits-romantische na 1900.


Van links naar rechts:
Frans Smits II (1834-1918), zoon van Frans Smits I. Onder zijn leiding werden 17 nieuwe orgels gebouwd. Foto omstreeks 1918.
Midden: Willem Smits (1844-1929), jongere broer van Frans II, de monteur van het bedrijf.
Rechts: Frans Smits III (1878-1928). Volgens getuigen in Reek hielden hij en zijn broer Henri zich na 1920 slechts bezig met stemwerk.
Van F.C. Smits I (1800-1876) zijn geen afbeeldingen bekend.

Voor de geschiedenis van het eerste grote Smits-orgel in hun woonplaats Reek, klik hier.

Voor een overzicht van de Smits-orgels die op deze site gedocumenteerd zijn, klik hier.

‘De Orgelmakers Smits’ door Jan Boogaarts.
In mei 2017 promoveerde Smits-kenner Jan Boogaarts op ‘De Orgelmakers Smits’. Onderstaand een korte bespreking van de handelsuitgave van zijn dissertatie door Wim van der Ros en een commentaar op het inhoudelijke daarvan door dr. Frans Jespers (klik hier).



De Orgelmakers Smits
Bloeitijd van de Brabantse Orgelkunst

Reeds tientallen jaren werd uitgekeken naar het verschijnen van de studie over de orgelmakers Smits door Smits-kenner bij uitstek Jan Boogaarts. De reeds lang beoogde promotie van Jan Boogaarts op dit onderwerp vond plaats op 9 mei 2017 aan de Universiteit te Nijmegen. Van zijn dissertatie verscheen gelijktijdig bij uitgever Walburg Pers te Zutphen een handelseditie.
Boogaarts heeft deze neerslag van zijn studie opgezet in drie delen. Na zijn voorwoord worden in het eerste deel de orgelmakers Smits in beeld gebracht in de betekenis van hun werk, de politieke en kerkelijk context, terwijl ook in separate hoofdstukken wordt ingegaan op de familie Smits, de orgelmakers onder hen, en de orgelmakerij. Het tweede deel bevat een overzicht van de orgels welke door de orgelmakers Smits werden gebouwd of waaraan door hen werd gewerkt, alsmede een overzicht van de belangrijkste werkzaamheden van hen en wordt afgesloten met een samenvatting. Tot slot bevat het derde deel bijlagen inzake o.a. de genealogie en (bij het hoofdstuk over de orgels) met name bijlagen van veel archiefstukken. Uiteraard wordt afgesloten met de bekende indexen.

Een zware, indrukwekkende band omsluit de bijna 700 (!) pagina’s tekst.
Op heldere wijze omschrijft Boogaarts in deel 1 in het eerste hoofdstuk de politieke ontwikkeling in het begin van de 19e eeuw van de Franse overheersing, de vorming van het Koninkrijk der Nederlanden, het verenigd koninkrijk en de afsplitsing van België. Daarna beschrijft hij hoe in o.a. het Land van Megen en Ravenstein en de Commanderij van Gemert (in de 17e en 18e eeuw niet behorend tot de Generaliteitslanden van de Republiek der Verenigde Nederlanden) het katholicisme vrijelijk beleefd kon worden, waarbij de parochies bestuurd werden vanuit het bisdom Luik. De Franse tijd bracht in het hele land de vrijheid van godsdienst en de scheiding van kerk en staat, waarbij in de eerste helft van de 19e eeuw de bisschoppelijke hiërarchie werd hersteld. De bouw van nieuwe katholieke kerken bracht ook de vraag naar de bouw van nieuwe orgels met zich mee. Bemiddelde parochianen of kerkbestuurders droegen vaak bij aan de totstandkoming van deze orgels. In hoofdstuk 2 wordt in 20 pagina’s uitgebreid aandacht besteed aan de welgestelde families Smits en Boeracker, waarna in hoofdstuk 3 in 11 pagina’s uit deze familie de orgelmakers met hun achtergronden nader worden beschreven. Voor de genealogie en de ‘stamboom’ moeten wij naar de bijlagen.
Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 de ontwikkeling in de orgelmakerij van de drie generaties Smits beschreven. Frontontwerpen, technische aanleg en mensurering worden toegelicht. Bij de mensuren worden in ruim 10 pagina’s in chronologische volgorde per orgel alle bekende gegevens uit het archief van Smits vermeld.
Deel 2 bevat gegevens over de orgels. Hoofdstuk 5 laat daarbij in alfabetische volgorde in 224 pagina’s alle orgels de revue passeren welke Smits ‘onder handen’ heeft gehad. Boogaarts vermeldt in het begin van dit hoofdstuk dat de gegevens over Smits welke wij kunnen vinden in de Orgelencyclopedie (Het historische orgel in Nederland) niet in deze studie zijn opgenomen om de omvang van dit werk te beperken. Wel wordt waar nodig verwezen naar de encyclopedie. De belangrijkste correspondentie en overige archiefstukken rond de orgels worden niet hier bij de orgels maar in de bijlage bij dit hoofdstuk opgenomen. Daarna volgt in chronologische volgorde de werklijst van de orgelmakerij, terwijl in de samenvatting wordt afgesloten met (gegroepeerde) overzichten van de orgels van Smits welke nog in oorspronkelijke staat verkeren, die zijn gereconstrueerd en die overgebracht zijn naar andere kerken.
Deel 3 beslaat in pagina’s meer dan de helft van dit boekwerk. Na de genoemde bijlage bij hoofdstuk 5 over de orgels (een bijlage van 275 [!] pagina’s) vinden wij in de bijlagen ook o.a. bijzonderheden / rubriceringen van het Smits-archief, mensuurvergelijkingen van alle nog bekende Smits-orgels, een literatuuropgave, het CV van Jan Boogaarts en duidelijk uitgewerkte indexen op persoon- en op plaatsnaam.

Veel uit Smits-archief ‘ontsloten’
Het boek bevat ontzettend veel gegevens. Boogaarts heeft met deze dissertatie veel gegevens over Smits ontsloten die slechts (beperkt) in o.a. het Smits-archief te vinden zijn. Dat is het meest sterke punt van deze uitgave. Zeker ook boeiend is te lezen hoe in het tijdsgewricht politieke en kerkelijke omstandigheden waren, hoe de notabelen hun invloed hadden en hoe de leden van de familie Smits (allen welgesteld) zich positioneerden in die tijd. Zo maken wij (tegenwoordig) ‘niet vaak’ mee dat een orgelmaker tevens burgemeester is ….
De subtitel ‘Bloeitijd van de Brabantse Orgelkunst’ moet wel gezien worden in het betreffende tijdsgewricht. Boogaarts refereert b.v. niet aan eerdere tijden van de ‘Brabantse Orgelkunst’, waarbij velen zich ongetwijfeld nog het boek ‘Die Brabanter Orgel’ van Vente voor de geest halen.

Enkele opmerkingen
Ik heb veel moeten lezen en herlezen in dit boek van Boogaarts om me de structuur en opzet eigen te maken. Wanneer je je in hoofdstuk 2 en 3 verdiept in de familie Smits, moet je eigenlijk tegelijkertijd in de bijlage de genealogie en de stamboom erbij pakken. Wil je de werklijst van alle door Smits gebouwde orgels inzien, dan moet je dit zelf destilleren uit het ‘Overzicht van de belangrijkste werkzaamheden’ op de pagina’s 315 t/m 320. Wanneer je zoekt naar de nog bestaande orgels die Smits bouwde moet je de samenvatting op de pagina’s 323 en 324 raadplegen. Daarna kan je naar de alfabetisch op plaatsnaam gesorteerde orgels om de bijzonderheden te vinden. Soms worden daar bepaalde archiefstukken aangehaald, maar de meeste archiefstukken vinden wij in de bijlage bij hoofdstuk 5. Is het orgel, en met name dat instrument dat door Smits is gebouwd (of vergroot of gewijzigd), dan compleet omschreven? Helaas niet. De verwijzing naar de encyclopedie is vaak noodzakelijk om een completer beeld te krijgen. Vaak wordt de oorspronkelijke dispositie uit de contracten vermeld, slechts beperkt de huidige dispositie en sporadisch de bijzonderheden rond pijpwerk en aanleg.
In hoofdstuk 4, de orgelmakerij, vinden we bijzonderheden over de drie generaties Smits met vervolgens toelichting op o.a. frontontwerpen, windvoorziening, windladen, klaviatuur en mechanieken en disposities, pijpwerk en mensuren. Bij de windvoorziening wordt slechts beperkt ingegaan op de balgenstoel en wordt verwezen naar tekeningen van de balgstoelen van enkele orgels in hoofdstuk 5. Waarom is het hier niet ‘aantrekkelijk’ en ondersteunend gemaakt met deze tekeningen en een aantal foto’s? Ook bij de beschrijving van de - ontwikkeling van de - frontontwerpen zou ik dit graag met foto’s en tekeningen ondersteund willen zien. Op sommige items wordt slechts zeer summier ingegaan. Graag had ik hier b.v. meer informatie gekregen over de keuze van de plaats van de klaviatuur of over de - bij sommige orgels - haaks op het front geplaatste windlades. Helaas missen we ook bij b.v. het ‘karakteristieke Smitsgootje’ (bij de toetsen) een detailfoto. Wel worden de verschillende vormen van registertrekkers/-knoppen toegelicht, ook met foto’s, de aanleg en het materiaal van de registertractuur worden niet vermeld. Zo missen we een aantal relevante en ondersteunende zaken in dit hoofdstuk.
Zoals eerder aangegeven missen we in hoofdstuk 5 veel gegevens die we dus b.v. in de encyclopedie mogen opzoeken. Slechts bij enkele – al dan niet recente - restauraties van Smits-orgels worden de bijzonderheden van deze restauratie beschreven. Zo worden b.v. wel van Deurne de hoofdlijnen weergegeven van de restauratie welke Verschueren in 2011 onder advies van Marcel Verheggen uitvoerde. Ook vinden we dit redelijk uitgebreid terug bij Boxtel (advies Jan Boogaarts). In de bijlage bij hoofdstuk 5 vinden we bij Boxtel een uitgebreide documentatie (totaal 20 pagina’s), inclusief de volledige publicatie van Boogaarts uit 2006 over deze restauratie. Waarom deze keus of liever gezegd waarom worden andere restauraties niet uitgebreider toegelicht? En waarom worden de recente restauratie van Gemert en het groot onderhoud van Grave totaal niet vermeld. Deze waren in 2016 toch al afgerond?

Tot slot de opmaak. Zoals in het voorwoord aangegeven heeft onze senior-specialist klinkende monumenten van de RCE Rudi van Straten veel werk verzet bij de inventarisatie en ordening van veel gegevens, en verzorgde hij als eindredacteur ook het voetnotensysteem en de lay-out van het proefschrift. Terecht wordt hij daarvoor bedankt. Dat daarbij b.v. de keus is gemaakt slechts beperkt (zoals eerder aangegeven) en ook qua formaat klein fotowerk op te nemen, mag er niet in resulteren dat voor deze handelseditie de uitgever Walburg Pers deze zonder enige aanpassing overneemt. Soms komen we middenin de tekst een korte wisseling tegen van lettergrootte. Ook het niet uitvullen van een aantal pagina’s in hoofdstuk 5 is ‘slordig’.

Foto Wijtse Rodenburg
Uiterst rechts Jan Bogaarts tijdens zijn promotie in Nijmegen.


Dat Jan Boogaarts zijn studie over de orgelmakers Smits kon afronden met een promotie is een mijlpaal voor hem. Graag feliciteer ik hem daarmee van harte. In deze uitgave van zijn studie als handelseditie treffen wij veel waardevolle informatie over de familie Smits, de tijdsomstandigheden, de ontwikkeling van de orgelmakerij en over veel orgels die de drie generaties Smits bouwden of onder handen hadden. Dat daarbij veel historische documenten uit de archieven zijn overgenomen, is prachtig. Het doet de lezer kruipen in de omstandigheden van toen en bijna in de huid van de orgelmaker.
Graag had ik bij de orgelbeschrijvingen completere ‘verhalen’ gezien en had ik veel zaken completer onderbouwd willen zien met fotowerk waarvan overigens veel voorhanden is. Voor degene die dieper in het werk van Smits wil duiken, bevat het boek veel waardevolle informatie. Voor een ‘doorsnee orgelliefhebber’ brengt het boek net niet wat hij er mogelijk van zou verwachten.

Wim van der Ros

De Orgelmakers Smits, Bloeitijd van de Brabantse Orgelkunst
Auteur Jan Boogaarts
ISBN 9789462492400, Prijs € 69,50, Uitgever Walburg Pers, Zutphen



Commentaar door dr. Frans Jespers bij 'De Orgelmakers Smits'
Een uitgebreid en kritisch commentaar op 22 pagina's: klik hier voor de pdf.



Onderstaande chronologisch geordende Noord-Brabantse orgels zijn terug te vinden op deze website.

Mill, Sint-Willibrorduskerk (1825)

Reek, Sint-Anthoniuskerk (1829)

Gemert, Sint-Jans Onthoofdingkerk (1833)

Deurne, Sint-Willibrorduskerk (1838)

Sint-Oedenrode, Sint-Martinuskerk (1839)

Boxtel, Sint-Petrusbasiliek (1842)

Neerloon, Sint-Victorkerk (1845)

Demen, Sint-Willibrorduskerk (1845)

Grave, Sint-Elisabethkerk (1846)

Oirschot, Sint-Petruskerk (1846)

Gassel, Sint-Jan de Doperkerk (1847)

Oijen, Sint-Servatiuskerk (1848)

Rosmalen, Sint-Lambertuskerk (1850)

Schijndel, Sint-Servatiuskerk (1852)

Aarle-Rixtel, Mariakerk (1854)

Beers, Sint-Lambertuskerk (1855)

Someren, Sint-Lambertuskerk (1857)

Overangel, Sint-Antoniuskerk (1858)

Mariahout, Onze Lieve Vrouwe van Lourdeskerk (1866)

Macharen, Sint-Petrusbandenkerk (1866) Oorspronkelijk Matthijs van Deventer-orgel (1755)

Den Dungen, H.Jacobus De Meerdere kerk (1867)

Heeswijk, Sint-Willibrorduskerk (1875)

Nuenen, Heilige Clemenskerk (1882)

Geldrop, Sint-Brigidakerk (oorspronkelijk Vollebregt-orgel) (1894 aanpassing Smits)

Tilburg, Sint-Jozef/Heuvelsekerk (1894)

Son, Emanuelklooster, nu: Sint Agatha, Kruisherenkerk (1899)