Waspik

Hervormde kerk

Dorpsplein. Meer over de kerk.

 

Het M. de Crane-orgel (1767)

----

De Culemborgse organist Matthæus de Crane leverde in 1767 een nieuw orgel voor de Hervormde kerk te Waspik. In het kerkarchief vinden we in 1769 de volgende passage: “Betaelt aan Joost Kleyn wegens het afhalen van het orgel te Cuylenburg een verschot aan tol en paspoort. Betaelt aan Jan Willems ten behoeve van Petrus Verhoeven, wegens het maken van het sneywerk van het orgel f 275,-. Betaelt aan Jan Voets, wegens het overbrengen van het sneywerk tot het orgel een verschot aan tol en paspoort." Wij vinden in het ontwerp van het instrument van Waspik herkenbare elementen uit en verwantschap met dat van Culemborg, gebouwd door Matthijs Verhofstad. Hoewel bij de eerste aanblik lijkt dat het orgel een rugwerk bezit, betreft dit een onderpositief.

Opmerkelijk is het bijzondere kistpedaal. Bekend is dat Van Hirtum veelal een kistpedaal toepaste. Deze zijn echter robuust uitgevoerd met koperen toetsbeslag. Dit kistpedaal is welhaast fragiel te noemen met zijn smalle en korte onder- en boventoetsen.
Het orgel werd, zoals aangegeven op het onder het positief aangebrachte schild, ingewijd op 21 juni 1767 door ds. Petrus Groen. De Crane speelde zelf het orgel in. Het orgel kostte inclusief snijwerk en schilderwerk ƒ 3.000,-.


Het orgel werd in 1957-1958 gerestaureerd door D.A. Flentrop, waarbij de Sexquialter van het hoofdwerk werd vervangen. In 1981 vond bij het herstel door Flentrop een herintonatie plaats.
Opvallend zijn de aan het orgel aangebrachte schilden. Zo is boven het positief is het alliantiewapen van Floris Franciscus Cousebant, heer van Waspik, 1735-1799, aangebracht. Hij huwde in 1763 met Elisabeth Julia Jacoba van Wassenaar-Warmond. Hij nam de naam van zijn moeder "Maria Christina Genoveva van Alckemade" aan en is de stamvader van de later in België gevestigde familie Cousebant van Alkemade.

Dispositie

Hoofdwerk -d'''
Rugpositief C-d''' Koppelingen e.d.
Prestant 16' disc.
Bourdon 16'
Prestant 8'
Holpijp 4'
Octaav 4'
Holfluyt 4'
Superoctaaf 2'
Woudfluit 2'
Mixtuur 4 st
Cimbaal 3 st
Sexquialter 3 stdisc.
Cornet 4 stdisc.
Trompet 8' b/d
Holpijp 8'
Dwarsfluyt 8' disc.
Prestant 4'
Fluit 4'
Octaav 2'
Quint 1 1/2'
Sexquialter 2 st disc.

koppel Hoofdw.-Pos.
tremulant

Pedaal C-c'
Aangehangen kistpedaal
"a la francaise"

Mechanische sleepladen.

 

-------- ----

 

Als bekroning van de middelste pijpentoren een beeld van een gekroonde David van ongeveer anderhalve meter hoog.

Muziekfragmenten

Opnamen van de CD Midden-Brabantse orgels: klik hier

Organist Ad van Sleuwen (opname 30 september 2008)
Diedonné Raick (+/-1700-1764) Uit Suite V in f klt klik hier voor een muziekfragment
---a. Vivace
---b. Largo
---c. Gavotte I
Matthias van den Gheyn (1721-1785) Preludium en Fuga in g kl klik hier voor een muziekfragment

 

De kerk

----

----

Een parochie Waspik wordt al genoemd in 1257. Het is wel zeker dat er toen al een kerkje in Waspik gebouwd was. Gezien de tijd en de nog geringe bevolking zal het een tufstenen gebouwtje geweest zijn. De kerk van Waspik is in 1421 ten gevolge van de St. Elisabethsvloed verloren gegaan. Na 1421 bouwde de parochie een nieuwe kerk, meer naar het zuiden. Mogelijk pas na de aanleg van de nieuwe Langstraatweg en –dijk waar in 1442 toe besloten werd. De St. Elisabethsvloed en de voortdurende oorlogshandelingen in deze streek veroorzaakten een grote verarming. In 1515 stonden nog maar 75 haardsteden in Waspik waarvan een gedeelte zelfs nog onbewoond was. In 1517 is men al volop in de roerige tijd van de godsdiensttwisten. De beeldenstorm heeft Waspik ongemoeid gelaten. De strooptochten van de watergeuzen vanuit het eiland Klundert (Dordrecht) en later vanuit Gorinchem langs de Oude en de Nieuwe Maas maakten de streek onveilig. Slechts een week na de inname van Geertruidenberg door de prins van Oranje werd in de kerk daar de eerste protestante dienst gehouden. De priesters en kloosterlingen waren van te voren de stad uitgejaagd of vermoord. Het bestaan van de hervormde gemeente van Geertruidenberg zou alleen nog tussen 1589 en 1593, toen de stad in Spaanse handen was, onderbroken worden. Pastoor Dirk Laureyssen, die in 1571 in Waspik resideerde, bevond zich tussen 1589 en 1593 als kapelaan in het veiliger gelegen Tilburg waar hij tevens als notaris optrad. Tussen de akten en testamenten die hij als notaris opstelde vond men zo’n 50 jaar geleden enkele losse bladen met aantekeningen van door hem verrichte dopen en huwelijksinzegeningen te Raamsdonk en Waspik tussen 9 juli 1594 en 31 augustus 1595. Gedurende die periode nam hij dus zijn Waspikse pastoraat weer zelf waar. Tevoren trad de pastoor van Capelle, Jan Adriaansz. Vosch, als zijn plaatsvervanger op. Vanzelfsprekend waren er onder de Waspikse bevolking ook hervormden. Zo komen er in een boedelberekening uitgaven voor aan een predikant voor het zondagsgebed en voor de uitvaart van een overledene die op een niet nader te bepalen datum tussen 1588 en 1596 was gestorven. Het is de enige keer dat er vóór 1610 in Waspik van een predikant sprake is. In alle andere boedelstukken worden steeds de kosten voor de uitvaarten betaald aan heer Jan Vosch, pastoor te Waspik. Het geringe aantal protestanten in Waspik doet vermoeden dat zij nog van de diensten van predikanten in de naburige dorpen gebruik maakten en dus zal de bovengenoemde predikant niet in Waspik gewoond hebben.

Na het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) verboden de Staten van Holland in het gehele gewest de katholieke eredienst. Het gevolg was dat overal waar dat nog niet gebeurd was, de kerken door de protestanten werden overgenomen. De katholieken waren verplicht elders ter kerke te gaan. Die van Waspik getroostten zich vaak de lange weg naar Dongen.

De inmiddels opgerichte hervormde gemeente van Waspik werd tot 1618 bediend door de eerste echte predikant van Capelle, dominee Cornelis Fransz. Wellensz. alias Polletz, die in 1610 zijn ambt aanvaardde. Een eigen predikant kreeg Waspik in 1618: dominee Casparus Nusius, die in 1625 overleed. In 1689 is de pastorie, toen bewoond door kandidaat Salomon Zoltelen, in enkele uren afgebrand en daarmee zijn een groot aantal documenten verloren gegaan. Er werd een nieuwe pastorie gebouwd die in 1796 onbewoonbaar werd verklaard. In dat jaar was de hervormde gemeente 389 leden groot en de roomse parochie telde 1287 leden. Deze laatste wilden nu de kerk met de bijbehorende goederen terug. Hier is zo’n 20 jaar onenigheid over geweest. De roomsen grondden hun eisen op het feit dat de kerk voor de Reformatie Rooms was geweest en dat de hervormde gemeente te klein was om de kerk te onderhouden. De hervormden hebben toen aan de regering hun inkomsten en dergelijke moeten tonen maar hebben dit steeds geweigerd en zelfs dreigementen en het inwonen van een gendarme bij de predikant en de kosten hielpen niet. Uiteindelijk heeft de koning, Lodewijk Napoleon, in 1804 de kerk en de goederen definitief aan de hervormde gemeente toegewezen. De katholieken van Waspik vorderden naar verhouding van hun aantal 2/3 deel van de kerkgoederen op en bouwden in 1840-1841 hun eigen kerk, de Bartholomeuskerk, die op 4 oktober 1841 ingewijd werd.


www.hervormdegemeentewaspik.nl