Vessem

Sint-Lambertuskerk

Servatiusstraat 8---- google.nl/maps

Zaterdag 21 mei 2011
De voorjaarsexcursie van de de Brabantse Orgelfederatie gaat dit keer naar een viertal Loret-orgels: in de Sint-Lambertuskerk te Vessem, de Kerk van O.L.Vr. ten Hemelopneming te Reusel, de Heuvelkerk in Tilburg en de Sint-Lambertuskerk in Udenhout. Meer info klik hier.

Bij de bouw in 1883, op de fundamenten van de laat-gotische parochiekerk, is door architect H.Bekkers de 15e eeuwse toren - in Kempische gotiek uitgevoerd – gehandhaafd. Deze toren heeft overhoekse steunberen aan de westzijde, rechte aan de oostzijde, en bestaat uit drie geledingen en een van vier tot achtkant ingesnoerde spits. In de geledingen spaarvelden met spitsbogen bovenin de galmgaten en onder de daklijst een rondboogfries. In de toren hangen twee klokken, gegoten door Jean Petit in 1716 en 1726. De kerk werd in neogotische stijl, als driebeukige basiliek zonder transept, met lager koor en kapellen opzij, tegen de toren aangebouwd. In 1967 werd de kerk na het Tweede Vaticaans Concilie (1965) versoberd en werden wanden en plafonds wit gekalkt. Daarbij verdwenen ook enkele waardevolle stukken, zoals het hoogaltaar van Van Opstal (uit Turnhout) en de ramen van glazenier Capronier (uit Brussel) uit de kerk. Bij de huidige kerkrestauratie zou o.a. de vochtproblematiek in de muren opgelost moeten worden en het orgel hersteld worden naar de oorspronkelijke dispositie. Bij het afnemen van de kalklagen bleek het - door het bouwbureau van het bisdom aanbevolen - peel away wel de latex van 1965 te verwijderen, maar daaronder bleken zich prachtige decoraties te bevinden. Archiefonderzoek door Jan Ramakers van het parochiebestuur bracht aan het licht dat in 1890 muren en plafonds rijk gedecoreerd waren door Jos Lommen, leerling van Pierre Cuypers. Bij de huidige restauratie zijn de decoraties hersteld en “opgehaald”. Bij de ingebruikname op 28 april vertelde Wies van Leeuwen, beleidsmedewerker Monumentenzorg bij de provincie Noord-Brabant en in 1984 oprichter van het Cuypersgenootschap, boeiend over de neogotiek als visitekaartje van de r.-k.-kerkbouw in de tweede helft van de 19e eeuw in Brabant. “Toen had men nog geen missalen met naast de Latijnse de Nederlandse tekst. De kerkgangers konden de Latijnse teksten niet volgen, maar konden dan genieten van de prachtige plafond- en wandschilderingen.”

Op het kerkhof is in 1887 een Calvarieberg met beeldengroep geplaatst als afsluiting van het hoofdpad van het kerkhof, tegenover de toren van de kerk. Op een met klimop begroeide kunstmatige heuvel staat de beeldengroep, bestaande uit de gekruisigde Christus, Johannes en Maria. De beelden zijn uitgevoerd in wit geschilderd terracotta. Het kruis bestaat uit beton en heeft klaverbladvormige uiteinden. De heuvel bevat een met baksteen ommetselde grot met een smeedijzeren hek voor de ingang. Aan weerskanten bevindt zich een wit beeld van een beschermengel.
Deze Calvarieberg heeft kunsthistorisch belang als voorbeeld van het werk van de kerkelijke kunstindustrie in de negentiende eeuw. Het is gaaf bewaard gebleven.

 

Het F.Loret-orgel (1868)

oooo

Het orgel

In Brabant werd in 1867 uitgevaardigd dat het plaatselijke orkest de vieringen niet meer mocht opluisteren met haar klanken. Ook pastoor Bussing kreeg een brief met dergelijke strekking van deken Zomers uit Best, zodat ook de Lambertus-parochie in Vessem ondanks mogelijk onvoldoende middelen daartoe feitelijk wel een orgel moest kopen. Toch wordt op 14 maart 1868 met François Loret (uit het Belgische Mechelen) een 'akte van verbintenis' getekend, waarbij Loret zich verplicht tot de bouw van een tweeklaviers orgel met een bescheiden dispositie van 9 stemmen (zie kader). De dispositie uit het contract wijst op een transmissielade, waarbij de vier stemmen van het positief ook op het manuaal konden klinken. Bij oplevering waren deze stemmen echter niet op het positief aanwezig en was geen transmissielade toegepast. De kosten bedroegen 2.200 gulden, dat was exclusief transport “als mede de onkosten voor logimenten en voeding der knegten en de heer Loret” (“voor rekening van de Eerwaarde Heer Pastoor J.F. Bussing”). Het orgel krijgt een eenvoudige kas, zoals pastoor Bussing aan de bisschop schrijft “dat door het vermijden van beeldwerk en andere overbodige snij-ornamenten de kosten van het orgel niet te hoog op zullen lopen”.
Bij de bouw van de nieuwe (huidige) kerk tegen de oude toren in 1883 werd de orgelkas verfraaid door Cornelis van Opstal. Op de twee hoeken plaatste hij beelden van paus Gregorius de Grote en van bisschop Ambrosius. Toen is mogelijk ook de (huidige) windvoorziening met trapinstallatie aangebracht. In elk geval is de bij Loret gebruikelijke zwengel met krukas voor het bedienen van de balgen niet meer aanwezig; ook het aantal schepbalgen is anders dan in het contract werd beschreven.
Zowel de orgelkas als de dispositie doen sterk denken aan het orgel van Gradussen uit 1871 in het nabij gelegen Hoogeloon. In Vessem zijn echter de beelden van Gregorius en Ambrosius (de beide patronen van de kerkzang) aanmerkelijk groter uitgevoerd.

Wijzigingen in de loop der jaren
In 1929 wijzigde Vermeulen de dispositie. Daar de Bourdon 8 vt te hard was voor de voorzanger, werd deze van het bovenmanuaal naar het hoofdmanuaal verplaatst. De Salicionaal moest het veld ruimen en een Gamba en een Vox Celeste werden geplaatst. De romantisering had doorgezet. Huidig onderzoek aan het pijpwerk toonde aan dat de huidige Bourdon 8 vt van het hoofdmanuaal nog het oude groot octaaf van de Quintadena 8 bevat terwijl ook het oorspronkelijke groot octaaf van de Salicional 8 (zink) bleef bewaard.
Bij herstelwerkzaamheden door Vermeulen in 1952 werd een elektrische windmotor geplaatst.
Verschueren tekende voor een restauratie in 1968, waarbij mechanieken, lades, conducten en windkanalen naar de geest van die tijd werden aangepast of vernieuwd. Delen van de houten windkanalen werden vervangen door westaflex, terwijl telescoophulzen werden aangebracht in de pijpstokken. De oorspronkelijke pulpeten werden vervangen door loden schijfjes. De Gamba en Vox Celeste zouden niet passen in het klankbeeld van dit orgel en zo werd de Vox Celeste vervangen door een Doublette 2 – 1 1/3 vt. Bij deze restauratie werden de toetsen opnieuw belegd. Deze restauratie werd uitgevoerd onder advies van pastoor Kerssemakers uit Bladel.
Het orgel was mede door windlekkage de laatste jaren slecht bespeelbaar geworden en dringend aan restauratie toe.

Loret-orgel in 2010 gerestaureerd

Op basis van het opzetplan van Rogér van Dijk, die bij de huidige restauratie als adviseur optrad, werd het orgel naar de meer oorspronkelijke situatie gerestaureerd door de orgelmakers Verschueren Orgelbouw te Heythuysen. Naast stabilisatie van het orgel op de galerij moesten delen van de kast worden gerestaureerd.
De aanleg van klaviatuur en register- en speelmechaniek was nog origineel, zij het dat de speelmechaniek in 1968 zwevend is gemaakt. Met handhaving van deze aanleg is waar nodig gerestaureerd en het geheel opnieuw afgesteld.
De lade werd geheel gerestaureerd waarbij de telescoophulzen werden verwijderd en weer pulpeten werden aangebracht in de stijl van Loret. De ernstig lekke windvoorziening werd gerestaureerd, en nieuwe windkanalen kwamen in de plaats van het westaflex. De oorspronkelijke conducten werden gerestaureerd. De niet originele trapinstallatie is niet hersteld.
Van het pijpwerk was nog veel historisch en origineel pijpwerk van Loret aanwezig. Mede daardoor kon de originele dispositie goed hersteld worden, waarbij ontbrekend pijpwerk in de factuur van Loret werd bijgemaakt. Veel o.a. aan de steminrichtingen beschadigd pijpwerk werd zorgvuldig gerestaureerd.
Proeven hebben uiteindelijk uitgewezen dat de winddruk aanmerkelijk hoger moest worden dan de laatst gemeten druk voor de restauratie van 75 mm WK. Bij de huidige nieuwe druk van 90 mm WK klinkt het orgel aanmerkelijk beter en is een klankbeeld verkregen dat meer recht doet aan de opzet van Loret.
Verschueren Orgelbouw heeft met deze restauratie de prachtig gerestaureerde Sint-Lambertuskerk een herboren Loret-orgel teruggegeven. Bij de ingebruikname liet Ad van Sleuwen het orgel klinken met werken van Dubois, Lemmens en Van den Bogaert. Van de laatste componist klonk de “Sonatine libre pour orgue”, opgedragen “à Monsieur François Loret, Facteur d’orgues à Malines”. Hij liet hierbij het orgel van ingetogen tot majestueus klinken. Bij de afsluitende “Fanfare” van Lemmens deed het orgel grootser aan dan zijn 9 stemmen tellende dispositie zou doen verwachten.
Vessem heeft met zijn gerestaureerde Sint-Lambertuskerk en het gerestaureerde Loret-orgel een aantal parels aan de culturele kaart van Noord-Brabant toegevoegd.

Op woensdagmiddag 28 april 2010 werd in de Sint-Lambertuskerk in Vessem het door Verschueren Orgelbouw gerestaureerde orgel in gebruik genomen. Het in 1868 door F.B. Loret voor de voormalige parochiekerk gebouwde orgel werd in 1883 in de nieuw gebouwde neogotische kerk geplaatst en kreeg toen zijn huidige front. Wijzigingen vonden plaats in 1929 (Vermeulen) en 1968 (Verschueren). Bij de huidige restauratie onder advies van Rogér van Dijk kreeg het orgel zijn oorspronkelijke dispositie terug. Bij de ingebruikname werd het orgel bespeeld door Ad van Sleuwen.

Organist Ad van Sleuwen klik hier voor een geluidsfragment

P.C.F. Van den Bogaert (1829–1874)
´Trois Choeurs´ (Reminiscences), Hommage à Mr. J. Lemmens
Andante in D

van de cd Brabants Orgelrijkdom VIII, klik hier.

oooo De heilige Gregorius (links) en Ambrosius flankeren de orgelkas.

Dispositie



Restauratie Verschueren Orgelbouw, 2010

Hoofdmanuaal (C-f''') Positief (C-f''') Speelhulpen:
Bourdon 16'
Quintadena 8'
Prestant 4'
Flageolet 2'
Trompet bas/disc 8'
Prestant 8'
Bourdon 8'
Salicionaal 8'
Roerfluit 4'
Manuaalkoppel
Aangehangen pedaal C-d’

Mechanische tractuur.
Winddruk 90 mm WK.

 

Geraadpleegde bronnen:
redactie Ad van Sleuwen en drs. Peter Korz, Loret-symposium, Stichting het Brabantse orgel, 1989
dr. Teus den Toom, eindredactie, Het Historisch Orgel in Nederland, 1865-1872, Amsterdam, 2004
Rogér van Dijk, Opzetplan Loret-orgel Sint-Lambertuskerk Vessem, Utrecht, 2005

Tekst en foto’s: Wim van der Ros