Woensdag 1 februari 2012
Tilburg, Heikese kerk
Aanvang 19.00 uur
Toegang gratis
Studenten van het conservatorium
De kerk
Het Heike is de oudste parochie van Tilburg. In de oude parochiekerk, die in 1485 na een vergroting weer werd ingewijd, moet al een orgeltje in gebruik zijn geweest want in een rechterlijk stuk van 1527 is er sprake van een organist die in Tilburg speelde; dat kan dus slechts in het Heike zijn geweest. In 1595 werd de kerk door de Spaanse troepen in brand gestoken. 20 jaar later was het gebouw weer zover uit de as herrezen dat het opnieuw ingezegend kon worden. De kerk was echter al eerder in gebruik want kerkrekeningen vermelden, dat er in 1607 al een orgeltje is geplaatst, aangekocht in Breda voor '62 guldens en 11 stuyvers'.
Aquareltekening van Roelof van der Vleuten uit 1657 (uit het Streekarchivariaat Oosterhout).
In 1633 nemen de protestanten de kerk in bezit en weken de katholieken enige tijd later uit naar een grenskapel van Steenvoort onder Goirle. Pas zo'n 40 jaar later werd de situatie wat minder gespannen en werd oogluikend toegestaan dat de katholieke eredienst in schuil- of schuurkerken werd uitgeoefend. De parochie van het Heike had meerdere schuurkerken in gebruik, want in 1731 werd een derde in gebruik genomen, terwijl ook de schuurkerk van het Goirke tot het Heike behoorde. In al deze kerken was toen geen orgel in gebruik; de zang werd door een kerkelijk orkest begeleid.
Meer over de geschiedenis van de kerk zie http://www.historietilburg.nl/thr/thr9.vanhest.htm
Geschiedenis van het orgelPas in 1803 kocht het Heikese kerkbestuur een orgel, een gebruikt instrument, dat in 1776 door de befaamde Vlaamse orgelmaker Pieter van Peteghem was gebouwd voor de Zusterabdij Roosendael bij Mechelen (B). Het was een instrument met twee klavieren en een aangehangen pedaal, dat door de Antwerpse orgelmaker Jean Joseph Delhaye naar Tilburg werd overgeplaatst, waarbij het met een derde klavier, een echowerk, werd uitgebreid. Intussen had de parochie de oude Heikese kerk weer toegewezen gekregen, maar het duurde tot 1823 eer de protestanten de kerk ontruimd hadden. Het kerkbestuur vond de oude kerk echter te klein en gaf opdracht tegen de oude toren een nieuwe kerk te bouwen, die in 1829 in gebruik genomen werd. De aannemer van de kerk moest ook voor de overplaatsing van het orgel zorgen. Afgaande op wat G.H.Broekhuyzen in zijn 'orgelbeschrijvingen' (1845) noteert zou hij daarvoor weer Delhaye kunnen hebben ingehuurd. Kennelijk had de bouw van de kerk zoveel geld gekost dat het orgel ongewijzigd werd overgeplaatst en ook daarna slechts spaarzaam werd onderhouden. Na een kleiner herstel in 1859 werd pas in 1869 een grote reparatiebeurt uitgevoerd. Mathias van Dinter, compagnon van Lambertus Vermeulen te Weert, maakte toen voor f 1200,- drie nieuwe klavieren, twee nieuwe balgen en plaatste drie nieuwe registers. M.H. van 't Kruijs, organist van de Rotterdamse Laurenskerk, noemt in 1885 de dispositie van het Heikese orgel ook in zijn 'verzameling van disposities'.
Beide beschrijvingen zijn gebruikt voor de volgende opgave:Mathias van Dinter dispositie (1869):
Hoofdmanuaal Bovenmanuaal Rugwerk (onder) Pedaal Bourdon 16'
Prestant 8'
Viola da Gamba 8'
Holpijp 8'
Salicionaal 8'
Octaaf 4'
Fluit 4'
Veldfluit 2'
Doublette 2'
Mixtuur 5 st
Cornet 5 st
Basson-Hobo B/D 8'
Trompet B/D 8' Bourdon 8'
Fluit 4'
Octaaf 2'
Cornet 2 st
Hobo 8' Prestant 4'
Bourdon 8'
Dwarsfluit 8'
Fluit 4'
Dolce 4'
Doublette 2'
Cornet 3 st
Kromhoorn B/D 8'
aangehangen
Tremulant
afsluiting
ventil
koppeling
Na 1895 kreeg het orgel weer meer aandacht en vond het onderhoud weer jaarlijks plaats.
Aan het begin van deze eeuw waren de kerken van Heuvel en Goirke naar de nieuwste mode van romantische orgels voorzien, maar zat men op het Heike nog met een oud en ouderwets instrument. Het was wel enigszins aangepast maar zonder vrij pedaal en de zwelkast was voor de toen gangbare kerkmuziek niet zo geschikt. Bovendien stond het op de zangerstribune behoorlijk in de weg, vooral door het rugwerk, dat in de balustrade stond. Dus besloot het kerkbestuur de gebr. Franssen (Roermond) een geheel nieuw intrument te laten maken met drie klavieren en vrij pedaal. Daarbij werd het rugwerk uit de balustrade verwijderd -de plaats ervan is nog steeds herkenbaar- en een deel van het bestaande pijpwerk werd opnieuw gebruikt. Een noviteit was de daarbij toegepaste elektrische tractuur. Hoewel door al eerder mee was geexperimenteerd, door de Fa. Maarschalkerweerd in 1898 in Doesburg en Oosterhout, de St.Janskerk in 1899, was dat geen succes. Nieuw was hier, dat er geen pneumatiek aan te pas kwam en voor de electriciteit geen gebruik werd gemaakt van batterijen, die onbetrouwbaar waren en kostbaar doordat ze te vaak moesten worden vervangen, maar dat een omvormer werd benut '...welke direct op de as van den electro-ventilateur was gebouwd en zoodoende in staat is den noodigen constanten stroom te leveren". Ook waren de toetscontacten van platina-punten voorzien tegen verbranding en waren in de leidingen er naar toe weerstanden opgenomen tegen vonkvorming. Het orgel kreeg een verrijdbare speeltafel en had bij oplevering in 1918 deze dispositie:Franssen dispositie (1918):
Man.I Man.II Man.III (expressief) Pedaal Principal 16'
Bourdon 16'
Prestant 8'
Trompet-Harmonique 8'
Violon 8'
Holpijp 8'
Octaaf 4'
Roerfluit 4'
Mixtuur 3-7 st
Cornet 5 st
Trompet 8' Bourdon 16'
Diapason 8'
Roerfluit 8'
Quintadeen 8'
Salicionaal 8'
Flute traverse 4'
Fugara 4'
Progressio-Harmonica 3-4 st
Clarinet 8'
Trompet-Harmonique 8' Violonprestant 8'
Gemshoorn 8'
Salicionaal 8'
Aeoline 8'
Vox celeste 8'
Bourdon 8'
Solofluit 4'
Kwint 3'
Picollo 2'
Basson-Hobo 8'
Vox humana 8'
Contrabas 32'
Violonbas 16'
Subbas 16'
Octaafbas 8'
Violoncello 8'
Gedekt 8'
Octaaf 4'
Bazuin 16'
Tuba 8'Franssen-Vermeulen-orgel 1956
Verder bezat het orgel een hele serie normale, sub- en superoctaafkoppel: combinatieknoppen, generaalcrescendotrede, zweltrede, tremolo en pianopedaal. "Een monumentaal werk, waarop onze nationale industrie inderdaad trotsch kan zijn. ...Een kijkje in het inwendige van het orgel geeft den indruk van bekwaam en solide werk", volgens een artikel in 'het orgel', nov. 1918. Toch was de kwaliteit naar huidige maatstaven discutabel. Er was veel zinken pijpwerk gebruikt, wat de klank zeker niet ten goede kwam, en ook de intonatie liet te wensen over. En hoewel de elektrische tractuur aanvankelijk redelijk betrouwbaar leek, was nog geen 30 jaar later het orgel zo goed als versleten.
![]()
De Gebrs. Vermeulen uit Weert, die het orgel al jaren in onderhoud hadden, kregen opdracht in de oude behuizing een nieuw instrument te bouwen. Onder advies van Dr. P.de Bruijn kreeg dit orgel in 1956 electro-pneumatische tractuur en bleven 17 registers bewaard. De dispositie werd uitgebreid tot 47 stemmen, zij het dat op het pedaal diverse registers volgens het unit-systeem van elkaar waren afgeleid. Het orgel werd op zondag 11 maart 1956 in gebruik genomen. In 1978 was een grote schoonmaak- en herstelbeurt nodig, waarbij de dispositie en intonatie werd aangepast, zodat er wat meer samenhang kwam in de klank van het pijpwerk van verschillende herkomst. In de huidige dispositie zijn deze wijzigingen aangegeven met *. De registers die geheel of gedeeltelijk van Franssen zijn met **. Van deze stemmen, die nagenoeg geheel van fabrieksmakelij zijn en veel zinken pijpen bevatten, bestaat bij Bourdon 8' van manuaal II en Holpijp 8' in manuaal III het groot octaaf nog uit pijpen van Van Peteghem.
Hoewel het pijpwerk van 1956 van betere kwaliteit is dan dat van 1918 en ook de wijzigingen van 1978 het orgel een frissere klank hebben gegeven, blijft de niet altijd goed werkende electro-pneumatische tractuur een groot nadeel voor Tilburgs grootste orgel, dat desondanks vanwege de ruime dispositie en de voortreffelijke akoestiek van de Heikese kerk regelmatig wordt gebruikt.
Dispositie:
Man.I Hoofdwerk Man.II Positief Man.III Zwelwerk Pedaal Prestant 16'
Prestant 8'
Roerfluit 8' **
Octaaf 4'
Dwarsfluit 4' **
Octaaf 2'
Quint 2 2/3' **
Fluit 2' **
Mixtuur 4-6 st
Cornet D 6 st*
Trompet 8'
Klaroen 4' Gemshoorn 8' **
Bourdon 8' **
Quintadeen 8' **
Prestant 4'
Fluit 4' **
Quint 1 2/3' *
Prestant 2'
Cimbel 4 st
Kromhoorn 8' ** Bourdon 16' **
Prestant 8'
Salicionaal 8' **
Holpijp 8' **
Prestant 4'
Gemshoorn 4' **
Roerquint 2 2/3' *
Fluit 2'
Terts 1 3/5'
Scherp 3 st
Dulciaan 16'
Basson-Hobo 8' ***
Contrabas 32'
Prestant 16'
Octaaf 8'
Koraal 4'
Violon 16' **
Mixtuur 4-6 st
Subbas 16'
Gedekt 8'
Bourdon 4'
Bazuin 16'
Trompet 8'
Klaroen 4'
Trompet 2'Klavieromvang C-g'''
Pedaal C-f'
Balanstreden voor zwelkast en generaalcrecendo.
Drukknoppen voor koppels: P+I, P+II, P+III, P+III 4', I+II, I+III, II+III.
Automatisch pedaal II en III.
Generaal tutti.
10 tongwerkafstellers.
4 vrije combinaties.
Loek van Nes -conservatorium- orgel, 1985
De geschiedenis.
Dit orgel is gebouwd in de jaren zeventig van de vorige eeuw als hobby onder leiding van Loek van Nes.
Op 30 oktober 2005 werd dit orgel, dat eerder sinds 1985 in Bergen op Zoom in de kerk van de Goddelijke Voorzienigheid stond geplaatst in de Heikese kerk in Tilburg.
Het orgel is nu op initiatief van Ad van Sleuwen eigendom van Fontys Hogeschool voor Kunsten t.b.v. de orgelklas van het conservatorium. Loek van Nes ontwierp een nieuwe, hogere kas, de ligging van het binnenwerk werd geheel herzien en aangepast aan de nieuwe situatie. Ook de dispositie werd uitgebreid en aangepast om geschikt te zijn voor de Franse barokliteratuur. Het orgel telt 49 registers, verdeeld over drie manualen, Hoofdwerk, Positief (Bovenwerk), Borstwerk en Pedaal. Het pijpwerk bevat divers pijpwerk; nieuw van Stinkens (1985), 19e eeuwse vlaamse registers en van Smits, Maarschalkerweerd en Walcker. Om de gewenste mensuren te verkrijgen zijn daartoe pijpen toegevoegd of verschoven.
Naast de gebruikelijke koppels heeft het orgel twee tremulanten voor Bovenwerk en Borstwerk. De klankafwerking werd uitgevoerd door C.Nijsse en J.Roeleveld van de firma Stinkens uit Zeist. Jac van Nes ontwierp en maakte de ornamenten.Dispositie
Hoofdwerk Positief Borstwerk Pedaal Quintadeen 16'
Prestant 8'
Viola da Gamba 8'
Roerfluit 8'
Octaaf 4'
Spitsfluit 4'
Nasard 2 2/3'
Octaaf 2'
Terts 1 3/5'
Cornet 5 st
Mixtuur 5-8 st
Cimbel 4 st
Fagot 16'
Trompet 8'
Kromhoorn 8' Holpijp 8'
Quintadeen 8'
Prestant 4'
Roerfluit 4'
Octaaf 2'
Quint 1 1/3'
Sexquialter 2 st
Scherp 4-6 st
Tertscimbel 3 st
Dulciaan 8'
Tremulant Gedekt 8 '
Fluit 4'
Prestant 2'
Woudfluit 2'
Sifflet 1'
Cornet 3 st
Cimbel 2 st
Regaal 8'
Tremulant
Prestant 16'
Subbas 16'
Octaaf 8'
Bourdon 8'
Roerquint 5 1/3'
Octaaf 4'
Mixtuur 8 st
Bombarde 32'
Bazuin 16'
Trompet 8'
Clairon 4'
Cinck 2'
Manuaalomvang C-f'''', pedaal C-f', koppelingen.
pijpwerk van het hoofdwerk
pijpwerk van het positief, van boven gezien.
de speeltafel.