s-Grevelduin-Capelle (Sprang-Capelle)
![]()
Zicht vanaf de achterzijde bij het kerkhof.
NH kerk
![]()
![]()
Muziekfragmenten
Opnamen van de CD Midden-Brabantse orgels: klik hier
Organist Piet Groenendijk (opname 7 oktober 2008)
Johann Sebastian Bach Christum wir sollen loben schon (Orgelbüchlein) klik hier voor een muziekfragment
Johann Ludwig Krebs (1713-1780) Ach Gott, erhör mein Seufzen klik hier voor een muziekfragmentHet Van Hirtum-orgel
In 1820 bouwde B.P. van Hirtum in de Nederlands Hervormde kerk van s-Grevelduin-Capelle een een-klaviers orgel. Drie jaar later breidde hij dit met een onderpositief uit tot een twee-klaviers instrument. Daarbij was dit zijn eerste twee-klaviers orgel. Waarschijnlijk bezat het toen geen aangehangen pedaal. In het Handschrift Broekhuyzen (ca. 1852) wordt aangegeven dat het orgel over een aangehangen pedaal van anderhalf octaaf beschikt.
In 1889 brengt Antony Vingerhoets, die als vroegere medewerker van Van Hirtum de bedrijfsactiviteiten voortzette, een aantal registerwijzigingen aan. Daarbij wordt het orgel nogal geromantiseerd. Zo verving hij op het onderpositief de registers Quint-Sexquialter, Flagiolet, Mixtuur en Cornet door Flûte Harmonique 8', Voix céleste 8', Vox humana 8' en Dulciana 4'. De Mixtuur van het manuaal moest voortaan een koor missen en de Cimbel werd hier verwijderd. Vingerhoets vervangt de spaanbalgen door een magazijnbalg en verhoogt de toonhoogte met een halve toon. Rond 1938 maakte Koppejan uit Ederveen de Bourdon 16' van het hoofdwerk als pneumatische transmissie bespeelbaar op het pedaal. In 1945 werd het orgel beschadigd door granaatinslagen. Bij de daarop volgende restauratie in 1949 onder advies van mr. A.Bouman werd de dispositie gewijzigd door Leeflang te Middelharnis, waarbij enkele wijzigingen van 1889 werden teruggedraaid. Ook werden vier pedaalstemmen door middel van een unitsysteem toegevoegd vanuit twee basisregisters.
In 1984 volgde onder advies van Hans van der Harst een restauratie door Orgelbouw Ernst Leeflang te Apeldoorn, waarbij de oorspronkelijke dispositie van 1823 werd gereconstrueerd, de toonhoogte werd hersteld, en de klaviatuur ook gedeeltelijk werd gereconstrueerd. Van het nieuw aangebrachte vrije pedaal, qua omvang buitenproportioneel groot (C-f), werd het pijpwerk opgesteld in een separate kas achter het orgel. De magazijnbalg uit 1889 bleef gehandhaafd, terwijl onder de lades schokbalgen werden aangebracht. In het onderpositief werden nieuwe frontpijpen geplaatst. De nieuwe lessenaar kreeg een niet passend snijwerk. De kas werd prachtig hersteld, waarbij ook het snijwerk weer werd gecompleteerd.
![]()
![]()
![]()
Dispositie:
Manuaal Positief Pedaal Koppelingen Bourdon 16'
Prestant 8'
Holpijp 8'
Viooldigambas 8'
Flutravers D 8'
Octaaf 4'
Fluit 4'
Quint-fluit 3'
Super Octaaf 2'
Mixtuur 4 st
Cimbel 2'
Cornet D 4 st
Trompet B/D 8'
Clairon 4'Holpijp 8'
Prestant 4'
Roerfluit 4'
Octaaf 2'
Gemshoorn 2'
Quint B 1 ½'
Flageolet 1'
Mixtuur 3 st
Cornet D 3 st
Sexquialter D 2 stSubbas 16'
Prestant 8'
Gedekt 8'
Octaaf 4'
Bazuin 16'
Trompet 8'pedaal/manuaal
pedaal/positief
manuaal/positief
tremulant op het hele werk
Het Davidsbeeld op het orgel.
Originele positief frontpijpen uit 1820 hangen aan de muur in de kerk.
Tekst Wim van der Ros
Foto's Wim van der Ros/Wijtse RodenburgGegevens zijn ontleend aan Nicolaas en Bernard van Hirtum, orgelmakers te Hilvarenbeek, Frans Jespers, Tilburg, 1990 en aan Het Van Hirtum-orgel in de Hervormde kerk te s-Grevelduin-Capelle, Wim van der Ros in de Orgelvriend, jaargang 28 nummer 7, juli 1986.