Sint-Lambertuskerk te Rosmalen
![]()
Markt 1, 5241 VL, Rosmalen---- maps.google
De Sint-Lambertuskerk.
De Sint-Lambertuskerk is een Rijksmonument. De toren is eigendom van de gemeente.
Waarschijnlijk was Rosmalens eerste kerk van hout, een vrij normaal verschijnsel in het Brabantse. Het bouwtijdstip moet tussen 1100 en 1200 geweest zijn, de periode waarin de Maas van dijken werd voorzien. Meer zekerheid bestaat er over dat op de plaats van de huidige Lambertuskerk een tufstenen bedehuis stond, waarvan de fundamenten zijn teruggevonden. In de jaren 800 tot 1300 werd deze natuursteensoort in onze streken veelvuldig toegepast. Volgens mondelinge overlevering kreeg in 1430, toen baksteen in zwang raakte, de toren zijn huidige vorm en werd een nieuwe kerk gebouwd. Het onderste torengedeelte doorspekte men met lagen tufsteen. Waarschijnlijk pas in 1550 ontstond de kerk in haar basilieke vorm: een middenschip met zadeldak en twee zijbeuken met lessenaardaken. Tegelijkertijd is de dwarsbeuk, of kruisarm, gebouwd alsmede de Mariakapel. Deze buitenkant heeft de kerk gehouden tot 1910. Bij de Reformatie verloren de Rooms-Katholieken de kerk aan de Hervormden en moesten zij genoegen nemen met een schuurkerk. Slechts een klein gedeelte van het gebouw diende tot Hervormde kerk, een ander gedeelte fungeerde als raadhuis en het grootste deel van de kerk bleef ongebruikt. In 1823 kwam de kerk weer in Rooms-Katholieke handen door een besluit van Koning Willem I, waarna een interieuraanpassing volgde in classicistische stijl. Onder het oorspronkelijke gewelf bracht men een gestucadoord plafond aan, zodat zes van de acht raampjes in het middenschip van binnenuit niet meer te zien zijn. De spitsbogen tussen de pilaren zijn toen veranderd in rondbogen. In 1849 werd de hoofdingang onder de toren door gemaakt. In de jaren 1910-1911 werd de kruisarm verdubbeld en bouwde men twee zijkapellen voor kleine altaren, zodat de kerk groter werd. Zo is de situatie gebleven. De voorlaatste restauratie was in 1977-1978, onder toezicht van de Rijksdienst voor Monumentenzorg. In 2003 werd het interieur van de kerk opgeknapt.
Tekst naar de 'Gemeentegids Rosmalen 1995'
Klik hier voor uitgebreide informatie over de Lambertuskerk.
Het F.C. Smits-orgel (1850)
"Het orgel van de Sint-Lambertuskerk is in 1850 vervaardigd door F.C.Smits (1800-1876) uit Reek (bij Grave, N.Br.). Deze orgelbouwer, die het vak uit de boeken had geleerd, bedacht als ingenieus vakman telkens nieuwe oplossingen voor technische problemen en was al even vindingrijk en origineel in het tot klinken brengen van de door hem zelf gemaakte pijpen. Er is bij hem geen sprake van cliché-matige en routineuze producten. De vele orgels die hij in Noord-Brabant gebouwd heeft, zijn persoonlijkheden met een eigen karakter. Het Rosmalense orgel is er ook een om 'u' tegen te zeggen. Het pijpwerk is vrijwel volledig origineel. Met zijn 16 registers, over twee klavieren verdeeld, is het qua grootte een bescheiden instrument, dat zich niet leent voor de grote werken uit de literatuur zoals bijvoorbeeld de koralen van César Franck, maar de talrijke kleinere parels van de orgelmuziekhistorie klinken er voortreffelijk op. Dit orgel is een juweel dat het verdient in de aandacht te blijven van muziekminnaars uit Rosmalen en wijde omgeving."
Drs. Maurice Pirenne (1928-2008), voormalig organist van de Sint-Janskathedraal, 's-Hertogenbosch.
In de Lambertuskerk is het orgel in 1850 geplaatst door F.C.Smits I. Het orgel is grotendeels origineel bewaard gebleven en staat op de oorspronkelijke plaats. Het heeft twee manualen met ieder acht stemmen, waarvan een aantal zijn gedeeld in bas- en discant om de registratiemogelijkheden te vergroten. Het Grootmanuaal is gedeeld in C- en Cis-kant, terwijl het onderpositief chromatisch is ingedeeld. Het beperkte pedaal (C-f) is aangehangen.
Er heeft in 1970 een algehele restauratie plaatsgevonden door Verschueren Orgelbouw uit Heythuysen. Daarbij zijn de niet originele klavieren, die door H.W.J. Smits in 1918 werden geplaatst, vervangen door manualen die afkomstig zijn van het voormalig Smits-orgel in Alphen aan de Maas (1856). Opvallend is dat de 'witte' toetsen met juist met zwart ebbenhout zijn belegd en de 'zwarte' toetsen met wit ivoor, net zoals bijvoorbeeld het Smits-orgel in Gassel.
In 2008/09 heeft opnieuw een restauratie plaatsgevonden door Verschueren. Verzakkingen van delen van de orgelkas (middentoren) werden gestabiliseerd. De orgelkas had de laatste jaren veel te lijden gehad van de verwarming in het kerkgebouw; dit alles uitte zich in scheurvorming van houten lijstwerk en de kas. Het geheel is hersteld en opnieuw in de was gezet. Het onderpositief werd schoongemaakt en de intonatie nagelopen; dit alles als voorlopig laatste fase van herstelwerkzaamheden die in 1999 begonnen. De begeleiding is gedaan door Jos Laus van de KKOR. Bij die gelegenheid is ook de verwarming van de kerk aangepast.
Luister naar geluidsfragmenten van Böhm, Sweelinck en Pachelbel gespeeld door Willem Hörmann op dit F.C. Smits-orgel.
Dispositie
Bovenmanuaal (hoofdwerk) C-f''' Benedenmanuaal (borstwerk) C-f''' Pedaalomvang: C-f Prestant 8'Bourdon 16' basBourdon 16' discPrestant 4'Holpijp 8'Nasard 3' discNasard 3' basOctaaf 2'Mixtuur 3 sterkTrompet 8' basTrompet 8' disc Koppel (koppelt beneden aan boven)VentilViolagam 8'Flt. traver 8' discHolpijp 8'Prestant 4'Fluit 4' basFluit 4' discOctaaf 2'Flagelet 1'Harmonica 8' basHarmonica 8' disc Aangehangen pedaal aan bovenmanuaal.
Het pedaal heeft slechts anderhalf octaaf omvang (C-f).
Joannes ven der Heijden, pastoor van 1848 tot 1865, noteert in 1850 in het 'Liber Memoralis' van de parochie: "in dit jaar is het nieuwe schoone orgel door Fr.Smits gemaakt in de kerk gesteld, en heeft zowat fl. 4730 gekost daar onder gerekend het veranderen van het zangkoor en bezoldering van den ingang der kerk." Het orgel dat u vandaag aantreft in de kerk is nog steeds nagenoeg in de oorspronkelijke staat. In 1920 zijn de klavieren vernieuwd, maar verder is alles authentiek. In 1970 vond een hoognodige restauratie plaats door Verschueren uit Heythuysen. In 1999 werden enkele reparaties verricht aan de tractuur. Bij een eerste beschouwing lijkt het orgel te bestaan uit een hoofdwerk en een klein 'positief' of 'rugwerk' dat in de balustrade van de tribune is opgenomen. Echter, een rugwerk (waar de organist met zijn rug naar toe zit) is dit onderdeel van het orgel niet, omdat de speeltafel aan de zijkant van de orgelkas is aangebracht. Dit is gedaan omdat in de periode van de bouw de kerkmuzikale praktijk zo veranderde er plaats moest zijn voor zangers op de tribune bij het orgel en de organist zowel het liturgisch gebeuren bij het altaar als de dirigent moest kunnen volgen. Dit 'positief' is niet van sprekende pijpen voorzien. Het is dus slechts een decoratief element van het totale orgel. In het hoofdwerk zijn twee windladen aangebracht. Bovenin het hoofdwerk, dat door het bovenste manuaal bediend wordt, en onderin een borstwerk. De organist hoort dit borstwerk direkt door de openingen in de orgelkas boven de speeltafel, in tegenstelling tot het geluid van het hoofdwerk, dat indirekt via de kerk tot de speeltafel doordringt. Het pedaal is aangehangen aan het hoofdwerk.
De orgelkas.
De orgelkassen bouwde F.C.Smits meestal niet zelf. Dit is een van de redenen waarom de Smits-orgels een grote verscheidenheid in verschijningsvorm kennen. Zo'n tienmaal werkte hij samen met 'beeldhouwer-schrijnwerker-architekt-koopman' J.F.Beuijssen (1809-1886) uit Boxmeer bij het bouwen van orgels, waaronder het orgel van Rosmalen. In de archieven van de kerk is terug te vinden dat in 1850 deze Beuijssen fl. 1250,- betaald kreeg voor zijn aandeel in de orgelbouw. De orgelkas is zeker een nadere beschouwing waard. De eikenhouten kas is in 2008 gerestaureerd en behandeld. In het front staan een aantal fraai bewerkte en vergulde prestantpijpen.
Opvallend zijn de pijpvelden met -niet sprekende- gespiegelde pijpen.
Het orgel wordt bekroond door een beeld van een harp spelende Koning David.
die daarbij geassisteerd lijkt door vier musicerende eikenhouten engeltjes.
Ondanks de vele, op verschillende stijlvormen gebaseerde decoratieve elementen is de totaalindruk die het orgel maakt evenwichtig en harmonieus. Waarschijnlijk is de architektuur van het orgel beïnvloed door de bouw van het orgel in de Bossche Sint-Pieterkerk, 3 jaar eerder door dezelfde makers, dat tegenwoordig in de Pieterskerk van Oirschot staat, terwijl dit orgel weer geïnspireerd werd door het laat-renaissance orgel van de Sint-Janskathedraal.
Een kijkje in het orgel.
Hieronder links: een deel van de chromatische windlade van het onderpositief onder in de orgelkas, direkt achter de speeltafel waar de hoogste (kleinste) pijpen op staan. Uiterst links de hoogste pijpenrij f''' van alle borstwerkstemmen. Van voor naar achter zijn hier de Harmonica 8, Flagelet 1 (net niet zichtbaar), Octaaf 2, Fluit 4, Prestant 4, Holpijp 8 (gedekt, net nog te zien) en Fluit travers 8 in de schaduw achteraan te zien. Op de voorgrond de hoogste pijpen van het typische Smits 'Harmonica'. Met de pennen die uit de bekers van de pijpen steken kan dit tongwerk worden gestemd. Dit is regelmatig nodig omdat tongwerken onder invloed van temperatuurswisselingen snel ontstemmen. Uiterst links zijn nog de smeedijzeren overbrengingen van de registerknoppen naar de windlade onder de pijpen te zien.
Borstwerk
Foto rechts het middengedeelte van de borstwerkpijpenrijen. Van rechts naar links de trechtervormige Harmonica 8, Flagelet 1 (niet zichtbaar, te klein valt weg achter de Harmonica), Octaaf 2 (open, net zichtbaar), Fluit 4 (laag gedekt, hoger open), Prestant 4, Holpijp 8 gedekt (laagste pijpen in hout, midden boven op de foto en links enkele van de open pijpen van de Fluit Travers 8'.
Op de voorgrond de rij pijpen van de trompet 8' van het hoofdwerk, boven in het orgel. Ze zijn qua grootte (en dus toonhoogte) gerangschikt in dezelfde volgorde als de compositie van de frontpijpen, de prestant. Hier in het midden (gedeeltelijk achter de balk) dus ook de grootste trompetpijpen.
De originele orgeltreden voor het met de voeten voeden van de balg met orgelwind. Tegenwoordig niet meer in gebruik omdat alle orgels voorzien zijn van een elektrische windvoorziening.
Het Vermeulen-koororgel (1960)
![]()
In de Sint-Laurentiuskerk te Rosmalen bevond zich tot 2002 een klein unit-pijporgel. In het voorjaar van 2002 is het als koororgel geplaatst in de Sint-Lambertuskerk.
Dispositie
Manuaal C-g''' Pedaalomvang: C-f' Roerfluit 8'
Prestant 4'
Fluit 4'
Kwint 2 2/3'
Octaaf 2' Roerfluit 8'
Prestant 4'
Fluit 4'
Kwint 2 2/3'
Octaaf 2'Toetstractuur electrisch.
Registertractuur electrisch.
Koppeling: Pedaal - Manuaal.
Speelhulp: Piano.
Werkgroep 'Vrienden van het Smitsorgel Sint Lambertuskerk Rosmalen' bestaat uit:
- Willem Hörmann, secretaris website http://www.willem-hormann.nl/
- Kees van Houten, website http://www.keesvanhouten.nl/
- Wijtse Rodenburg, webdesign en fotografie.
- Reinier Wakelkamp, klik hier voor info over Reinier Wakelkamp
Inlichtingen en informatie: wih@planet.nl