Oisterwijk
Sint-Petrus' Bandenkerk
Kerkplein---- google.nl/maps
Het kerkgebouw
Tijdens het pastoraat van Hubertus van Heesbeen (1891-1903) kreeg de bekende bouwmeester dr. Pierre Cuypers opdracht tot het ontwerpen van een nieuw kerkgebouw voor Oisterwijk. De architect ging hierbij uit van het grondplan van de oude Lieve-Vrouwekerk te Trier, het vroegste gotische kerkgebouw in Duitsland. Zo kwam de neo-gotische kruisbasiliek in 1899 tot stand. De aannemer voor de bouw werd de parochiaan P.Versteyne, die het gigantische werk op zich nam voor fl.131.773,- inclusief de kosten van afbraak van de oude kerk.
Tot ver buiten Oisterwijk is de zware vieringstoren zichtbaar. Deze toren rust op een viertal zware natuurstenen zuilen in het midden van de kerk. De kerk is ruim 50 meter lang en bijna 38 meter breed. De toren is 67,5 meter hoog en herbergt een carillon met 42 klokken. Tijdens de bevrijding van Oisterwijk in oktober 1944 werd de Petruskerk en vooral de toren door granaatvuur zeer zwaar beschadigd. Herstel volgde in de jaren 1945-1946. Een nieuwe grondige restauratie volgde in 1970 waarbij de kerk tevens werd aangepast aan de vernieuwde liturgievormen. In 1973 werd de kerk op de Rijksmonumentenlijst geplaatst als een belangrijk voorbeeld van de neo-gotiek.
In de kerk zijn een groot aantal kunstvoorwerpen in de vorm van fraaie gebrandschilderde ramen, schilderijen en een barokke biechtstoel aanwezig.
Boven het orgel ziet men het gebrandschilderde raam, in 1956 vervaardigd door Max Weiss, doch eerst in de 70-er jaren geplaatst, voorstellende de verrezen en verheerlijkte Christus met daarboven de hand Gods en de duif als symbool van de H.Geest.
Gebr. Franssen/Valx & Van Kouteren-orgel (1899)
In 1828 werd het Oisterwijkse orgel -met gebruikmaking van onderdelen van het oude kerkorgel- voor fl. 2.200,- gebouwd door Bernard van Hirtum uit Hilvarenbeek. Nog in de oude kerk werd dit orgel door de Gebr.Franssen in 1880 uitgebreid. Na de voltooiing van het nieuwe kerkgebouw plaatsten zij het in 1899 over. Het orgel werd toen vrijwel geheel nieuw opgebouwd als tweeklaviers instrument. Architect Cuypers ontwierp het nieuwe orgelfront. Het instrument werd in 1935 gerestaureerd en uitgebreid door de Gebr. Vermeulen, in 1946 werd oorlogsschade hersteld en in 1956 heeft Valck & Van Kouteren gerenoveerd, met behoud van veel oud pijpwerk. Daarbij werden de kassen uitgebreid met een derde klavier, een positief bespeelbaar vanaf het tweede manuaal. De nieuwe laden met elektropneumatische tractuur worden aangesloten op de nieuwe grote drieklaviers speeltafel midden voor het orgel. Adviseur bij deze verbouwing was dr. P.J. de Bruyn namens de KKOR. Op 21 mei 1956 werd het orgel opnieuw in gebruik genomen met een bespeling door Hub. Houët uit Eindhoven.
In 1995 wordt door de Gebr. Vermeulen het orgel schoongemaakt en hersteld, in 2000 nogmaals door Pels & Van Leeuwen.
Dispositie
Hoordwerk C-f''' Borstwerk Zwelwerk Pedaal C-d' koppelingen en hulpen Prestant 16'
Prestant 8'
Roerfluit 8'
Octaaf 4'
Koppelfluit 4'
Quint 2 2/3'
Octaaf 2'
Mixtuur III sterk
Grootmixtuur VI sterk
Sesquialter II sterk
Bombarde 16'
Trompet 8'
Clairon 4' Baarpijp 8'
Holpijp 8'
Quintadeen 8'
Prestant 4'
Blokfluit 4'
Octaaf 2'
Quint 1 1/3'
Cimbel III sterk
Dulciaan 8'
Tremolo.
Prestant 8'
Gamba 8'
Bourdon 8'
Gedekte Fluit 4'
Open Fluit 4'
Quint 2 2/3'
Woudfluit 2'
Terts 1 3/5'
Scherp III sterk
Trompette Harmonique 8'
Tremolo.
Resultantbas 32' (akoestisch)
Subbas 16'
Baarpijp 16'
Prestant 16'
Quint 10 2/3'
Octaaf 8'
Gedekt 8'
Koraalbas 4'
Ruispijp III sterk
Bazuin 16'
Trombone 8'
Trompet 4'Hoofdwerk - Borstwerk
Hoofdwerk - Zwelwerk
Borstwerk - Zwelwerk
Pedaal - Hoofdwerk
Pedaal - Borstwerk
Pedaal - Zwelwerk
Pedaal - Zwelwerk 4'
Zwelwerk 16', Zwelwerk 4'
Speelhulpen:
Vrije combinatie
Generaal Crescendo.
Toetstractuur elektropneumatisch
Registertractuur elektropneumatisch
Windlade(n) kegellade
Temperatuur evenredig zwevend