Hilvarenbeek,
Sint-Petrus-Bandenkerk

 

Vrijthof 330000 google.nl/maps

De Midden-Brabantse Orgelkring

Concerten 2011

Zondag 3 juni 2012
Hilvarenbeek, Petruskerk
Aanvang 20.00 uur
Organist Ad van Sleuwen m.m.v. de Gregoriaanse Schola van de Petruskerk Hilvarenbeek o.l.v. Jac Peeters
Muziekuitvoering: Francois Couperin


De kerk

Foto Wim van der Ros

Ruime driebeukige laat-gotische kruiskerk, waarvan de voorgangster al rond 1157 tot kapittelkerk was verheven. Het huidige gebouw is het resultaat van een reeks opeenvolgende verbouwingen. Het schip is wellicht nog 14e eeuws, het koor 15e eeuws, de dwarsarmen waarschijnlijk uit 1520, een noorderzijbeuk uit 1557 onder een dak met het schip en een even hoge zuidbeuk, breder dan de middenbeuk, uit 1585. Deze is vergroot na de brand van 1583. De resten van een vermoedelijk 10e eeuwse kerk bevinden zich onder het schip. Bij de bouw is gebruik gemaakt van tuf- en bakstenen. Blinde spitsboogvensters in het middenschip geven aan dat er eerst sprake was van lage zijbeuken. De houten tongewelven zijn 17e eeuws.
In het interieur vinden we het hoofdaltaar uit 1865 en een St-Sebastiaanaltaar uit ongeveer 1800. Verder twee koorbanken uit 1620, een rijk gebeeldhouwde preekstoel uit 1628 en twee barokke biechtstoelen uit de 18e eeuw. De twee koperen kroonluchters zijn 16e eeuws. Beeldhouwer Walter Pompe vervaardigde in 1729 de beelden van St-Joris en St-Sebastiaan. De 'Christus op de koude steen' stamt uit 1600. Een wandschildering uit de tweede helft van de 15e eeuws siert de torenmuur.

De toren stamt uit de 15e eeuw en bestaat uit 40 meter bakstenen basis met daarop een 30 meter hoge eikenhouten spits uit 1620. In de derde geleding van de toren staat een houten klokkestoel met drie luidklokken en een carillon. De oudste klok is in 1536 gegoten door Jasper Moer uit 's-Hertogenbosch. Deze klok wordt elke avond om 9.00 uur met de hand geluid ter herinnering het feit dat de bewoners van Westerwijk in 1390 hertogin Johanna van Brabant die van Brussel op weg was naar s-Hertogenbosch bevrijdden uit het drassige de Donk waarin ze was vastgeraakt. De toren is in 1990 gerestaureerd.

 

Het Van Hirtum-orgel (1840)

Foto Wim van der Ros

Bernard Petrus van Hirtum bouwde zijn grootste instrument in 1840 en verzorgt het onderhoud van dit orgel nagenoeg tot aan zijn dood in 1878. Hij is hier ook organist. Zijn knecht en opvolger A.Vingerhoets voert in 1877 kleine herstelwerkzaamheden uit en verandert de toonhoogte en intonatie. Een aantal jaren later vervangt hij de Cimbel van het Hoofdwerk door een Vox Humana 8'. Op het Onderpositief vervangt hij de Quint B 1 1/2' en de Sexquialter D door een Flûte harmonique B/D 8'. In 1906 voert de firma P.J. Vermeulen & Zn een zeer ingrijpende verbouwing uit. Het orgel wordt in de torenruimte opgesteld en een kwart slag gedraaid. Daartoe wordt de hoofdkas versmald en het front van het Onderpositief verwijderd. De onderkas wordt 180 graden gedraaid zodat de klaviatuur aan de voorzijde terecht komt. Verder worden de spaanbalgen vervangen door een magazijnbalg en worden de toonhoogte en intonatie gewijzigd. Enige jaren daarna worden alle tongwerken verwijderd en opgeslagen. In 1945 vervangt men het kistpedaal door een ´normaal´ pedaalklavier.
In 1969 voert de firma Gebr. Vermeulen een algehele restauratie/reconstructie uit. Daarbij wordt het orgel weer voor de toren op een galerij geplaatst waarbij de onderkas in de oorspronkelijke positie wordt gebracht. De in 1906 verwijderde zijvelden van de hoofdkas en het front van het onderpositief worden gereconstrueerd. Verder vervangt men de magazijnbalg door twee nieuwe spaanbalgen en wordt het oorspronkelijke kistpedaal herplaatst. De dispositie wordt hersteld waarbij de originele tongwerken worden herplaatst en de ontbrekende registers gereconstrueerd. De frontpijpen worden van tinfolie voorzien en de toonhoogte wordt verlaagd tot de waarschijnlijk oorspronkelijke a = 415 Hz.
Na een restauratie van de kerktoren voert In 1990 voert de firma Vermeulen schoonmaak- en herstelwerkzaamheden uit waarbij de balgen dichter bij het orgel worden geplaatst. Vijf jaar later worden de frontpijpen hersteld. In 2005 voert orgelmaker Hans van Rossum ingrijpende herstelwerkzaamheden aan windvoorziening en pijpwerk uit. Daarbij wordt de oorspronkelijke toonhoogte hersteld en vindt een herintonatie plaats op een lagere winddruk. Daarbij wordt tevens gekozen voor een stemming volgens Valotti.
Dit orgel is het grootste dat Van Hirtum vervaardigde. De opbouw van de hoofdkas is elfdelig met een zeer hoge, ingesnoerde, onderkas. Tussen de onderkas en het front bevindt zich een opvallend brede lijst die met de torens meebuigt. De middenpartij van de hoofdkas is voor Van Hirtum atypisch. Zij wordt geflankeerd door twee brede vlakke velden met het bij Van Hirtum gebruikelijke labiumverloop. Ook de verdere opbouw past in dit beeld. Zeer opvallend is echter de sobere, strakke decoratie. Het enige uitbundige aan de decoratie zijn in feite de vleugelstukken met een aan een ketting opgehangen draperie waaraan tal van muziekinstrumenten zijn bevestigd. Het in 1969 gereconstrueerde onderpositief is vijfdelig met een verlaagde middentoren. Fraai is de profilering van de torenkappen. De beelden op de hoofdkas werden in 1861 geplaatst; die van het Onderpositief pas in 1969.
In 1990 volgden schoonmaak- en herstelwerkzaamheden.
Klachten over de windvoorziening en de klank van het orgel leidden uiteindelijk tot de restauratie van 2005 die werd uitgevoerd door orgelmaker Hans van Rossum. In overleg met adviseurs en organist is gekozen voor een stemming volgens Valotti. Bij deze restauratiewerkzaamheden zijn de beelden van het Onderpositief verwijderd waarvan de twee grootste naar de hoofdkas zijn verplaatst.

Organist Ad van Sleuwen nam op 18 december 2005 het gerestaureerde van Hirtum-orgel in de parochiekerk van Sint-Petrus Banden te Hilvarenbeek met een concert weer in gebruik.

Dispositie

Hoofdwerk Onderpositief Pedaal koppelingen
Bourdon 16'
Praestant 8'
Holpijp 8'
Viooldigambas 8'
Octav 4'
Gemshoorn 4'
Fluit 4'
Quintfluit 3' Superoctav 2'
Flageolet 1'
Mixtuur IV
Cimbel II
Cornet D IV
Trompet B/D 8'
Holpijp 8'
Flute travers D 8'
Bekfluit D 8'
Praestant 4'
Fluit 4'
Octav 2'
Quint B 1½'
Sexquialter D II
Fagot B 8'
Clarionet D 8'
Bourdon 16'
Praestant 8'
Octav 4'
Bazuin 16'

Manuaalkoppel
Pedaalkoppel

Afsluiting ventil.
Winddruk: 63 mm. wk.
Toonhoogte: a1 = 390 Hz. bij 18 C.
Stemming: Valotti

 

Bron: J.C. van Rossum; Peter van Dijk (red.), Het Historische Orgel in Nederland ca 1840-1849. Amsterdam, 2002, 157-160.

 

 

'Van Hirtum-orgel in Hilvarenbeek kreeg zeer geslaagde klankrestauratie'

door Wim van der Ros

Wanneer orgels zouden kunnen spreken (en ik bedoel dan ‘praten’), dan zouden zij ons soms verrassende zaken kunnen vertellen. Wanneer zij zouden beschikken over een hoofd, dan zouden ze soms heftig nee schudden. Wanneer zij gezichtsuitdrukkingen zouden kunnen hebben, zouden ze soms meewarig kijken en misschien wel huilen. Zelfs de engelen die beschermend en musicerend boven het front stralen, kunnen niet verhoeden dat soms drastisch wordt ingegrepen in het wezen van het instrument dat zij sieren. Maar wanneer het orgel na een zeer geslaagde restauratie weer klinkt en dus zo ‘spreekt’, hoor je als het ware de glimlach van het orgel in de orgelklanken: ‘zo bedoelde mijn orgelmaker het oorspronkelijk’.

De huidige parochiekerk van Hilvarenbeek is, zoals vele kerken in het Brabantse land, gedurende ongeveer anderhalve eeuw – van 1648 tot 1800 - in gebruik geweest bij de protestanten. In die periode bezat de kerk geen orgel. In 1801 bezat de inmiddels weer bij de katholieken in gebruik zijnde Petruskerk een positief, dat in 1816 werd vervangen door ‘een oud orgel vereerd aan de kerk’. Bernardus Petrus van Hirtum, die in Hilvarenbeek woonde en werkte, herstelde het in 1816 geplaatste orgel. Vanaf dat jaar is Bernard ook organist in deze kerk. Dat ambt blijft hij tot 1866 (dus gedurende 50 jaar!) onbezoldigd uitoefenen.

De opdracht tot de bouw van het orgel
In 1838 krijgt Van Hirtum de opdracht tot de bouw van een tweeklaviers orgel voor zijn eigen parochiekerk. Zijn ‘eigen’ orgel is qua dispositie het grootste van zijn oeuvre en het is het enige tweeklaviers instrument dat een door hem gedisponeerd zelfstandig pedaal bezit. In het ‘Bestek en conditie’ alsmede in de ‘Kronyk’ kunnen wij lezen hoe hij zijn orgel in aanleg aanbesteedt voor ‘de Somme van Vier Duizend Guldens’, waarvan hij bij de ondertekening van het bestek een voorschot van duizend gulden ontvangt. Het twee octaaf grote pedaal wordt uitgevoerd als kistpedaal met ‘de verheven toetsen belegt met rood Koper de platte toetsen met Geel Koper’. Voor de windvoorziening voorziet hij ‘vier Blaasbalken met een vouw of plooij elk lang zeven voete breed vier voeten deszelfs platen en ploijen van wagenschotten hout dubbelt geledert’. ‘Het orgel moet volkomen in alle zijne delen geheel afgewerkt zijn en in orde geplaatst in het Jaar 1800 en veertig’.

Wederwaardigheden in de 19e en 20e eeuw
In 1861 wordt het orgel opgesierd met een zestal beelden, vervaardigd in het atelier van Goossens te ‘s-Hertogenbosch. Antony Vingerhoets (de timmermansknecht van Van Hirtum) verricht in 1878 enkele kleine werkzaamheden, en enkele jaren later vervangt hij enkele registers, waarbij het orgel geromantiseerd wordt.
In 1905 waait er een vernieuwende wind (lees: storm) door de Beekse kerk en leidt een verbouwing van het inwendige van de kerk tot een verrassende, zeer ingrijpende verplaatsing van het orgel. Geheel tegen de zin van de toenmalige organist Toon van Hirtum, die in zijn jeugd de bouw van dit orgel door zijn vader had meegemaakt, werd een soort vete tussen hem de pastor in het voordeel van de laatste beslecht. Het orgel wordt tegen de noordelijke wand in de toren geplaatst. Daarbij wordt de bovenkas achterstevoren op de onderkas geplaatst, zodat het front – weliswaar dwars - zichtbaar blijft. Laden en mechaniek blijven ongewijzigd. De tongwerken worden verwijderd en opgeslagen op de zolder van het zojuist in 1903 gebouwde parochiehuis. Het front van het positief verdwijnt geheel terwijl de kas wordt versmald en snijwerk en torenbekroningen niet weer worden geplaatst. Een nieuwe magazijnbalg voorziet het orgel van eveneens vernieuwende orgelwind. De toonhoogte wordt verhoogd tot 440 Hz, waarbij veel pijpwerk wordt ingekort .Ongetwijfeld heeft het koor nu de gewenste ruimte en heeft het geen last meer van het nu echt als dwarsligger weggezette instrument. Enkele bazuinende engelen worden – losgemaakt van het orgel – aan weerszijden vooraan de galerij tegen de muur geplaatst. Hoe hard zij ook blazen, het orgel blijft wars en dwars. Naar we mogen aannemen klinkt er niet echt meer een glimlach in de orgelklanken.
Het zo karakteristieke kistpedaal van Van Hirtum moet tenslotte in 1945 het veld ruimen voor een genormaliseerd pedaalklavier, maar het blijft gelukkig wel bewaard.

Reconstructie in 1969
Aan deze trieste toestand komt gelukkig een eind, wanneer in 1969 na een grote kerkrestauratie ook het orgel gerestaureerd wordt onder advies van Hans van der Harst, dr. H.L. Oussoren, Cor Edskes, dr. P.J. de Bruijn en Hub Houët. De Gebroeders Vermeulen uit Weert mogen deze dankbare reconstructie klaren. Het positief wordt gereconstrueerd en uiteraard worden kas en snijwerk hersteld en waar nodig delen nieuw bijgemaakt. Voor de windvoorziening krijgt het orgel weer twee spaanbalgen in de achter het orgel nieuw gesitueerde balgenstoel. Drie registers worden als nieuw pijpwerk herplaatst, terwijl het oorspronkelijke kistpedaal weer zijn plek hervindt.

Het typische Van Hirtum-kistpedaal: ‘de verheven toetsen belegt met rood Koper de platte toetsen met Geel Koper’. In Hilvarenbeek is de pedaalomvang C-c’

Laden, mechaniek en pijpwerk worden gerestaureerd, en de toen veronderstelde oude toonhoogte van a = 415 Hz wordt hersteld.Het frontpijpwerk wordt van tinfolie voorzien. Voor die periode is dit een voorbeeldrestauratie.

Klankrestauratie en klankreconstructie in 2005
Wanneer in de loop van 2003 een grote stembeurt vereist is, wordt ook aan orgelmaker Hans van Rossum offerte gevraagd. Bij het inspecteren van het orgel constateert hij dat vanwege de staat van een groot deel van het pijpwerk het orgel feitelijk niet meer te stemmen is. Een aantal pijpen weigert zelfs te spreken. Rudi van Straten legt dan vanuit de Rijksdienst een stemverbod op, daar het pijpwerk eerst moet worden gerestaureerd. Nadat hij begin 2005 de opdracht tot restauratie van het pijpwerk heeft gekregen, doet Hans van Rossum experimenten en klankproeven met de winddruk en het pijpwerk. Ad van Sleuwen, organist van het Beekse orgel, vindt in een historisch geschrift bij Gregoir de uitspraak dat alle orgels van Van Hirtum een hele toon lager gestemd zijn dan de orkesttoon. Uitgaande van de bij Gregoir bekend zijnde Parijse orkesttoon van 435 Hz, zou dit een stemming op 390 Hz betekenen.
Met het oog op de stemming op 390 Hz worden proeven genomen met de winddruk, welke in stappen vanuit de geconstateerde druk van 78 mm/wk wordt teruggebracht naar 63 mm/wk. Daarbij wordt een rustiger klankbeeld verkregen. Men verkrijgt nu ook een optimale aanspraak van het pijpwerk en een betere verhouding in het klankkleurenpalet. Op basis daarvan wordt al het pijpwerk verlengd en gerestaureerd. De frontpijpen worden ontdaan van de oude tinfolie, hersteld en van nieuwe tinfolie voorzien.
Door o.a. wijziging van de balgstoel en het onder een hoek leggen van de balgen en verbetering en deels vernieuwing van de windkanalen, is de windvoorziening binnen de bestaande mogelijkheden vooralsnog geoptimaliseerd.
Het orgel van Van Hirtum klinkt nu veel grondtoniger en waardiger dan voorheen. Herboren klanken zoals wij deze feitelijk nog niet kenden, zijn nu te horen in de Beekse kerk. Wanneer al het pijpwerk eens ontdaan zal kunnen worden van de kernsteken, zal de klank nog oorspronkelijker zijn. Als je de engelen zou kunnen horen spreken, dan zouden ze vast zeggen: ‘in deze richting bedoelde Van Hirtum het oorspronkelijk’.
Dit jaar wordt van het vernieuwde Van Hirtum-orgel een cd opgenomen, waarbij Ad van Sleuwen o.a. werken speelt van Boëly en tijdgenoten. De cd wordt in dit Boëly-jaar gepresenteerd op 7 september.

Hilvarenbeek, Sint Petrusbanden
Bouwer: B.P. van Hirtum, Hilvarenbeek, 1840
Restauratie: Gebr. Vermeulen, Weert, 1969
Klankrestauratie: Hans van Rossum, Wijk en Aalburg, 2005

Bernard van Hirtum bouwde zijn “eigen” orgel en was daar naar eigen wens onbezoldigd organist gedurende maar liefst 50 jaar! Dat hij daarnaast ook nog wilde offeren voor de kerk, blijkt uit het “collectebakje” dat hij inbouwde in zijn orgelbank. Op deze wijze kon hij tijdens de uitoefening van zijn functie toch zijn gave geven voor de kerk.Ook de huidige organist Ad van Sleuwen offert in het (door hem zelf te ledigen!) collectebakje in zijn orgelbank


Hans van Rossum bezig met het stemmen van de Cornet IV sterk discant van het manuaal. Links van hem de verlengde houten pijpen van de Bourdon 16 vt van het pedaal.

Uit: Brabantse Orgelkrant 2008

 

Muziek CD's

Brabants Orgelrijkdom VI 'Drie Van Hirtum-orgels' 'BOF 201001'
Prijs € 8,50. Klik hier voor meer info en geluidsfragmenten.

 

Ad van Sleuwen (orgel) en Martien van Woerkum (flauto traverso).
CD met concerti van Telemann (traverso+orgel en orgel solo).

Telemann (1681-1767) Concerts et Fantaisies

Concert I TWV:D6 in D grt
1. - Piacevole
2. - Allegro
3. - Largo
4. - Vivace

Fantaisie TWV 33:34 in D grt
5. Allegro / Dolce / Allegro (da capo)

Concert IV TWV 42:e3 in e klt
6. - Largo
7. - Vivace
8. - Dolce
9. - Vivace

Fantaisie TWV 33:21 in e klt
10. Flateusement / Vivement / Flateusement / Très vite

Concert VI TWV 42:a2 in a klt
11. - Andante
12. - Allegro
13. - Largo
14. - Allegro assai

Fantaisie TWV 33:19 in a klt
15. Lentement / Allegrement / Lentement / Vivement

Concert V TWV 42:h2 in b klt
16. - Adagio
17. - Vivace
18. - Gratioso
19. - Presto

Fantaisie TWV 33:15 in b klt
20. Pompeusement / Allegrement / Pompeusement / Gayment

Deze CD is verkrijgbaar à € 10,- bij Organisatie Stichting Erard. Info: 013 5435762

 

De Midden-Brabantse orgelkring

Diessen, Sint-Willibrorduskerk
Goirle, Sint Jan
Hilvarenbeek, Sint-Petruskerk
Tilburg, Sint-Jozefkerk
Tilburg, Pauluskerk

secr.: L.M. de Laat
Naardenstraat 107
5045 MJ Tilburg
tel.: 013-455.38.79
mob.: 06-27.52.42.37
e-mail: ladelaat@home.nl
bank: 12.23.30.692
giro: 347.21.87